Wild wonen. Lange tijd een utopie in Nederland, inmiddels volkomen ingeburgerd. Iedere Vinexwijk heeft zijn buurtje waar mensen met smaak en geld hun eigen huis kunnen (laten) ontwerpen. De percelen zijn afgepast, er zijn globale regels over hoogte en breedte, je hebt geen boodschap meer aan knellende overheidsregels en kan neerzetten waar je altijd al van gedroomd hebt. My home is my castle! Maar in de praktijk valt het niet mee om origineel en persoonlijk te zijn. Wie Vinexwijken heeft bekeken zal het opgevallen zijn dat er een sterke voorkeur bestaat voor een vaag soort ‘jaren dertig-stijl’: type notabelenwoning. Uitstraling: oerdegelijk, conservatief, welgesteld — doe maar gewoon. Misschien wel begrijpelijk, want als je ooit wilt verkopen kun je maar beter geen extravagant bouwwerk aanbieden waar mensen zich een hoedje van schrikken.

Ik heb de afgelopen jaren tientallen Vinexwijken en honderden ‘wild wonen-woningen’ bekeken. Eén opvallend en onderscheidend aspect is de ‘voordeur’. Je moet er in feite een andere aanduiding voor gebruiken, iets voornaams, iets sjieks. ‘Entree’ bij voorbeeld, ‘ingang’, ‘toegangsgebied’. Een entree is functioneel, zij geeft toegang tot de woning, het zou ingewikkeld worden als je via de ramen naar binnen moest klauteren. Toegang impliceert tevens het omgekeerde: de bewaking van je privacy. Een voordeur kan maar beter goed op slot zitten ter bescherming tegen de elementen, het slechte weer. Ook tegen ongewenste indringers van de menselijke soort. Een entree is ook, en misschien vooral, expressief. Je kunt er de status van de bewoners aan aflezen: zijn ze rijk of arm, hebben ze smaak of zijn het patjepeërs? Een entree straalt een boodschap uit. Ze dwingen ontzag af, je bent geïmponeerd; als bezoeker voel je je klein en onbetekenend. En bekeken als je nadert. Wie denk je wel dat je bent, om hier zomaar te komen aanbellen? Met zo’n soort entree heb je geen waakhond meer nodig. Er zijn er véél van! Soms tref je een entree die iets uitstraalt van ‘welkom’ — dat is de uitzondering. Ook ‘wilde woningen’ staan in een rijtje, soms zelfs direct aan elkaar geschakeld (Steigereiland, IJburg, Amsterdam), zodat een majestueuze toegang iets potsierlijks krijgt, de verhoudigen kloppen niet. Wat indruk maakte op de tekentafel, in isolement, wordt lachwekkend in werkelijkheid, in een échte omgeving. De staat van Nederland kan uit al die ‘ingangen’ afgelezen worden.

Boven de deur een constructie die op een balkon lijkt; als je daar staat kun je het volk minzaam toezwaaien.
Bezoekers kunnen met een flink peloton komen aanmarcheren, de kasteelheer spreekt ze vanuit de hoogte toe.
De postbode kan met een vorkheftruck aan de deur komen.
De deur was blijkbaar te mooi voor een gleuf, maar de brievenbus aan de rechterkant detoneert bij de
semi-klassieke lantaarns, ook het huisnummerbordje lijkt nogal frivool.

 

In de ‘Wilde Wonen Wijk’ van Floriande, de Vinextrots van de Haarlemmermeer, kijkt men niet op een metertje meer of minder.
Dubbele voordeur, voor het geval er grote mensen of dingen naar binnen of naar buiten komen. Door de ombouw ontstaat iets speciaals.
De twee ‘pilaren’ vormen een vage verwijzing naar een portico of misschien zelfs porte-cochère. Steekwoord: voornaam. Dat zal ongetwijfeld de bedoeling zijn,
er is over nagedacht. Helaas, het huisnummer lijkt daardoor wat
gewoontjes. Waarom niet óók in koper uitgevoerd, zoals de brievenbus en de deurklinken?

 

Van deze entree, in Meerwijck (ja, met ‘ck’) bij het Zuidlaarder Meer, is een zelfstandig kunstwerk gemaakt. Je kunt vermoeden dat achter de dubbele voordeur een balzaal ligt
die tot in de hemel reikt. Groots en meeslepend wil ik leven.

 

Met wat meer ruimte zou hier een waarachtige oprijlaan kunnen liggen, dit is ‘second best’, een verhoogd pad naar een monumentale deur met bordes.
Boven de deur een Frans balkon, ’s avonds verlicht door quasi antieke
lantaarns. Je kunt hier met z’n tienen naast elkaar het bordes bestijgen, vier treden.
In zo’n huis woonde vroeger de dokter of de notaris. Nu?
Dit pand is gloednieuw — Haarlemmermeer (Floriande) — waar nog niet lang geleden aardappelvelden lagen.

 

Is dit de toegang tot een woonhuis of een kantoor? Beide misschien. De voordeur lijkt door de voorzetmuur en het afdak verscholen in een portiek
met eigen entree, geflankeerd door struiken. Op het parkeerterrein voor het pand kunnen stadsbussen gestald worden
. Smijten met ruimte is
belangrijk statussymbool. De postbode hoeft het hele eind naar de voordeur niet af te leggen, hij kan zijn spullen bij de inrit afgeven,
voor alle partijen maar het beste, vermoedelijk.

 

Raadsel: voor wie is deze koninklijke oprit bedoeld? Het lijkt op een huis zonder voordeur, mensen komen en gaan per auto — wat in Vinexwijken
op zichzelf ‘normaal’ is. De voordeur zit rechts, opzij. Waarom nog pretenderen dat er iemand zal aanbellen? De postbode mag op de stoep blijven.

Je ziet het meer, hier in Meerwijck.

 

Dit huis is entree geworden, inclusief pilaren en balkon. De postbode zal naar boven moeten en zo te zien is er in de brievenbus alle plek voor pakjes en kranten.
Welke
gedachte heeft aan deze constructie ten grondslag gelegen? Beneden aan de trap naar het bordes loopt een soort voetpad en als je achteruitloopt
om het geheel te bekijken, moet je oppassen om niet achteruit de sloot in te lopen. In feite is dit daardoor niet de voorkant
van het huis maar de achterkant.
Je moet speciaal omlopen om dit ensemble te kunnen zien. Vandaar wellicht die vuilniszak. Floriande.

 

Fantasieportico, zuilen, lantaarns, vazen met iets erin. Als locatie voor Bollywoodfilm heel geslaagd. Ik zou hier nooit aanbellen, denk ik, zelfs niet als ik moest collecteren.
Ook al: Floriande.

 

Niet alleen notarishuizen en Bollywoodpaleizen hebben ‘voorname’ voordeuren en entrees, ook hypermoderne, zakelijke bungalows, zoals deze bij Asterdplas (Breda).
De ontwerper heeft in feite een entree ontworpen met een huis eraan vast.
Je kunt het ook anders zien: een woning met een grote, open muil.
Wie aanbelt wordt verslonden.

 

 

[foto’s copyright Lodewijk Brunt]