Nog even en dan is het zover: de Rooms-katholieken krijgen er weer een heilige bij—de Albanese Anjezë Gonxhe Bojaxhiu, beter bekend als Mother Teresa. ‘Gonxhe’ betekent trouwens rozenknopje; als ik zo’n naam had gehad, zou ik hem hebben behouden, hoe mooi de naam Teresa ook mag zijn. Het ‘heilige rozenknopje’: een sieraad voor de kerk! Mother Teresa was al ‘zalig’ verklaard, ze heeft haar promotie te danken aan een tweede door haar verricht wonder dat door de hoogste Vaticaanse autoriteiten onlangs als zodanig is erkend. Wat het voor de kerk en haar achterban betekent, weet ik niet, wat mij betreft is voor de zoveelste keer bevestigd dat de Rooms-katholieke kerk nog steeds stevig verankerd is in hocus pocus en kwakzalverij.

Mother Teresa heeft haar reputatie te danken aan haar activiteiten in de Indiase miljoenenstad Kolkata, Bengalen. Ze was er eerst schooljuffrouw, maar door de grote hongersnood van 1943 en de afgrijselijke godsdienstrellen van 1946 besefte ze dat haar inzet op andere terreinen noodzakelijk was: vanaf 1949 wijdde ze haar leven, in gezelschap van een schare volgelingen, aan ‘de armsten van de armsten’. Met toestemming van haar hoogste bazen in het Vaticaan stichtte ze de Missionarissen van de weldadigheid. Het doel was, in haar eigen woorden, de zorg voor mensen met honger, daklozen zonder kleding, kreupelen, blinden, lepralijders en wie zich ook maar ongewenst voelt, ongeliefd, onverzorgd, mensen die een last zijn voor de samenleving en die door iedereen gemeden worden. Haar missie is waarschijnlijk de omvangrijkste en succesvolste weldadigheidsonderneming aller tijden geworden. Ze wist honderden miljoenen dollars te vergaren, zat aan bij de groten en machtigen der aarde en won zelfs de Nobelprijs voor de Vrede.

Niet iedereen was blij. In India werd ze door velen gezien als een typische vertegenwoordigster van het arrogante Westen dat de Indiërs wel even kwam laten zien hoe ze hun samenleving moesten inrichten. Onder hindoefundamentalisten stak periodiek een storm van verontwaardiging op als er weer eens bewijzen werden gevonden voor de min of meer gedwongen overgang tot het Rooms-katholicisme waaraan de cliënten van de Missie onderworpen werden. Maar ook in het Westen werd niet onverdeeld positief op Mother Teresa en haar bedrijf gereageerd. De scherpste kritiek kwam van de onzinbestrijder Christopher Hitchens die een boek aan haar wijdde met de provocerende titel: The Missionary Position. Mother Teresa had niets op met armen, zei Hitchens, hooguit met armoede: volgens haar een geschenk van God. Haar hele leven heeft ze met verbetenheid gevochten tegen het enige middel waarmee je armoede kunt bestrijden: de emancipatie van vrouwen. Ze was tegen ‘onnatuurlijke geboortenbeperking’, echtscheiding, abortus en ze verkeerde consequent in het verkeerde gezelschap: the worst of the rich, zoals Hitchens het uitdrukt. Waar ging al het geld naartoe? Het primitieve ziekenhuisje in Kolkata was een ruïne toen ze met haar weldadige werk begon en was op het eind van haar leven nog steeds een ruïne en als ze zelf ziek was, reisde ze naar dure privéklinieken in Californië. Haar congregatie heeft nooit opening van zaken gegeven, maar ze beroept zich er op dat ze over de hele wereld honderden kloosterorden gesticht heeft onder haar eigen naam. Hitchens zegt: Excuse me, but this is modesty and humility?

Toen ik het bericht over de heiligverklaring las, dacht ik onmiddellijk aan het gedicht van de Indiase Urdu-dichter Javed Akhtar over Moeder Teresa. Het is te vinden in zijn bundel (तरकश) tarkash–te vertalen als ‘huiver’–uit het midden van de jaren negentig. Ik heb de Hindi-vertaling, Urdu lees ik niet. Het is een commentaar op de actualiteit, maar het Urdu is veel poëtischer dan je in een Nederlandse vertaling kunt laten zien: met scherpe accenten, binnenrijm en subtiele woordspelingen. Het gedicht heet simpel Mother Teresa, door Akhtar op z’n Engels geschreven waardoor je het niet als ‘moeder’ herkent, maar inderdaad als het formele mother (मदर). In het gedicht zelf spreekt hij haar aan met het intiemere ‘moeder’ (माँ).

Mother Teresa

Hé, moeder Teresa
ik kan je grandeur niet ontkennen,
wie weet hoeveel
droge monden en lege ogen
wie weet hoeveel
uitgeputte lijven en gewonde zielen,
naakte kinderen die een korst zoeken op de vuilnishoop,
oude lepralijders, die liggen te rotten op het trottoir;
wie weet hoeveel
ellendige mensenkinderen, dakloos, zonder verleden,
gebroken, vertrapte, hulpeloze mensen
de kracht vinden om te leven
in jouw schaduw?
Ze zijn gestraft omdat ze bestaan
en van die straf voor hun wezen
vinden ze een beetje uitstel,
hoe gering ook.
De aanraking met jouw hand is hun redding,
en jouw gulheid is een oceaan,
zonder oevers.

Hé, moeder Teresa!
Ik kan je grandeur niet ontkennen.
Maar ik ben zelfgenoegzaam:
ik leef alleen maar voor mezelf.
Dus wie ben ik om je dit te vragen?
Waarom heb je je nooit afgevraagd
wie deze treurige mensen tot wrakken heeft gemaakt?
Waarom heb je nooit overdacht
welke macht
mensen heeft beroofd van hun recht om te bestaan,
hun het trottoir op heeft gejaagd en de vuilnishopen?
Waarom heb je nooit willen zien
dat dit stelsel van goud en rijkdom
het brood van de armen steelt
en op jouw verzoek
wat kruimels strooit
voor de stervenden?
Waarom heb je nooit de wens uitgesproken
dat naakte kinderen,
oude leprozen
hulpeloze mensen
deze wereld zouden moeten vragen
naar hun recht op leven
en niet liefdadigheid voor hun bestaan?
Waarom
sympathiseer je aan de ene kant met de onderdrukten
terwijl je aan de andere kant
niet beschaamd bent met hun onderdrukkers om te gaan?
Maar het is waar,
hoe haal ik het in mijn hoofd
je zulke dingen te vragen?
Als ik het vraag
moet ik ook de verantwoording nemen
voor iets waaraan ik tot dusverre ben ontsnapt.

Misschien is het maar beter me stil te houden,
en als er iets te zeggen is,
laat me dan dit ene ding zeggen:
hé, moeder Teresa!
Ik kan je grandeur niet ontkennen.

 

 

illustraties
Mother Teresa; bron: biography.com
Christopher Hitchens; bron: youtube.com
Javed Akhtar; bron: youtube.com