Franz Boas overleed in december 1942 tijdens een lunch in het Faculty House van Columbia University. Hij was omgeven met collega’s, medewerkers en studenten, deelnemers aan een door hem georganiseerde studiedag over ‘racisme’. Destijds een betrekkelijk nieuw begrip dat stof had doen opwaaien na de publicatie uit 1940 van Race: Science and Politics door Ruth Benedict. Ze was de rechterhand van Boas en samen vormden ze een opmerkelijk koppel. Zij was gedeeltelijk doof, hij sprak moeizaam: als ze niet op een bepaalde manier naast elkaar zaten, was onderlinge communicatie praktisch onmogelijk. Boas’ gezicht was geteisterd door Mensur-littekens: sabelhouwen, opgelopen tijdens duels aan de Duitse universiteiten waar hij had gestudeerd (Heidelberg, Bonn, Kiel, Berlijn). De minste belediging was al genoeg om iemand tot een duel uit te dagen, Boas was een enthousiast duellist, zijn gezicht was een slagveld; hij zag eruit als een vechthaan, zoals iemand opmerkte. De filosoof Kwame Anthony Appiah schrijft: The Mensur had its rules and conventions, which involved a stopwatch, a surgeon, an umpire, and, for the combatants, goggles and padded garments. You saved face by slashing another’s. Het citaat is afkomstig uit The New York Review of Books (28 mei 2020) waarin Appiah aan de hand van enkele biografieën een intrigerend portret van Boas schetst.

 


Ruth Benedict introduceert het begrip ‘racisme’.

Eind jaren 1870, begin jaren 1880 studeerde Boas bij het Instituut voor Antropologie, Etnologie en Prehistorie in Berlijn en in 1883 voer hij met een vrachtschip mee naar Baffin Island in het Canadese Noordpoolgebied. Hij zou er het landschap en de fauna gaan bestuderen, zijn hart ging uit naar ‘verre oorden’, maar toen hij eenmaal ter plaatse was, in gezelschap van een trouwe bediende, gingen zijn ogen open. Aan het thuisfront schreef hij dat hij veel liever mensen bestudeerde dan dode voorwerpen. Ik ben nu echt precies een Eskimo, ik leef zoals zij, jaag met hen, en beschouw mijzelf nu als een man van de Anarnitung. Het besef brak bij hem door dat ‘ontwikkeling’ (cultivation) maar een relatief begrip is, the evil as well as the value of a person lies in the cultivation of the heart. Het cultureel relativisme—culturen staan niet in een hiërachische relatie tot elkaar, maar iedere cultuur moet op zichzelf worden beschouwd, naar eigen maatstaven—is dankzij Boas een sterke stroming geworden in de Amerikaanse antropologie. Na de voltooiing van zijn proefschrift vertrok hij naar de Verenigde Staten en kreeg hij de verantwoordelijkheid voor alle antropologische promovendi aan Columbia University. Een van zijn promovendi was Margaret Mead die onder zijn leiding haar baanbrekende onderzoek op Samoa uitvoerde. Zijn sceptische houding tegenover het evolutionisme en de nadruk op het relativisme sloeg aan in zijn nieuwe vaderland, gekenmerkt door immigratie uit alle delen van de wereld. Na zijn dood schreef Ruth Benedict in het overlijdensbericht: He believed the world must be made safe for differences.

 


Franz Boas geeft de maat aan.

Het cultureel relativisme wordt misschien het pregnantst onder woorden gebracht in een populair artikeltje van Ralph Linton, de opvolger van Boas aan Columbia University. Hoewel de auteur nogal ambivalent stond tegenover Boas zelf en een bloedhekel had aan diens medewerkers en studenten, wist hij hun credo feilloos te vertolken. Alle studenten van de sociale wetenschappen kennen Lintons One Hundred Per Cent American, voor het eerst verschenen in 1937. Iedere Amerikaan is trots op de Amerikaanse beschaving en wil deze ten koste van alles behoeden en behouden, zegt Linton, om vervolgens met pijnlijke nauwkeurigheid op te sommen wat er zo typisch Amerikaans is in de dagelijkse routine van een gewone Amerikaan. Vrijwel niets, dus. In bed draagt hij een pyjama, oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Azië, het bed zelf is een Perzische uitvinding; zijn kleding en beddengoed zijn gemaakt van katoen (India), linnen (Nabije Oosten), wol (Klein Azië), of zijde (China); in de badkamer vind je glas (Egypte), tegels (Nabije Oosten), emaille (Mediterrane gebied), badkuip en toilet (Rome). Zo gaat het verder: vrijwel alles waarmee de Amerikaan dagelijks in aanraking komt, is van elders overgenomen. Tot zijn krant aan toe. As he scans the latest editorial pointing out the dire results to our institutions of accepting foreign ideas, he will not fail to thank a Hebrew God in an Indo-European language that he is a one hundred per cent (decimal system invented by the Greeks) American (from Americo Vespucci, Italian geographer). Het stukje dateert van ruim tachtig jaar geleden, maar heeft nog weinig aan actualiteit verloren. Integendeel: in het tijdperk van Trump zal het hier en daar vast nog tot verse verontwaardiging leiden.

