De Indiase premier Narendra Modi heeft het de eerste periode van zijn bewind goed gedaan, lijkt het. In de pers komt hij er tenminste genadig vanaf, ook in de Nederlandse pers. Hij lijkt India met nieuw elan te hebben geïnjecteerd, het land was onder het bewind van de Congress Party verlamd geraakt. Ondanks hooggespannen verwachtingen voor de verkiezingen, is de Gandhi-dynastie roemloos afgegaan, door een zijdeur. Zullen Rahul en zijn moeder Sonia ooit nog een prominente rol spelen? Je kunt het je bijna niet voorstellen. Nu wordt er enthousiast geroepen over het ‘Nieuwe India’, de economie groeit en bloeit, buitenlandse investeerders stromen toe. Dat Modi – als Chief Minister van de deelstaat Gujarat – een kwalijke rol heeft gespeeld bij de slachting van Moslims in 2002 (the Gujarat Progrom) is inmiddels vergeven en vergeten. Twee jaar geleden werd hij officieel onschuldig verklaard door een speciaal onderzoeksteam van het Indiase Hooggerechtshof, en hij mag ook de Verenigde Staten weer bezoeken, wat een tijdlang verboden was. Modi is een graag geziene gast aan de tafels van rijken en machtigen. Heeft hij zijn radicale Hindoefundamentalisme afgezworen, nu hij regeringsleider is in wat officieel nog steeds geldt als een seculiere staat?

Niet iedereen is blij. Een vriend stuurde me de referentie naar een interview met Ghanshyam Shah, emeritus professor in de politicologie aan de Jawaharlal Nehru University (Scroll.in, 2 januari 2015). Een goede oude kennis, kenner van Gujarat, de deelstaat waar hij is geboren en opgegroeid. We hebben in de jaren 1990 gegevens uitgewisseld toen we beiden materiaal verzamelden over de pestepidemie uit 1994 in de stad Surat – grote paniek over een hoogst besmettelijke ziekte die dat niet bleek te zijn. Ik gebruikte mijn gegevens onder andere voor een documentaire (Blessed by the Plague), Shah voor een boek (Public Health and Urban Development. The Plague in Surat).

Wat is er veranderd sinds Modi aan de macht is gekomen? Met name: is Modi als premier een gematigd politicus geworden? Dat is het thema van het interview, meer een gesprek tussen twee insiders. Shah laat er geen misverstand over bestaan: iedereen die gehoopt heeft dat Modi zich zou losmaken uit het hele netwerk van Hindoefundamentalistische ideologieën en organisaties waarin hij als spil heeft gefungeerd, komt bedrogen uit. Hij laat zich nog steeds leiden door de ‘familie’ van hele en halve militaristische clubs die India zien als Hindoestaat en door de filosofische uitgangspunten van Hindutva, de ‘leer’ die daaraan ten grondslag ligt. Hij maant de talrijke fanatieke volksmenners en gevaarlijke oorlogshitsers uit zijn partij weliswaar soms tot kalmte, maar neemt geen principiële afstand van ze.

Shah vertelt dat hij in 1985 als redacteur van een tijdschrift een kritisch artikel publiceerde over de volgelingen van Swaminarayan, de grondlegger van een populaire Hindoesecte. Het Openbaar Ministerie in Gujarat vaardigde een arrestatiebevel uit tegen de auteur en de tijdschriftredactie, maar stuitte daarbij op een muur van protest; zelfs in alle regionale kranten verschenen verontwaardigde reacties. De kwestie werd geseponeerd. ‘Een dergelijke steunbetuiging zou vandaag de dag ondenkbaar zijn’, zegt Shah, ‘de ruimte voor afwijkende meningen is vrijwel verdwenen’.

Ook in geletterd gezelschap heerst het uitgangspunt dat ‘wij, Hindoes, de meerderheid vormen’ en dat India uiteindelijk inderdaad een Hindoestaat is – of zou moeten zijn. Men gaat er kritiekloos vanuit dat het in 2002 Moslims waren die de Hindoes hadden vervolgd en dat Moslims nu eenmaal gewelddadiger zijn dan anderen. ‘Er bestaat geen traditie van kritische analyse meer’, zegt Shah. Hij wijst op auteurs van leerboeken die druk bezig zijn de geschiedenis te herschrijven; dat gebeurde al eerder onder premier Vajpayee, het werd teruggedraaid onder Congress, en nu wordt het weer vrolijk voortgezet. Er is op grote schaal sprake van ‘saffranisering’ (naar saffron, of saffraan, de oranjegele kleur van het Hindoefundamentalisme).

Een voorbeeld. Minister Smiti Irani (van Human Relations Development) wil de Duitse taal afschaffen op de ruim duizend ‘Centrale Scholen’ die onder haar Ministerie vallen: onderwijsinstellingen voor kinderen van hoger overheidspersoneel. Het Duits moet vervangen worden door … Sanskriet en dat geldt dan als een (verplichte) moderne Indiase taal. Mevrouw Irani was president van de BJP-vrouwenafdeling voordat ze de ministerspost kreeg, als beloning voor haar partijwerkzaamheden. Ze begon haar loopbaan als fotomodel en tv-actrice, maar werkte zich in snel tempo op in de partijhiërarchie. Hoewel ze geldt als specialiste op het gebied van onderwijs, vertelt ze voortdurend leugens over haar eigen opleiding; ze laat zich voorstaan op diploma’s die ze nooit gehaald heeft – waaronder een graad van de Amerikaanse Yale University. Die graad bleek te bestaan uit een getuigschrift voor het volgen van een zevendaagse cursus ‘leiderschap’. Ze is desondanks een van de prominente gezichten van de regering Modi.

