Met een vriendin spreek ik wel eens over film. In zekere zin ben ik een filmfanaat, zij ook, maar anders. Voor haar heeft de belangstelling voor film ook een ‘zakelijke’ kant: als vrijwilligster verzorgt ze filmavonden annex etentjes in een Amsterdams buurthuis – ze zoekt naar films die geschikt zijn om voor haar publiek te vertonen. Ik kijk louter en alleen voor mijn eigen plezier. Ik droomde er vroeger van dat je aan huis een bioscoopzaaltje zou hebben waar je dag en nacht films kon zien – dat zag je wel eens… in films. Het is echt zover gekomen: bijna al je favoriete films zijn tegenwoordig op dvd te krijgen en als je tijd en zin hebt, kun je zoveel films zien als je wilt – op een tijd die jou schikt, uitgestrekt op je chaise longue, met drank onder handbereik en de poes op schoot. Wat een luxe! Bovendien kun je iedere film die op tv wordt uitgezonden, opnemen en bekijken als het jou uitkomt. Via internet is er dan ook nog heel wat te downloaden. In vergelijking daarmee is bioscoopbezoek vandaag de dag bijna een corvee geworden met al dat storende gekwek om je heen en de stank van popcorn. Bovendien heb ik een gloeiende hekel aan bioscoopreclame – ook daar heb je thuis geen last van. Mijn vriendin vroeg me een lijst van favoriete films op te stellen – ze heeft tijdens de Kerstdagen tijd om films te zien en een selectie te maken voor het komende filmseizoen. Ik beloofde haar de ‘top tien van Lodewijk’, af te leveren in een plastic tasje.

Maar onmiddellijk twijfelde ik. Op mijn top tien aller tijden komen vast films te staan die ze al kent: alle Bogartfilms natuurlijk, die vallen af. Bovendien is haar publiek niet ‘in’ voor Westerns en criminaliteit. Tja, wat blijft er dan over? Is dat nog wel een volwaardig Lodewijklijstje? Toen ik student was hield ik filmschriftjes bij: ik schreef er alle films in die ik zag. Op datum, plus regisseur, acteurs, jaar, waardering. Ik werkte geloof ik met sterretjes, een systeem dat nu overal wordt gehanteerd, ook voor boeken, concerten en andere evenementen. Ik heb er inmiddels een broertje dood aan gekregen, het werkt natuurlijk alleen maar als je de beoordelaar zélf kent en weet wat voor waarde je aan die sterretjes of balletjes moet hechten. Wat die ene recensent goed vindt, vind ik misschien wel hopeloos slecht. De filmschriftjes heb ik allang niet meer en ik ga ook niet meer zo vaak naar de film als toen. Je kon op vertoon van je ASVA-kaart ’s middags voor een paar kwartjes naar de bioscoop, eerste rang (bestaat dat systeem eigenlijk nog?). Bovendien was ik lid van de Filmliga (zaterdagsnachts in Kriterion, na afloop van de tweede avondvoorstelling) en het Filmmuseum (films met inleidingen van Jan de Vaal in het filmzaaltje van het Stedelijk Museum). Dat waren nog eens tijden! Ik was bevriend met wat leerlingen van de pas opgerichte Filmacademie – ze waren nog fanatieker dan ik: soms gingen we naar Parijs of Brussel voor films die in Amsterdam pas weken of maanden later zouden komen. We bezochten Giulietta degli Spiriti van Fellini – de enige film die ik me in dit verband nog kan herinneren; uiteraard met Giulietta Masina.  Ik heb later jarenlang omstreeks Kerstmis lijstjes gemaakt als medewerker van kranten en tijdschriften: steeds boeken trouwens, nooit films. Maar dat was makkelijk, het moest altijd gaan om boeken van het afgelopen jaar, die beperking was vastgelegd. Mijn top tien van films zou in feite mijn hele leven moeten beslaan. Dat kan dus niet. Mijn vriendin moet het doen met een keuze uit wat ik aan dvd’s in huis heb, een lijst vol akelige gaten. De lijst van mijn leven zou tientallen titels bevatten en ik zou ze weer allemaal opnieuw willen zien.

Toen ik aan het snuffelen was, bleek al snel dat er wat mij betreft één regisseur boven alles en iedereen uitsteekt: John Huston. Ik heb lang gedacht dat Fat City de mooiste film aller tijden is: een melancholieke boksersfilm met Stacey Keach, Jeff Bridges en vooral niet te vergeten, Susan Tyrell. Maar ik heb minstens zo vaak hetzelfde gedacht over The Man Who Would Be King met Sean Connery en Michael Caine. En nu ik toch bezig ben: The Misfits, de laatste film met zowel Marilyn Monroe, Clark Gable als Montgomery Clift, is van hetzelfde laken een pak, net als African Queen, The Asphalt Jungle, The Treasure of the Sierra Madre, Wise Blood en Huston’s laatste film: The Dead – naar een kort verhaal van James Joyce, met dochter Anjelica Huston in een hoofdrol. Van de films van John Huston alleen al zou ik met gemak een top tien kunnen samenstellen. Maar een andere dierbare regisseur is William Wyler – met zijn films heeft hij vermoedelijk meer Oscars binnengehaald dan wie dan ook in Hollywood, niet alleen voor de regie, maar met name voor de afzonderlijke acteurs met wie hij gewerkt heeft – een acteursregisseur bij uitstek. Audrey Hepburn was een van zijn grote sterren. Met haar maakte hij onder andere The Children’s Hour, ook bekend als The Loudest Whisper, waarin Hepburn samenspeelt met Shirley MacLaine: leidsters van een meisjesinternaat dat te gronde gaat aan roddel en achterklap.

