Zou de Maagdenhuisbezetting écht iets opleveren? Hoe langer de actie duurt, hoe minder overtuigend het allemaal is. De volstrekte incompetentie van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam is genoegzaam gedemonstreerd. Toen het Bungehuis werd bezet, kraaide Louise Gunning nog Ga onmiddellijk mijn gebouw uit, maar ze heeft daarmee blijkbaar al haar kruit verschoten. Wat de bezetters willen, is mij niet duidelijk geworden. Ik heb tv-uitzendingen gezien van opgewonden bijeenkomsten in een gruwelijk soort steenkool-Engels waarbij de belangrijkste boodschap scheen te zijn dat iedereen van alles mocht zeggen.

Het Maagdenhuis heeft een bijzondere klank: eind jaren zestig zou de toenmalige bezetting een soort keerpunt zijn geweest in de universitaire geschiedenis. Ik was er niet bij, maar heb het van afstand een beetje gevolgd aan de hand van krantenknipsels – ik verbleef een paar maanden in Noord-Afrika – voor onderzoek. Na thuiskomst merkte ik dat er inderdaad iets veranderd was aan de universiteit, althans aan de Universiteit van Amsterdam. Meer bureaucratie, meer vergaderingen, meer onrust. Ik zou niet kunnen zeggen in hoeverre de Maagdenhuisbezetting onmiddellijk tot iets concreets op het gebied van onderwijs of onderzoek heeft geleid – behalve misschien een scheuring in het ‘actiewezen’ (aksiewezen moet ik waarschijnlijk zeggen): vrouwelijke bezetters realiseerden zich dat ze ook in tijden van revolutie broodjes moesten smeren en seks moesten leveren aan de heren met de grootste bekken. Op langere termijn waren de gevolgen niet te overzien.

In mijn perceptie heeft het ‘Maagdenhuis’ op het gebied van onderwijs en onderzoek geen enkele verbetering gebracht, integendeel, alleen maar verloedering en narigheid. De universiteit is sindsdien een bureaucratische moloch geworden, een broedplaats van allerhande zogenaamde deskundigen, praatjesmakers, directeurtjes, managers, adviseurs, baasjes, gewichtige mannetjes en vrouwtjes, die één ding gemeenschappelijk hadden: een onvoorstelbare productie van nutteloos papier. Nota’s, rapporten, voorstellen, plannen, analyses.

Na het Maagdenhuis was het hek geopend voor de universiteit van de ‘raden’. Over alles moest worden vergaderd, in veelvoud, nooit werd er iets beslist, alles verdween weer even hard in de prullenmand als het eruit gekomen was. Ritualisme. Geen spoor van ontwikkeling in een bepaalde richting, zuivere involutie. Dat herinner ik me: reorganisatie na reorganisatie. Trimesterisering, semesterisering, weer trimesterisering, weer semesterisering en dit alles met verwijzing naar identieke overwegingen. Contacturen, herkansingstentamens, werkgroepen, doelgroepen, vakgroepen, leerstoelgroepen, onderwijsscholen, onderzoekscholen, de hele santenkraam.

Ik geloof dat de Maagdenhuisbezetters van nu ook weer ‘inspraak’ willen en zetels in de hoogste organen… betere controle op wat er met de universiteiten en hun megalomane bestuurders aan de gang is. De laatste berichten wijzen allemaal in die richting, afgezien van de interne tegenstellingen bij de bezettende macht. Het ziet er naar uit dat we een nieuwe ronde tegemoetgaan van raden, vergaderen, inspraak, one man one vote en al die andere onzin. De veranderingen op de universiteit zijn altijd cyclisch – zo’n verschrikkelijk ministerie als dat van Onderwijs moet tenslotte ook iets te doen hebben. Jet Bussemaker, PvdA, je wenst haar je ergste vijanden niet toe. Je ziet de autoriteiten met rubberen knieën door de arena wankelen. Arme universiteit.