Migratie is misschien niet de belangrijkste motor van de menselijke geschiedenis, maar het komt in de buurt. Het proces gaat in fasen, de eerste generatie sociaal-wetenschappelijke onderzoekers werd geïnspireerd door Darwin’s ecologische model: eerst invasie, dan acculturatie of integratie en vervolgens een nieuw evenwicht. Ik ben zelf in de jaren 1980 betrokken geweest bij een onderzoek naar de komst van buitenlanders in de stad Utrecht (Frank Bovenkerk en anderen, Vreemd volk, gemengde gevoelens. Meppel, Amsterdam; uitgeverij Boom; 1985).

We onderscheidden als de allereerste fase de ‘penetratie’. In de wijk Lombok besloeg deze de periode van vóór 1977/’78. Onder de autochtone bewoners overheerst welwillendheid jegens de (voornamelijk) alleengaande en alleenstaande mannelijke ‘gastarbeiders’. Er worden cursussen georganiseerd, gezellige avondjes gehouden en ontmoetingsprogramma’s ontwikkeld. In veel Utrechtse straten is het verschijnsel van de ‘Turkenmoeder’ in opkomst, een oudere dame die de nieuwkomers met raad en daad bijstaat en voorlichting geeft over ‘hoe de dingen in Nederland gaan’. Pas in een volgende fase, nadat er op grote schaal gezinshereniging heeft plaatsgevonden, is er sprake van een ingrijpende verandering, de immigranten organiseren zich in eigen familienetwerken en sluiten zich grotendeels af van hun omgeving. De onderlinge betrekkingen uit de allereerste fase worden, van beide kanten, verbroken. We schreven destijds: ‘Wat er op buurtniveau nog over is verloopt moeizaam, omdat daar nu overwegend jongeren komen die snel aangebrand zijn, zich aanzienlijk minder inschikkelijk tonen dan hun ouders en bij alles wat hun niet zint klaarstaan met beschuldigingen van racisme en discriminatie. De Nederlandse zaakwaarnemers blazen de aftocht. De lol is er af, het elan verdwijnt’.

Naarmate de invasie van vreemden toeneemt, groeit ook de afkeer en hier en daar volgen uitbarstingen van geweld. We hebben het in Utrecht gezien, maar ook in Rotterdam, Amsterdam en andere steden – een internationaal verschijnsel, misschien wel een universeel onderdeel van migratiestromen. Grote delen van de gevestigde bevolking trekken weg en op een gegeven moment lijkt het verzet tegen de nieuwkomers te breken. ‘Het is onze buurt niet meer’, hoor je dan zeggen. In de vakliteratuur wordt dit het ‘omslagpunt’ genoemd (tipping point) – doorgaans als de ‘vreemdelingen’ zo’n 15 tot 20 procent van de bevolking zijn gaan uitmaken. De buurt is van karakter veranderd, er komen exotische winkels, zwarte scholen, Turkse koffiehuizen, een moskee, Marokkaanse buurtcentra. Er ontwikkelt zich een nieuw evenwicht. De fase van acculturatie of integratie, er wordt een nieuw evenwicht gezocht. Het proces van etnische successie is (voorlopig) ten einde.

Via periodieke tellingen heb ik diverse Amsterdam winkelstraten – in de Indische Buurt bij voorbeeld – voor mijn ogen zien veranderen: vijftien jaar geleden nog hooguit zo’n dertig procent ‘etnische winkels’, nu zeventig procent of meer.

Het karakter van migratie is terdege onderzocht – historisch, sociologisch, antropologisch. Migratieprocessen lijken bijna op natuurverschijnselen: ze hebben dezelfde vorm en dynamiek, in welk historisch tijdvak of sociaal-culturele omgeving ze zich ook afspelen. Dat gaat zelfs op voor ogenschijnlijk persoonlijke elementen. Migratie gaat dikwijls in de vorm van ketens: na de pioniers die de nieuwe bestemming ‘penetreren’ volgt de rest: eerst familieleden, dan dorpsgenoten, tenslotte hele streken. De kwartiermakers moeten de achterblijvers laten weten dat de kust veilig is: er is werk, er is huisvesting, de omstandigheden in de nieuwe wereld zijn aanmerkelijk beter dan in het land van herkomst. Tegenwoordig gaan die ‘persoonlijke’ berichten ongetwijfeld per telefoon of email, maar in vroeger tijden per post of misschien in de vorm van korte bezoekjes. Een van de grondleggers van de moderne sociologie, William Isaac Thomas, bestudeerde in detail hoe de migratie tot stand kwam van Polen naar de Verenigde Staten, met name Chicago (The Polish Peasant in Europe and America, 1918, in samenwerking geschreven met de Poolse socioloog Florian Znaniecki). Door toeval kwam hij in bezit van brieven tussen migranten en hun achtergebleven familieleden en hij laat zien dat de migranten er alle belang bij hebben hun situatie zo rooskleurig mogelijk af te schilderen. Er kwam een stevige keten tot stand, in de jaren 1920 groeide Chicago uit tot de grootste Poolse stad ter wereld (na Warschau, zoals de stad trouwens ook de grootste zwarte stad was, de grootste Zweedse stad en een van de grootste Ierse en Italiaanse steden).