Shah herinnert ook aan een incident uit 2007 dat zich afspeelde in Baroda, aan de kunstacademie. Een student had voor zijn afstudeerproject afbeeldingen gemaakt van onder andere de godin Durga en Jezus Christus. Een bende religieuze fanaten was de school binnengevallen om de werken te verwijderen – ‘godslasterlijk’. De politie sloot de jonge kunstenaar op en de directeur van de academie werd ontslagen. Hoewel er van verschillende kanten werd geprotesteerd, deed Modi – als Chief Minister van de deelstaat – niets. De directeur blijft ontslagen tot op de dag van vandaag. Modi houdt zich stil.

Juist die ‘kleine’, dagelijkse dingen, geven een indringende indruk van hoe het is in een land dat geregeerd wordt door fundamentalisten. De economie kan met 5% of meer per jaar groeien, maar de kwaliteit van het bestaan wordt ernstig bedreigd – voor sommigen tenminste. Achter die voorvallen doemt de ideologie van Hindutva op, in 1923 ontwikkeld door Vinayak Damodar Savarkar: India is het land van Hindoes – aanhangers van andere religies, zoals het Christendom en de Islam, horen er niet thuis en met name Moslims zouden massaal ‘terugbekeerd’ moeten worden – de gedachte is dat ze ooit door Moslimveroveraars onder dwang tot de Islam bekeerd zijn en dat ze die historische fout nu eindelijk moeten rechtzetten. Een zuivere Hindoestaat zou bovendien een leidende rol in de wereld moeten spelen; India heeft niet voor niets een atoombom!

Daar hoort een netwerk van organisaties bij – de Rashtriya Svayamsevak Sangh (RSS), opgericht in 1925, en de allergrootste vrijwilligersorganisatie ter wereld met tussen de anderhalf- en twee miljoen leden. De militaristisch opgezette RSS is diverse keren verboden geweest — na de moord op Mahatma Gandhi en tijdens de onzalige dictatuur van Indira Gandhi — maar bleef ondergronds altijd functioneren. De Vishva Hindu Parishad (VHP), oftwel de Hindoe Wereldraad: propagandistisch van opzet, voortgekomen uit de beweging die zich keerde tegen het slachten van koeien in de jaren 1950 en 1960. De Bajrang Dal, met meer dan een miljoen leden, is de jeugdafdeling van de VHP; strijdbaar en gewelddadig, gericht tegen Islam, Christendom en Communisme. De Bajrang Dal speelde een vooraanstaande rol tijdens de Gujarat Progrom, met zwaard en vuur werden honderden Moslims beestachtig afgemaakt. De Bharatiya Janata Party (BJP) is de politieke tak van het geheel, de partij van Modi dus. Een door de BJP geleide alliantie regeerde tussen 1998 en 2004 onder premier A.B. Vajpayee en vice-premier L.K. Advani. De hele kring van organisaties rond de RSS wordt de Sangh Parivar genoemd: de ‘familie van verenigingen’. De familie is geïnfiltreerd in gevangenissen, scholen, universiteiten, bedrijven, vakbonden en tribale gemeenschappen over heel India.

Hoe hecht de familie is blijkt uit het geval van Modi-vertrouweling Amit Shah. In Gujarat was hij Minister voor Binnenstatelijke Aangelegenheden onder Modi. Tijdens de laatste verkiezingen werd hij door Modi in de deelstaat Uttar Pradesh neergezet, waar hij een landslide bewerkstelligde voor de BJP. Shah werd door de Indiase FBI verantwoordelijk gehouden voor de moord op Sohrabuddin Sheikh en zijn vrouw en nog een andere moord, ook op een moslim. Maar desondanks bleef Modi zijn vriend loyaal steunen en maakte hem zelfs president van de BJP. Cynisch voor een premier die van de torens roept dat hij India zal vrijwaren van nepotisme en corruptie.

‘Wij progressieven hebben een hoop te leren van de BJP en de RSS’, zegt Ghanshyam Shah aan het eind van het gesprek, ‘van hun organisatievermogen, hun ideologische duidelijkheid en hun gedrevenheid om zich voor de zaak op te offeren. De BJP spreekt mensen aan op een emotioneel niveau, ze presenteert zich als een beweging om de maatschappij te veranderen en niet zozeer als een partij die het alleen maar om stemmen te doen is’.

Het saffraanse netwerk van Modi vertegenwoordigt een geduchte macht die jarenlang geduldig en systematisch, steentje voor steentje, is opgebouwd. Daar schiet je niet zo gauw een bres in. Modi en de zijnen zullen nog wel een tijdje onder ons verkeren.

 

 

foto Narendra Modi; bron: whoa.in
foto Ghanshyam Shah; bron: counterview.net
foto Amit Shah; bron: smh.com.au