Tot mijn verbazing werd er in het dagblad waarop ik ben geabonneerd enige aandacht besteed aan het overlijden van Tom Wolfe. Een dag of wat geleden citeerde ik op deze plaats het levensbericht over de schrijver dat werd afgedrukt, in de afleveringen daarna verschenen nog een getekend portret en een column van Frits Abrahams. Ik had me eigenlijk nooit gerealiseerd dat Wolfe in deze contreien een bekende naam zou zijn. Soms heb ik het wel eens over hem en dan kijken mensen me verbaasd aan: Tom Wolfe? Who the hell… Soms gaat er een lichtje branden: o, ja, Thomas Wolfe. Maar die is het dus niet.

Het portret was een aanfluiting. Was dat Tom Wolfe? Als de naam er niet bijgeschreven stond, had ik het niet kunnen raden. Armoedig, vooral omdat Wolfe zelf een getalenteerd tekenaar was. Maar het stukje van Abrahams viel me ook niet mee. Het heet: De ruzies van Tom Wolfe en betreft—aan de hand van Anthony Arthur’s boek over ‘literaire veten’—de controverse over Wolfe’s tweede roman: A Man in Full. Dat boek was door drie ‘vooraanstaande’ collega-schrijvers de grond in geboord, John Updike, Norman Mailer en John Irving. Wolfe ‘sloeg wild van zich af’, schrijft Abrahams. Maar Abrahams meent dat ze alle vier nogal overdreven. Wolfe was misschien niet zo’n goede schrijver als hij zelf meende, maar ook niet zo slecht als de anderen beweerden. Abrahams merkt op dat hij ooit Wolfe’s The Bonfire of the Vanities had gelezen. Hij vond het te wijdlopig en de personages ‘inderdaad nogal karikaturaal’—voor hem een reden om nooit meer een roman van Wolfe te lezen.

Ja, het staat er écht. Frits Abrahams spreekt minzaam zijn oordeel uit, maar de ruzie die hij bespreekt gáát helemaal niet over The Bonfire of the Vanities. Hij geeft Updike, Irving en Mailer gelijk zonder het omstreden boek—A Man in Full—zelfs maar aangeraakt te hebben! Nogal verbijsterend.

Wolfe’s eerste roman was een geweldig succes: torenhoge verkoopcijfers, verfilming, algemene waardering, maar zijn tweede sloeg alles. Toen het boek verscheen, bereikte het onmiddellijk de eerste plaats van de bestsellers’s lijst van de New York Times en bleef daar ruim tien weken staan. De eerste druk, hardcover, werd nog door zeven drukken gevolgd, iedere druk 25.000 exemplaren. Dan hebben we het nog niet over de paperbackuitgave. Het weekblad Time zette Wolfe op het omslag: De romanschrijver Wolfe is terug met A Man in Full, luidde de aankondiging, meer dan een miljoen exemplaren voordat iemand ook maar een woord heeft gelezen.

 


Tom Wolfe als tekenaar: een portret van Andy Warhol

Niet iedereen was gelukkig met het boek. De voormalige burgemeester van Atlanta, Georgia, die op voorhand Wolfe had uitgenodigd om te komen spreken voor een groep leidende zakenlieden—de roman speelt zich daar af, in kringen van vastgoedhandelaren—trok zijn uitnodiging schielijk in na berichten dat Wolfe de stad in zijn boek had ‘afgebrand’. Maar recensenten van bladen als Newsweek, Wall Street Journal, New York Times Book Review, Vanity Fair, New York Times waren enthousiast, het boek was duidelijk een succès d’estime. Toen Wolfe een promotiebezoek bracht aan Atlanta, signeerde hij bijna 2500 exemplaren in een paar uur, mensen stonden in lange rijen te wachten op het trottoir voor de plaatselijke Borders Boekhandel.