 

Ik zou nog een hoop andere films van Amerikaanse regisseurs op mijn lijstje willen zetten, bij voorbeeld Otto Preminger en zijn fabuleuze Anatomy of a Murder met James Stewart en Lee Remick, of Billy Wilder met Sunset Boulevard – ongelooflijke rollen van Gloria Swanson en William Holden – of de enige film die acteur Charles Laughton ooit geregisseerd heeft. Een film die ik voor het eerst zag tijdens een nachtmarathon van de Filmliga en waar ik jaren niet van bijgekomen ben, een meesterwerk dat nooit gedraaid heeft in een reguliere Nederlandse bioscoop. The Night of the Hunter is een Freudiaanse nachtmerrie met Shelley Winters en een lugubere Robert Mitchum. En wat te denken van de oude meester John Ford?! Hij heeft een aantal onvergetelijke Westerns gemaakt, veelal met John Wayne, maar draaide met even groot (schijnbaar) gemak het sociale drama The Grapes of Wrath, gebaseerd op het boek van John Steinbeck. Ik denk dat Henry Fonda als Tom Joad in deze film zijn reputatie als Hollywoodster gevestigd heeft. Sidney Lumet mag niet onvermeld blijven, ik noem hier zijn Equus vanwege Richard Burton in de hoofdrol, maar hij heeft nog andere films gemaakt die zeker op mijn lijstje zouden moeten prijken. Ik kan het niet laten om één Western te noemen: Johnny Guitar (onder regie van Nicholas Ray en vertolkt door Sterling Hayden, tegenover Joan Crawford); die kan dan ook meteen staan voor films als Rio Bravo, The Man Who Shot Liberty Valance, One-Eyed Jacks, Stagecoach, Two Rode Together, True Grit en zoveel andere.

 

 

Maar ik ben op filmgebied geen monomane Hollywood-adept. Ik heb veel werk gezien en genoten van Mike Leigh, Kenneth Loach, Alan Clarke en het befaamde duo Michael Powell en Emeric Pressburger (The Red Shoes met Moira Shearer!). Buiten het Verenigd Koninkrijk pik ik hier en daar wat mee. De grote, onvergelijkelijke Luchino Visconti: Ludwig, Ossesione, La Terra Trema en, natuurlijk, meesterwerken als Death in Venice, The Damned en Il Gattopardo. Van Francesco Rosi moet ik Salvatore Giuliano noemen, maar de rest van de Italiaanse film doe ik daarmee ernstig tekort: Bernardo Bertolucci, Dino Risi, Ettore Scola, Frederico Fellini, Ermanno Olmi. Mijn favoriete Franse regisseur is Jean-Pierre Melville; met name zijn Le Cercle Rouge en films als Le Samouraï of Le Doulos zijn magnifiek, maar ik heb ook vrijwel alles van Louis Malle, Claude Chabrol en Francois Truffaut gezien. En op de toppen van de Japanse filmkunst drijft Akira Kurosawa naderbij: Kagemusha of Ran – kippenvel! En dan heb ik het helemaal nog niet gehad over de Spaanse film, de Duitse, de Scandinavische, de Poolse, Tsjechische, Russische… Om maar helemaal niets te zeggen over het allergrootste (wat kwantiteit betreft, over kwaliteit zwijg ik) filmland ter wereld: India. Om moedeloos van te worden.

Het frustrerende van lijstjes: je kunt er nooit helemaal op krijgen wat je er op wilt hebben en ook nog voldoende kwalificaties aanbrengen. Het is altijd van ‘ja, maar…’ en ‘eigenlijk toch….’. Het is dan wel film, maar het ene genre is bepaald het andere niet, de ene nationale traditie heeft andere kenmerken dan de volgende, hoe voeg je dat allemaal bijeen? Ik vrees dat ik mijn filmvriendin moet teleurstellen – ik stop haar een slordige stapel dvd’s toe en zal zeggen: kijk zelf maar, zie maar of je er net zoveel plezier aan beleeft als ik. Gelukkig zijn er in de loop van zo’n 125 jaar filmgeschiedenis vele honderdduizenden films gemaakt, tot je laatste snik kun je films blijven kijken.

 

 

afbeeldingen

John Huston, bron: galleryhip.com
The Misfits, bron: www.screenadventure.com
Alain Delon, bron: patchofyellowwall.wordpress.com