De kwestie van de moeder, de vrouw hoort bij de zomer, zou je zeggen. Komkommertijd. Een heel leger columnisten en ingezondenbrievenschrijvers blaast de wangen op van verontwaardiging. Het heeft iets van ironie: Nederland staat zo’n beetje op de allerlaatste plaats van de wereldranglijst vrouwenemancipatie, maar er wordt een toon aangeslagen alsof er voor het eerst een glazen plafond over het land wordt gelegd. Twee manspersonen zijn door de club van boekpropagandisten gevraagd een boekenweekbijdrage te schrijven over een thema dat taboe zou moeten zijn: de vrouw als moeder, maar op z’n minst dan toch door vrouwspersonen uitgewerkt zou moeten worden. Schande!

Of mannen in staat zijn een fatsoenlijk vrouwenportret, of moederportret te schrijven? Het wordt door veel van de opstandelingen in twijfel getrokken. Dat vrouwen dat wél zouden kunnen, schijnt een axioma te zijn, maar die vraag lijkt me net zo legitiem. Het omstreden thema is ontleend aan het gelijknamige gedicht van M. Nijhoff, het dateert uit de jaren dertig van de twintigste eeuw. De dichter deelt mee dat hij naar (Zalt-)bommel ging om de nieuwe brug over de Maas te zien, vlak daarvoor door Koningin Wilhelmina officieel geopend. Als hij na de bezichtiging in het gras ligt, wordt zijn aandacht getrokken door een stem. De stem is van een vrouw die aan het roer staat van een schip dat stroomafwaarts door de brug komt gevaren. Ze is alleen aan het dek en de dichter denkt aan zijn moeder: O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer. De vrouw zingt psalmen: Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren. Het heeft wel wat, een fraai beeld zoals het heet. Wat er mis is aan die vrouw kan ik niet bedenken. Mijn enige reserve betreft die psalmen. Ik moet natuurlijk aanvaarden dat ze religieus geïnspireerd is—M. Nijhoff deelt het ons mee—maar persoonlijk zou ik het mooier hebben gevonden als ze een aria van Verdi had gezongen of een lied van Schubert. Je kunt niet alles hebben.

Zal de inspiratie door dit gedicht echt leiden tot een achterhaald of seksistisch vrouwenportret, zoals ons wordt voorgespiegeld door de protestanten? Hmmm, ik denk dat het nog alle kanten uit kan. Zo’n jaar of twintig geleden werd een aantal dichters gevraagd het gedicht van M. Nijhoff opnieuw te bezien naar aanleiding van de nieuwe brug over de Maas die de Nijhoffbrug verving. Het wegverkeer was sinds de jaren dertig bijna 400 keer drukker geworden. In 1934 reden er gemiddeld ruim tweehonderd auto’s per dag over de brug, in 1996, ruim zestig jaar later, waren dat er zo’n tachtigduizend. Het zal trouwens nu nog vele malen erger zijn dan twintig jaar geleden.

Het toenmalige Cultureel Supplement van NRC Handelsblad drukte een stuk of tien gedichten af. Opmerkelijk: in verschillende exemplaren komt in de verste verte geen vrouw voor, laat staan moeder de vrouw of de vrouw de moeder. De brug zélf schrijft een gedicht, in de woorden van Gerrit Komrij: Ik loop van niets naar niets. Ik ben vergeten/Een brug te zijn over de doodsrivier/Met aan de overzijde echte kreten. Ook Willem Jan Otten concentreert zich op de brug als zodanig: Hij wacht je op/en hangt maar klaar,/de eerste stap/maakt hier van daar. Elma van Haren ziet in de bogen van de nieuwe brug de bustehouder van Brigitte Bardot. Freek de Jonge schrijft: Ik reeds langs Bommel en geen brug gezien. In z’n achteruitkijkspiegel ziet hij een vrouw. Is ze naar hem op weg? Ze lijkt iets tegen hem te zeggen en in gedachten pleegt hij overspel.

