Herman Melville meende dat vrouwen in het algemeen weinig op hadden met de zee en toen zijn meesterwerk over de walvisvaart, Moby-Dick, voltooid was, schreef hij een vriendin: Koop het niet—lees het niet als het uitkomt, want het is absoluut geen boek voor jou. Het is geen fijne lap vrouwelijke zijde uit Spitalfields, maar het is een stof die geweven is van scheepstuig en kabeltouw. Er blaast een Poolwind doorheen en er cirkelen roofvogels boven. Waarschuw al je kieskeurige en verfijnde vriendinnen. Er komt geen vrouw in het boek voor, de walvisvaarder is een exclusieve mannenwereld in gevecht met de elementen.

Vrouwen zijn dun gezaaid in het werk van Melville. In Typee figureert de sympathieke Fayaway: prachtig om te zien, vrij, zachtaardig en sensueel en precies de vrouw die Tommo nodig heeft. Ze is Polynesische en wat zij heeft te bieden, zul je vergeefs bij Amerikaanse vrouwen zoeken—onbekommerd plezier. Melville laat ook in zijn andere verhalen met nadruk het contrast zien tussen de natuurlijke levendigheid en gratie van de meisjes in de Stille Zuidzee en de stijfheid, afstandelijkheid en aanstellerigheid van Amerikaanse vrouwen.

De associatie met Melville drong zich bij me op, toen ik onlangs in NRC Handelsblad (19 mei 2016) een stuk las over het masculiene tijdperk in de literatuur, geschreven door Jannah Loontjes, schrijver. Er staan opmerkelijk weinig vrouwen op leeslijsten, beweert ze, en vrouwelijke auteurs worden veel minder bekroond en gerecenseerd dan hun mannelijke collega’s. Ach, waar heb ik dat eerder gehoord? De jammerklacht wordt al tientallen jaren aangeheven, de tijd staat stil. Maar Loontjes heeft de achtergronden begrepen, zegt ze. Eeuwenlang werden boeken vooral door en voor meneren geschreven, over zaken door mannen gedacht of gedaan. Zo.

Melville zou goed passen bij dit profiel. Hij lijkt me weliswaar niet een schrijver die per se alleen voor ‘meneren’ schreef, maar het staat vast dat hij geen hoge dunk had van de lezeressen in zijn omgeving. Ironisch genoeg werd zijn Typee lovend besproken in het toonaangevende Gody’s Lady’s Book, maar dat leverde geen grote schare lezers op. Dat gold nog sterker voor Moby-Dick. Commercieel gezien was het boek een volstrekte flop, het werd niet door vrouwen gelezen, maar evenmin door mannen. Melville heeft niet meer meegemaakt dat zijn boek een triomftocht over de wereld begon, als klassiek literair hoogtepunt, maar ook als kinderboek, stripboek en in diverse verfilmingen.

Wordt er al ‘eeuwenlang’ gelezen, zoals Loontjes terloops meedeelt? Je kunt er over twisten, lijkt me. De opkomst van de romanliteratuur, daarover gaat het in haar stuk, dateert in feite uit de negentiende eeuw, nog niet zo gek lang geleden. In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië iets eerder dan in andere landen. Terwijl schrijvers als Melville en Thoreau genegeerd werden, kwam er een heel ander soort literatuur op, geschreven door vrouwen voor vrouwen—precies omgekeerd aan de stelling van Loontjes. Harriet Beecher Stowe was de grote heldin van het vrouwelijke lezerspubliek en haar werk is het prototype van het soort vrouwenliteratuur dat gestaag in populariteit toenam. Bij de dood van Kleine Eva in Uncle Tom’s Cabin blijft geen oog droog. Om haar doodsbed zitten haar vader en een groep slaven gegroepeerd, het aanbiddelijke meisje spreekt stichtelijke teksten en knipt plukjes uit haar goudblonde kapsel om weg te geven. Ze smeekt haar vader om een goed Christen te worden en alle slaven vrij te laten—hij sterft voordat hij deze beloften kan inlossen.

In het begin van de eeuw waren vrouwen (uit de geletterde middenklasse) gepreoccupeerd met het huishouden en als ze al lazen, was dat de Bijbel, maar naarmate de eeuw vorderde werd ‘lichte lectuur’ aantrekkelijker en beschikbaarder. Mannen lazen helemaal niet. Over hoe dat proces precies verlopen is, valt nog heel wat te studeren. Waarnemers spreken van talloze jonge Victoriaanse meisjes die een groot deel van hun jeugd spenderen op de chaise longue, their heads buried in ‘worthless’ novels. Ik citeer uit Ann Douglas, de schrijfster van The Feminization of American Culture, een standaardwerk over het onderwerp.

Net als Uncle Tom’s Cabin was Susan Warners The Wide, Wide World een absolute bestseller die door vrouwen verslonden werd. Ellen Montgomery komt in de problemen als haar onhandige vader zijn inkomen verliest. Ellen en haar moeder worden opeens geconfronteerd met het harde leven buiten de huiselijke, vrouwelijke, kring. Moeder wordt ziek en Ellen moet erop uit om stof te kopen in een textielwinkel. Als meisje wordt ze vernederd en bedrogen en alleen dankzij het optreden van een fatsoenlijke oudere heer slaagt ze erin haar taak tot een goed einde te brengen. Maar als haar moeder een Bijbel nodig heeft, komt Ellen in een boekwinkel terecht en dan lijkt ze een metamorfose te ondergaan. Ze keurt de Bijbels met een kennersblik en geniet van de serene rust die in de winkel heerst. Shopping for the necessities of food and apparel is painful, even unnatural; shopping to furbish the refined pursuits of religion and literature is delightful, and somehow not shopping at all, zegt Douglas.

Vrouwen lazen niet alleen voor de verstrooiing. In de poëzie, brieven, korte verhalen en romans werden ‘vrouwelijke waarden’ bezongen—mooie gevoelens, tederheid, opofferingsgezindheid, kuisheid. In veel van de talrijke vrouwentijdschriften, zoals Ladies’ Magazine, The Ladies’ Album of The Ladies’ Wreath: A Magazine Devoted to Literature, Industry and Religion werd fel geageerd tegen typisch ‘mannelijke’ aangelegenheden als oorlog, vrouwen vormden een geduchte kracht achter de Amerikaanse Vredesbeweging en allerlei pacifistische clubs. Elizabeth Stuart Phelps schreef haar The Gates Ajar, de populairste roman over de Amerikaanse Burgeroorlog. In het hele boek komt geen veldslag of soldaat voor… het was de schrijfster te doen om de vrouwen—de hulpeloze vrouwen die nooit geraadpleegd zijn; zij die door de oorlog verpletterd worden zonder dat ze konden kiezen of protesteren.

Is er sprake van onevenwichtige aandacht voor mannelijke en vrouwelijke schrijvers, zoals Loontjes zegt? Misschien, maar het gaat niet alleen om schrijvers, ook om het lezerspubliek. Dat was in de negentiende eeuw, bij de opkomst van de romanliteratuur, overwegend vrouwelijk en dat is nog steeds het geval. De grote verandering die zich klaarblijkelijk heeft voorgedaan, is dat na de periode van Melville, Thoreau en hun ‘menerenboeken’ steeds meer mannelijke schrijvers de aandacht van vrouwen hebben weten te trekken. Mij lijkt het dat de literatuur hierdoor niet verarmd is, zoals Loontjes schijnt te vinden, maar juist grote winst heeft geboekt.

 

illustraties
Little Eva; bron: nationalera.wordpress.com
Herman Melville en Harriet Beecher Stowe; bron: biography.com