Ze wordt nu hier en daar Mary Poppins with a Camera genoemd, Secret Street Photographer, Poet of Suburbia, maar wie haar kende weet wel beter. Ze was knorrig en nors, gaf niets van zichzelf prijs en werd razend als je naar haar persoonlijke leven of haar verleden vroeg. Ze had ‘linksige’ opvattingen en stelde zich op als feministe. Op latere leeftijd zag ze er uit als een shopping bag lady – ouderwetse kleding, plastic tassen vol kranten en curieuze spullen en altijd een fotocamera om haar nek – niemand die haar zag voorbijkomen vermoedde dat ze daarmee écht fotografeerde.

Ik heb het over Vivian Maier – over een maandje kan iedereen met haar kennismaken: er is een tentoonstelling op komst bij het onvolprezen FOAM Fotografiemuseum, Keizersgracht, Amsterdam: Street Photographer. Maier was een fenomeen, als er ooit een was. Ze kwam oorspronkelijk uit Frankrijk, zowel haar grootmoeder als haar moeder werkten in de Verenigde Staten en zij volgde, maar tussen haar zesde en twaalfde zat ze op school in haar geboortedorp. Eind jaren dertig keert ze terug naar de Verenigde Staten. Ze had baantjes in de huishouding, ging vlak na de Tweede Wereldoorlog weer een tijd terug naar Frankrijk, werkte als kinderjuf in Chicago en New York City, maakte in haar eentje een wereldreis en zocht daarna haar oude werk weer op: ‘nanny’. Op latere leeftijd kon ze geen werk meer krijgen, ze stierf in 2009 onder behoeftige omstandigheden.

Vooral in de jaren vijftig en zestig heeft ze het straatleven in Chicago (waaronder de riots van 1968) en New York (intocht van president Kennedy) intensief vastgelegd. Als de kinderen die ze onder haar hoede had naar school waren, trok zij erop uit met haar toestel en legde vast wat haar interesseerde en wat ze tegenkwam; ze had een onbedwingbare hang naar ‘straatvolk’, buitenbeentjes als zijzelf: bedelaars, daklozen, marktkooplieden, dorpsgekken. Toen ze in Chicago werkte, bezocht ze vrijwel dagelijks de Maxwell Street Market, een enorme, kleurrijke vlooienmarkt – ze heeft er duizenden foto’s gemaakt, zefs een paar filmpjes. Maar als het zo uitkwam maakte ze foto’s van een beroemdheid. Ze legde Salvador Dali vast bij de ingang van het Museum of Modern Art toen ze op weg was naar een fototentoonstelling en hij net naar buiten kwam. Ze heeft nooit les gehad, ze kende geen enkele fotograaf, ze leerde het vak door intensief naar andermans foto’s te kijken. Ook werd ze getroffen door fraaie ‘stadsschappen’, een drukke straat van bovenaf gezien, treinrails, hoge gebouwen – daarbij was ze als iedere fotograaf gevoelig voor licht en donker. Ze staat op veel van haar foto’s als schaduw. Thuis maakte ze foto’s van de families en de kinderen waarbij ze in dienst was; méér dan zomaar gezellige kiekjes: verdriet, opvoedingsproblemen, kinderspelletjes en het dagelijkse leven in de welvarende voorsteden.

Je zou haar werk kunnen indelen in verscheidene soorten: portretten (waaronder veel zelfportretten, bij voorkeur in winkelruiten of achter het glas van treinen of bussen), foto’s van haar werkomstandigheden en – waar ze haar grootste faam aan te danken heeft – de straatfotografie. Ze werkte met simpel materiaal. Een Rolleiflex waar een rolletje met twaalf opnamen in paste – dat schoot ze per dag vol, minstens. Het grote voordeel van het toestel is de zoeker: daarvoor moet je van bovenaf in je camera kijken – je hebt als fotograaf dus nooit direct oogcontact met je object. Vermoedelijk heeft dat haar in staat gesteld om dicht op de huid van mensen te zitten zonder dat iemand zich bedreigd voelde. Het heeft haar waarschijnlijk ook gered van agressie en fysiek geweld in de vele achterbuurten waar ze doorheen zwierf – de Bowery op Manhattan is nu een gewilde woonbuurt, maar was in de jaren vijftig een gribus waar je normaal gesproken als vrouw alleen (of als man alleen) niet kwam. Zij wel.