De aantrekkelijkheid van de nieuwe bestemming kan ook op andere manieren onder de aandacht worden gebracht, zoals bij voorbeeld gebeurde in het zuiden van de Verenigde Staten. Industriestad Chicago zat te springen om arbeidskrachten en in de zuidelijke katoenstreken was onder arme pachters een crisis uitgebroken toen McCormick na vele mislukkingen de ideale katoenoogstmachine had uitgevonden. In Chicago werd de Chicago Defender uitgegeven, dé toonaangevende zwarte krant uit die dagen. De krant nam het op zich om de zwarten naar de stad te lokken met een campagne onder de naam The Great Northern Drive. De krant werd in het zuiden veel gelezen (en doorgegeven) – de eigenaar verzon pakkende, Bijbelse slogans: The Flight Out of Egypt en propageerde populaire liedjes: Bound for the Promised Land en Going Into Canaan. Via de krant kon je goedkope ‘groepsreizen’ krijgen bij de spoorwegmaatschappijen. De verpakkingsindustrie en de slachterijen in Chicago huurden zwarte predikanten in om het Zuiden af te stropen op zoek naar nieuwe recruten, het zwarte treinpersoneel (conducteurs, dragers) maakte propaganda op Zuidelijke treinstations. Wie ’s ochtends arriveerde in Chicago, kon ’s middags meteen aan de slag. In 1910 telde Chicago ruim 40.000 zwarte inwoners, in 1920 ruim 100.000 en in 1930 bijna een kwart miljoen – ongehoorde groeicijfers.

Specifieker is het verhaal van Frank DiBerardino, telg uit een succesvolle immigrantenfamilie in Philadelphia. Eind 19e eeuw stichtte hij de DiBerardino Bank, investeringsbank annex stoombootexploitant. Hij was afkomstig uit een van de armste en primitiefste streken van Italië, de Abruzzo, ten westen van Rome – eerst door de Spanjaarden en daarna door de Fransen volstrekt verwaarloosd en uitgebuit. Hij sloot een contract met de Pennsylvania Railroad Company voor de levering van goedkope arbeidskrachten – overal in de Verenigde Staten werden op grote schaal spoorwegen aangelegd. DiBerardino richtte zijn aandacht als vanzelfsprekend op zijn streek van herkomst. Hij huurde agenten in die het gebied doorkruisten: je kon een goedkope ticket voor de overtocht krijgen en renteloze leningen afsluiten – bij aankomst in het beloofde land kreeg je gegarandeerd werk en dat betaalde aanzienlijk meer dan je in de Abruzzo op armzalige stukjes grond bijeen kon schrapen. In Amerika zou je niet voor vreemden hoeven te werken maar vóór en mét paesani, die jouw taal spraken (en dat was zeker geen Italiaans, maar een plaatselijk dialekt). Frank DiBerardino was van mening dat getrouwde mannen de beste en meest vertrouwde arbeidskrachten waren, dus liet hij ook schepen vol met jonge, ongehuwde meisjes overkomen – de padrone was naast werkverschaffer vermoedelijk de grootste huwelijksmakelaar uit de moderne geschiedenis. Hij stond zijn schepen persoonlijk op te wachten in de haven en zorgde ervoor dat ‘zijn’ mensen ongehinderd door de douane kwamen – hij lapte alle regels en beperkingen aan zijn laars, ook nadat in 1924 de immigratiewetten veel strenger werden. De arbeiders kwamen terecht in houten barakken bij de constructiewerkplekken, waar dag en nacht in ploegendiensten gewerkt werd – een bed bleef nooit onbeslapen. De voormannen namen het op zich om het thuisfront in Italië namens de dikwijls ongeletterde immigranten brieven te schrijven: alles was goed en de thuisblijvers deden er maar het beste aan om de overtocht naar Philadelphia óók te ondernemen. DiBerardino schreef er soms zélf nog wat zinnetjes ter stimulering bij. Tussen 1900 en 1940 heeft DiBerardino eigenhandig zo’n 40.000 landverhuizers uit de Abruzzo naar de Verenigde Staten gehaald. Een migratieindustrie op zichzelf.

Misschien dat migratie inderdaad een natuurverschijnsel is, maar de mensheid heeft er wel een stevig handje bij geholpen.

 

afbeelding Italiaanse markt (Philadelphia): bron: www.livelovephilly.com