En toen kwam het: Three famous old novelists rousing themselves from their niches in literary history to declare a particular new novel anathema, zoals Wolfe de gebeurtenis beschrijft. Een gebeurtenis was het zeker, als er ooit eerder iets dergelijks is voorgevallen, is het mij in ieder geval ontgaan, zegt Wolfe erover. John Updike kreeg vier pagina’s in The New Yorker om te betogen dat A Man in Full beschouwd moest worden als ontspanningslectuur, entertainment, en beslist niet als literatuur, zelfs niet bescheiden beginnerproza. De auteur was dan ook geen romanschrijver, maar een… journalist. Van Henry James hebben we geleerd, concludeerde Updike, dat literatuur ‘verfijnd’ (exquisite) moet zijn en deze journalist Wolfe was allesbehalve verfijnd. Norman Mailer kreeg maar liefst zes dichtbedrukte pagina’s krantenformaat in The New York Review of Books waarin dezelfde boodschap werd verkondigd. Zoals Mailer ook Mary McCarthy’s The Group al eens had weggezet als goedkopen damesbladlectuur, zette hij Wolfe weg als een … journalist die een megabestseller had geschreven en die niet ‘bij ons hoort’ maar in het King Kong Kingdom van de bestsellers. Toen Wolfe werd benaderd door journalisten over de kwestie riep hij enigszins vertwijfeld uit: Mijn God, die twee stapels botten, ze zijn ongeveer van mijn leeftijd. De jongere John Irving werd over A Man in Full geïnterviewd in de Canadese tv-show Hot Type. Toen de interviewer over Wolfe begon, werd Irving vuurrood en begon te bleepen. De technici van de show wisten niet hoe snel ze de bleepknop moesten indrukken toen Irving losbarstte: Wolfe’s problem is, he can’t bleeping write. He’s not a writer. Just crack one of his bleeping books! Try to read one bleeping sentence. He doesn’t even write literature, he writes… yak.

 


Tom Wolfe als tekenaar: literator spreekt studenten toe.

Wie sloeg er nou wild om zich heen? Ik denk dat Frits Abrahams zijn huiswerk maar eens moet maken. Wolfe is niet bepaald complimenteus over de drie heren, hij betitelt ze nogal dodelijk als ‘mijn drie aangevers’, maar hij bespreekt hun reacties in een doorwrocht stuk over de positie van de Great American Novel. Anders dan Abrahams beweert, beweert Wolfe nergens dat hij een betere schrijver is dan het illustere drietal. Het gaat hem om de aard van de Amerikaanse literatuur. Zélf heeft hij ruim tien jaar onderzoek verricht voor zijn roman, ter plaatse, concreet, met behulp van eigen observaties en vraaggesprekken. Hij wijst erop dat John Irving voor zijn roman A Son of the Circus die zich in India afspeelt, een maandje ter plaatse is geweest. Dat is er inderdaad aan af te zien, ik kan het volmondig beamen: India door de ogen van een oppervlakkige toerist die niet verder is gekomen dan het Taj Mahal-hotel, de Bombay Gymkhana en het strand van Goa. Tenenkrommend van leegte en nog beroerd geschreven bovendien. De andere twee stooges komen al helemaal hun bekrompen literaire wereldje niet meer uit. Het laatste boek van Updike was The Gospel According to the Son. Inderdaad, een biografie van Jezus. I rest my case…

Volgens Wolfe zouden schrijvers als Dickens, Zola, Balzac, Tolstoy, Twain allemaal hoogst geamuseerd zijn geweest door de pogingen van de drie aangevers om een fundamenteel onderscheid te maken tussen literatuur aan de ene kant en vermaak en populariteit aan de andere kant. How could my three stooges ever have maneuvered themselves into such a ludicrous position? Was er sprake van overdrijving bij deze ‘ruzie’? Ja, onmiskenbaar: Updike, Mailer en Irving hebben zich volstrekt belachelijk gemaakt. Maar Wolfe daarentegen, bleef cool en had volkomen gelijk.

 

illustraties:
Tom Wolfe; bron: The Telegraph
cartoons van Tom Wolfe uit zijn In Our Time. London (Picador) 1980