Het opmerkelijkste aspect van Maiers leven is dat we vrijwel alles wat we weten uit haar foto’s hebben afgeleid. Ze sprak met niemand over het bestaan en ze heeft zelfs diverse pogingen in het werk gesteld om haar achtergrond ook administratief te verdoezelen. Ze was niet getrouwd, ze liet geen anderen toe in haar eigen sfeer. Ze heeft nooit iets gepubliceerd en de meeste foto’s die ze genomen heeft, heeft ze zelf niet eens gezien – ze liet maar een fractie afdrukken, bij de fotograaf om de hoek, op gewoon vakantiekiekjesformaat. Ze heeft jarenlang gewerkt bij een familie waarvan de moeder werkte als fotoredacteur bij een krant; ze hebben géén woord over fotografie uitgewisseld, Maier heeft haar werkgeefster nooit een foto laten zien.

Het is zuiver toeval dat haar werk nu de wereld verovert. Ze had al haar spullen in dozen en tassen opgeslagen, thuis had ze er geen ruimte voor. Toen haar geld op was, kon ze de huur voor de opslag niet meer betalen en op een gegeven moment werd de inhoud van haar bergruimten bij opbod verkocht: de deur ging open en de handelaars moesten blind bieden, niemand wist wat er in de dozen zat. What you see is what you get. Iemand heeft de hele handel gekocht, bijna twee trucks vól, waaronder dus naar schatting 150.000 negatieven en printjes. Allerlei persoonlijke zaken, brieven, papieren, snuisterijen, zijn vernietigd, de rest is in kleinere porties doorverkocht, de handelaar heeft er in totaal iets van 17.000 dollar voor gekregen. In de BBC-documentaire Vivian Maier Who Took Nanny’s Pictures, die eerder dit jaar werd uitgezonden, komt een handelaar aan het woord die voor 250 dollar ongeveer tweeduizend prints en negatieven heeft gekocht. Hij houdt alles krampachtig vast, want zijn doos met leuke plaatjes is nu opeens een fortuin waard. Jeff Goldstein, timmerman, heeft bijna de grootste verzameling in handen. Hij heeft zijn oude werk vaarwel gezegd en legt zich nu helemaal toe op het beheer van Maier’s foto’s. Hij zegt: de handel is bloedlink, ik ga alleen op pad met een gewapende bodyguard. John Maloof is de grootste mazzelaar, hij heeft de omvangrijkste collectie in handen; hij weigerde de BBC te woord te staan… meneer is bezig met een eigen documentaire. In korte tijd is Maier een begrip geworden in de kunstwereld, haar werk gaat de deur uit voor vele duizenden dollars per print. Steven Kasher’s Gallery in New York was dankzij Maier plotseling rijk en beroemd.

Maiers leven is verbijsterend, maar Maiers foto’s zijn niet minder verbijsterend. Wat ik ervan heb gezien reikt gemakkelijk tot het peil van de allergrootste beroepsfotografen, hoewel je nooit zult weten of zij de foto’s net zo had bewerkt en afgedrukt als nu gebeurt. Wat maar moeilijk tot me doordringt is de gedachte dat ze haar hele leven al haar geld heeft besteed aan de fotografie. Ze heeft er nooit meer van gezien dan een paar schamele kiekjes. Nu ze dood is, wordt haar nalatenschap geplunderd door een troep gieren, die er schatrijk van hopen te worden. Je zou willen dat ze het werk tenminste intact laten.

 

Vivian Maier – www.spoliamag.com; blinde straatzanger – www.zggallery.com; jongen op paard – www.vivianmaier.com