 


Malinowski en ‘zijn’ wilden.

Dat je het cultuurrelativisme vooral aantreft onder antropologen is niet toevallig, denk ik. Hun oordeel over ‘vreemde invloeden’ is niet ingegeven door bekrompen stereotypen en gevoelens van superioriteit, zij hebben langere tijd daadwerkelijk vertoefd onder ‘vreemd volk’ en ervaren hoe ingewikkeld en gelaagd samenlevingen zijn, zelfs als het gaat om ‘primitieven’ of ‘wilden’. Wat Boas ondervond bij ‘zijn’ Eskimo’s, maakte Bronislaw Malinoski ruim een generatie later mee onder ‘zijn’ Papoea’s van de Trobriandeilanden. Hij doet verslag in zijn beroemde Argonauts of the Western Pacific. An Account of Native Enterprise and Adventure in the Archipelagoes of Melanesian New Guinea uit 1922, voor velen de Bijbel van de antropologie. Malinowski zet in heldere bewoordingen uiteen hoe het Kula-principe werkt, hoe bepaalde goederen per schip langs een reeks van eilandjes worden vervoerd in ruil voor bepaalde andere goederen die in tegengestelde richting worden gebracht. Een ingenieuze manier om sociale organisatie te realiseren onder groepen mensen die zonder de Kula in volstrekt isolement zouden verkeren. Kula is een uitgebreide ruilverhouding tussen verschillende groepen die een ringvormige serie van eilandjes bewonen, aldus Malinowski. Along this route articles of two kinds, and these two kinds only, are constantly travelling in opposite directions (…) Every movement of the Kula articles, every detail of the transactions is fixed and regulated by a set of traditional rules and conventions and some acts of the Kula are accompanied by an elaborate magical ritual and public ceremonies.Het gaat om sieraden, armbanden, halskettingen, gemaakt van rode en witte schelpen; de rode schelpen gaan kloksgewijs langs de eilanden en worden geruild met witte schelpen. Niemand houdt de sieraden voor zichzelf, maar ruilt ze bij de eerstvolgende gelegenheid weer om, zodat ze altijd circuleren. Al die moeite (riskante zeereizen met wankele zeilkano’s) voor niets? Nee: achter de Kula ligt een ingewikkeld netwerk van handelsrelaties over de eilanden, waarbij schaarse produkten worden uitgewisseld en in sommige gevallen huwelijkspartners. Door handig manoeuvreren kun je niet alleen rijkdom vergaren, maar ook politieke macht verwerven, wie eenmaal opgenomen is in de Kula zal er nooit uit vertrekken.

Malinowski signaleert dat ‘zijn’ Trobrianders worden beschouwd als ‘wilden’ (savages): ze zouden leven in de woeste natuur, ten prooi aan phantasmagoric beliefs and apprehensions. Maar in werkelijkheid is daar geen sprake van. Ze zijn onderhevig aan een breiwerk van plichten, taken en privileges dat corespondeert met een uitgebreide tribale, gemeenschappelijke en familiale organisatie. Their beliefs and practices do not by any means lack consistency of a certain type, and their knowledge of the outer world is sufficient to guide them in many of their strenuous enterprises and activities. Their artistic productions again lack neither meaning nor beauty. De tijd dat we wilden konden afschilderen als gestoorde, kinderlijke karikaturen  van menselijke wezens ligt achter ons, besluit Malinowski. The picture is false, and like many other falsehoods, it has been killed by Science.

Ook Malinowski was, om in termen van Appiah te blijven: een defender of differences. Boas en hij hebben door gedegen, grondig onderzoek de wereld verlicht, de antropologie is door hun toedoen uitgegroeid tot de koningin van de sociale wetenschappen.

 

illustraties:
Franz Boas; bron: anthrodendum.org en alchetron.com
Ruth Benedict; bron: britannica.com
Bronislaw Malinowski; bron: muzeum.bytom.pl