Een behulpzame geest wees me op een nieuwe verhalenbundel over Bombay – in de boekhandel vond ik inderdaad het boek Bombay Stories; het ging om de vertaling van een stuk of vijftien korte verhalen van Saadat Hasan Manto. Veel van zijn werk is oorspronkelijk in het Urdu geschreven, zijn moedertaal. Ik heb zijn verzameld werk in het Hindi: vijf delen van bij elkaar zo’n 1750 pagina’s: hoorspelen, toneelstukken, essays en vooral korte verhalen, zijn sterke punt. Geen groot oeuvre, maar Manto is dan ook niet erg oud geworden. Hij werd geboren in 1912, vlakbij Ludhiana, in de Punjab, groeide op in Amritsar, woonde in Bombay, Delhi, weer Bombay en uiteindelijk in Lahore, waar hij stierf op drieënveertigjarige leeftijd. Hij had een zwakke gezondheid, maar iedereen die hem heeft gekend is het er wel over eens dat hij zichzelf door drank en drugs heeft verwoest.

Ik heb geen betrouwbaar overzicht van wat er zoal in het Engels is vertaald. Ik heb zelf een bundel korte verhalen uit 1987: Kingdom’s End and Other Stories, uit het Urdu vertaald door Khalid Hasan, twee versies van Black Margins of Black Borders – wat ik zelf Zwarte aantekeningen in de marge zou hebben genoemd – zijn schetsen uit de filmwereld van Bombay (Stars from Another Sky) en dan nu ook de Bombay Stories. De vertalers van deze bundel zijn Matt Reeck en Aftab Ahmad. Dat levert vergelijkingsmateriaal op met Khalid Hasan, want een stuk of vijf verhalen overlappen. Mijn eerste indruk is dat Reeck en Ahmad de betere vertalers zijn. Mummy gaat over Mevrouw Stella Jackson die in Pune woont, waar de verteller haar leert kennen.

I had no idea how long she had lived in Poona. The fact was that she was such a fascinating character that after meeting her once, such questions somehow became irrelevant. She herself was all that mattered. To say that she was an integral part of Poona may sound like an exaggeration, but as far as I am concerned, all my memories of that city are inextricably linked with her.

I don’t know how she got to Pune or for how long she had been living there. In fact I never tried to figure out where she came from. She was so immediately interesting that you never thought to ask about her past, and you never worried whether she had any relatives because she was connected with everything that happened in Pune. It’s possible I’m exaggerating a little, but it seems like each and every one of my memories of Pune include her.

Je kunt meteen zien dat de eerste vertaler niet van de fijne puntjes op de i houdt en geneigd is een beetje haast te maken. De tweede vertaling doet meer recht aan zowel de geportretteerde als de verteller. Vertaling twee is van Reeck en Ahmad. Uit hun Translator’s Note kun je bovendien opmaken dat ze zich grondig in het leven en werk van Manto hebben verdiept. Een aanwinst.

 

Manto ziet er niet tegen op om zijn autobiografie te mengen met zijn verhalen. Hij voert zichzelf op, als het zo uitkomt, en beschrijft situaties en personen uit zijn directe omgeving – soms met naam en toenaam. Met een ontwapenende eerlijkheid behandelt hij zijn zwakheden – zijn luiheid, drankmisbruik, amoureuze escapades, drugs. Hij heeft een voorkeur voor wat je de ‘zelfkant’ van de maatschappij zou kunnen noemen: hoeren, pooiers, acteurs, werklieden, huispersoneel, vertegenwoordigers van uiteenlopende etnische groepen; hij schrijft over joden, parsis, Chinezen en allerlei ander ‘exotisch’ volk dat bij de grote stad hoort. Aan Bombay had hij zijn hart verpand.

Die kenmerken van zijn werk hebben hem voortdurend problemen opgeleverd. In eerste instantie met het establishment van literair India. In de periode dat er voor de onafhankelijkheid werd gestreden, zouden schrijvers op een ‘positieve manier’ over hun land en volk moeten schrijven en moeten bijdragen aan de opheffing van de wijdverspreide armoede en onwetendheid. Manto was de kwade genius. Zijn verhaal Smell werd vaak genoemd als voorbeeld van smoezeligheid en degeneratie – hij beschrijft daar hoe de mannelijke hoofdpersoon, Randhir, opgewonden raakt van de geuren van een volksmeisje met wie hij de nacht doorbrengt: ze ruikt naar zweet en urine en hij likt met begeerte haar sterk behaarde, vochtige oksels. Steeds als hij daarna met andere vrouwen vrijt, denkt hij weer aan die bedwelmende geur … hij is voor het leven getekend.

Randhir looked at the girl lying by his side. Feminine charm touched her only in places, just as drops of spoilt milk fleck water. In truth, Randhir still longed for the ghatin girl’s (het volksmeisje, LB) natural scent, so much lighter and yet so much more penetrating than the scent of henna (…) Trying for the last time, Randhir ran his hand over the girl’s milky skin, but he felt nothing (…) He tried to find the scent of the ghatin girl’s dirty naked body that he had enjoyed.

Ook sommige andere verhalen hebben hem in moeilijkheden gebracht, hij heeft wel vijf keer voor de rechter gestaan op beschuldiging van het ondermijnen van de geestelijke volksgezondheid.

Nog sterkere beschuldigingen kreeg hij naar zijn hoofd vanwege zijn verhalen over de religieuze botsingen die hij meemaakte, met name toen Hindoes en Moslims elkaar afslachtten ten tijde van de scheuring tussen India en Pakistan. In de marge van die bloedige burgeroorlogen deden zich absurde wreedheden voor die ons laten zien dat we met menselijk handelen te maken hebben en niet met een soort natuurverschijnselen. Manto noteerde wat hij zag en hoorde en velen vatten dit op als puur cynisme. Een paar voorbeelden (mijn vertaling, LB):

Het vuur verwoestte de hele buurt. Op de gevel van de winkel die door de vlammen was gespaard, stond te lezen: ‘Voor al uw bouw- en constructiematerialen’.

De relmakers hadden zich op de huiseigenaar gestort om hem zijn woning uit te slaan. Hij stond op, klopte het stof van zijn kleren en riep: ‘Sla me maar dood, kan mij het schelen, maar ik waarschuw jullie: blijf met je poten van mijn geld, jullie krijgen geen rooie cent!’

Hij is nog niet dood. Kijk dan, hij ligt nog steeds naar adem te happen’. ‘Laat hem toch, makker, ik ben nu al afgepeigerd’.

Hoor eens even, maatje, je hebt me petroleum verkocht voor een woekerprijs, maar ik heb er nog geen enkele winkel mee in de fik kunnen krijgen.

Ik laat me niet bekeren tot het Sikhisme en geef me nu alsjeblieft mijn scheermes terug.

Van cynisme was bij Manto geen sprake. Integendeel, hij werd gek van het aldoor maar aanhoudende religieuze geweld en heeft om die reden Bombay verlaten voor Lahore.

 

Een neef van Manto schreef over de dag dat zijn oom stierf. Even daarvoor had een afgrijselijk verhaal de ronde gedaan over een vrouw uit Gujarat en haar baby die door een groepje mannen uit een bus was gesleurd, vele keren verkracht en voor dood langs de kant van de weg achtergelaten. Manto had toevallig vrienden uit Gujarat op bezoek gehad die hem op de hoogte hadden gesteld van alle details. Manto was naar de kroeg gegaan en had zich van narigheid letterlijk doodgedronken.