Er moet iets aan de hand zijn, schreef Frits Abrahams onlangs in zijn onvolprezen rubriek op ‘Achterpagina’ van NRC Handelsblad (10 april 2015). Hij bedoelde de nogal cultuurpessimistische opmerkingen van twee schrijvers die onlangs geconfronteerd waren geweest met de reacties van jongeren op literatuur. Arnon Grunberg probeerde de Maagdenhuisbezetters in de kamer van CvB-voorzitter Louise Gunning aan het lezen te krijgen in de roman Elizabeth Costello van J.M. Coetzee. Dat lukte niet, een student merkte op dat hij ‘gevoel miste’ en dat het gezelschap zich beter aan meditatie kon wijden dan aan lezen van literatuur.

Schokkend? Voor Grunberg kennelijk wel. ‘Als mensen over gevoel spreken, hebben ze het over het recht op luiheid zonder schuld (…) de emotie is de schaamlap van intellectuele luiheid’, schreef hij (en zeg ik, op gezag van Frits Abrahams – ik lees de Volkskrant niet, waaruit hij citeert). Anti-intellectualisme is blijkbaar in de mode en Grunberg vraagt zich af of dit wel een geschikte basis is voor de Universiteit van de Toekomst waar de Maagdenhuisbezetters zich voor zouden inzetten. Ik kijk er niet van op, maar dat komt vooral omdat ik geen vertrouwen heb in de bedoelingen van bezetters die een ravage aanrichten in de werkkamers van andere mensen en een onvoorstelbare rotzooi achterlaten – bovendien ging het ze niet om intellectuele verlichting maar om botte macht: medezeggenschap, inspraak en dat soort flauwekul.

Het andere voorbeeld van Abrahams overtuigt me meer. Hij haalt een essay aan van schrijfster Bregje Hofstede (Hollands Maandblad): ‘Bij nul beginnen’. In haar opstel voorspelt ze dat de vwo-leerlingen die ze examentrainingen geeft haar roman De hemel boven Parijs nooit zullen lezen. Waarom? De leerlingen hebben een schrikbarend gebrek aan woordkennis: ze hadden geen idee wat woorden als rivaal, sceptisch, apartheid, mits, moreel, pragmatisch, idealistisch zouden kunnen betekenen. Let wel: leerlingen uit de eindexamenklas van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs – die jongens en meisjes komen dus na hun examen massaal naar de universiteiten en hogescholen. De betekenis van teksten wordt door de leerlingen teruggebracht tot ongeveer nul (zeg ik opnieuw op gezag van Frits Abrahams). Maar, het kan nog erger, want het besef van geschiedenis is bij diezelfde leerlingen niet nul, maar nul komma nul. ‘Ik geloof niet dat ik ooit één leerling overtuigd heb thuis een boek te pakken. Veel te moeilijk, denken zij, mijn vwo-leerlingen’, aldus Hofstede.

Inderdaad, er moet iets aan de hand zijn. Laat ik ook een duit in het zakje doen.

Een dag of wat voordat Frits Abrahams zijn rubriek schreef, zat ik op het terras van een van mijn stamcafés. Ik had een ontmoeting met twee vertegenwoordigers van het webtijdschrift Literair Nederland, dat wordt aangekondigd met het motto ‘Liefde voor de literatuur’. Goed volk, dus. We dronken koffie, praatten enthousiast over de letteren. Boeken gingen van hand tot hand. De vriendelijke jonge vrouw die ons bediende, sprak me aan toen ik even alleen zat. Hebben jullie het over literatuur? Ik liet haar wat boeken zien en vertelde wie mijn metgezellen waren. Ze was onder de indruk. Ze had zelf Nederlands gestudeerd en ook boekwetenschappen, dus ze was blij mensen ‘uit haar vak’ te ontmoeten. Ik vroeg haar of ze geen werk in dat vak wilde doen in plaats van koffie serveren in een – overigens prettig – café. Ja, dat zou ze dolgraag willen, ze solliciteerde zich suf, maar er is in deze barre tijden nou eenmaal geen werk te vinden op haar terrein.

Ze had wel stage gelopen en ervaring opgedaan voor de klas. Ze had geprobeerd met haar leerlingen te lezen. ‘Lezen is toch heerlijk, je wilt dat je leerlingen daar net zoveel plezier in hebben als je zelf altijd hebt gehad’. Nee dus. Bij de woorden ‘boek’ en ‘lezen’ betrokken de gezichten van de aankomende intellectueeltjes, daar deden ze niet aan en daar begonnen ze zeker niet aan. De juf moest niet denken dat ze van lotje getikt waren.

 

 

Mijn gesprekspartner vertelde dat ze van alles had geprobeerd. Ze boekte enig succes met voorlezen: ze nam een mooi boek mee van huis en las voor in de hoop dat de klas een beetje geboeid zou zijn. Daar leverde wat op: er werd tenminste geluisterd. Ze nodigde de leerlingen uit om zélf een boek mee te nemen waar ze dan uit mochten voorlezen. Het was niet allemaal hoogstaande literatuur waar ze mee aankwamen, maar het leidde toch tot een paar aardige, schuchtere resultaten.

Hoe het na haar stage verder is gegaan weet ze niet. Ze was pessimistisch. ‘Weet je, lezen is voor losers, daar kun je bij de jongelui niet mee aankomen. Dat is de makke: lezen is niet stoer!’. Ik vrees dat ik Frits Abrahams geen troost kan bieden, ik denk dat de situatie veel erger is dan hij toch al vermoedt.

 

illustraties boeken: www.nrc.nl en www.uptime.nl