 


Epstein en Raphael: male-orderliness

Dat mannen niet in staat zijn aanvaardbare vrouwenportretten te schrijven, is overigens een wijdverbreide opvatting. Ook onder mannen zélf. Ik herinner me zoiets uit de correspondentie tussen Joseph Epstein en Frederic Raphael, opgenomen in Distant Intimacy. Raphael schrijft dat de toonaangevende Amerikaanse schrijvers—Great Writers at the Peak of their Powers (waaronder John Updike, Saul Bellow, Norman Mailer en Philip Roth)—één ding gemeenschappelijk hebben: not one has created a female character whose name can be remembered. Hij zegt: de moderne literatuur wordt getekend door een relentless male-orderliness. Epstein antwoordt met innige instemming: de moderne romankunst heeft geen enkel vrouwelijk personage van belang opgeleverd. Women are for bonking, zegt hij, not for being memorable.

Sterke opinies. Geestig verwoord. Toch een kanttekening. Van Philip Roth’s boeken kan ik me verschillende vrouwen herinneren, sommigen zelfs heel goed. Eén daarvan is de moeder van Roth, Bess. Hij schrijft over haar (in het voorbijgaan) in The Facts, maar uiteraard vooral in The Plot Against America, dat voor een belangrijk deel autobiografisch is. Een warme, zorgzame vrouw, afkomstig uit Elizabeth, NJ, waar ze opgroeide als Joodse  kruideniersdochter in een Iers-katholieke omgeving. Roth schrijft dat hij haar nooit heeft horen klagen over een moeilijke jeugd, waar vermoedelijk alle aanleiding toe was, maar merkt op dat ze pas zelfverzekerd werd na haar huwelijk en haar verhuizing naar de Joodse wijk in Newark,NJ waar Roth opgroeide. Ze sloot zich aan bij de PTA en bracht het zelfs tot vooraanstaand bestuurslid. Ze introduceerde moderne lesmethoden en organiseerde de moeders van kinderen op de kleuterschool. Ze was een Robinson Crusoe in het huishouden en een Florence Nightingale in de zorg voor haar man en twee zoons, schrijft Roth in zijn Novelist’s Autobiography.

 


De Roths: Herman, Philip, Bess, Sandy

Ze ging werken om geld te sparen. Onder druk van de fascistische dreiging (de ‘plot’ van The Plot Against America) overwoog ze serieus om naar Canada te emigreren en daar was geld voor nodig. Ze had een matigende invloed op haar driftige echtgenoot, tijdens de ergste perikelen was zij de voice of reason. Bij de opvang van verweesde neef Alvin en de paniekbestrijding van de kleine Seldon Wishnow—die haar vanuit Kentucky belt nadat zijn moeder tijdens antisemitische rellen in Louisville vermoord is—speelt ze haar glansrollen. Met als climax misschien de manier waarop ze haar zuster Evelyn de deur uitsmijt. Onvergetelijk—een doodgewone, Joodse huismoeder zonder kapsones die doet wat nodig is, als vanzelfsprekend.

 


Ter herinnering aan Robinson Crusoe en Florence Nightingale

Bess Roth is een bron van inspiratie, iemand die je aan het denken zet. Een lichtend voorbeeld. Philip Roth delft niet in haar binnenste, je weet lang niet altijd waarom ze doet wat ze doet, maar hij laat zien wat ze zegt en hoe ze zich gedraagt. Misschien is dat een laakbare omissie, maar voor vader Herman Roth geldt hetzelfde, net als voor alle andere personages die Roth’s roman bevolken. Je zou in je handjes knijpen als de moeder de vrouw een portret opleverde als dat van Bess Roth.

 

illustraties:
Philip Roth; bron: nydailynews.com
Het gezin Roth; bron: npl.org
Frederic Raphael en Joseph Epstein; bron: thetimes.co.uk