Don Alvaro gedraagt zich als een echte Spaanse edelman: moedig, hoffelijk, met gevoel voor verhoudingen. Maar toch wordt hij niet voor vol aangezien, ondanks zijn geld. Waarom? Hij is afkomstig van de verkeerde familie. Zijn vader had als koloniaal in Latijns-Amerika een zelfstandig koninkrijk willen stichten en was met een Incaprinses getrouwd. Verraad aan de Spaanse troon! De ‘halve Indiaan’ Alvaro moet namens zijn ouders nederig om genade smeken bij de koning. Vóór het zover komt, ontmoet hij in Sevilla de mooie Leonor, dochter van de verarmde Markies van Calatrava. Ze vallen als een blok voor elkaar en willen trouwen. Alvaro zal haar moeten schaken, want haar familie zal nooit en te nimmer toestemming geven. In kringen als die van de Markies wordt Don Alvaro met de nek aangekeken, hij geldt als een avonturier, een parvenu, iemand met een dubieuze afkomst. Als het jonge paar op het punt staat op pad te gaan, worden ze ontdekt door de Markies. Er dreigt geweld, maar Alvaro neemt alle schuld op zich en werpt zijn pistool op de grond als bewijs dat hij geen kwaad in de zin heeft. Helaas, het wapen gaat af en de vader wordt dodelijk getroffen. Dat vraagt om bloedige wraak.

Het verhaal van Don Alvaro is opgetekend door Ángel Perez di Saveedra, Hertog van Rivas (1791-1865) in zijn toneelstuk Don Alvaro o la fuerza de sino. Het doet veel stof opwaaien bij de eerste opvoeringen in 1835, te Madrid. De auteur spot met alle regels die in zijn tijd gelden voor het theater; hij stoort zich niet aan de eenheid van plaats en tijd en heeft aandacht voor de zielenroerselen van zijn personages. De romantiek maakt zijn intrede op het Spaanse toneel, het boegeroep is niet van de lucht. De schrijver was al omstreden—wegens zijn vooruitstrevende maatschappelijke opvattingen had de beruchte en gevreesde koning Ferdinand VII hem ter dood veroordeeld, waardoor hij 10 jaar in ballingschap moest doorbrengen, onder andere in Engeland, Frankrijk, Italië en Malta. In 1834 kreeg hij amnestie toen hij een fortuin erfde en de titel van Hertog kreeg. Dat luidde overigens meteen het einde van zijn oproerige periode in: hij ontpopte zich als aartsconservatief en viel daardoor zozeer in de smaak van de Spaanse elite dat hij zelfs tot  ambassadeur werd benoemd en hoofd werd van de Koninklijke Taalkundige Academie.

Het stuk is door Guiseppe Verdi tot opera verwerkt: Don Alvaro e la forza del destino, later La forza del destino of kortweg Forza. De kracht van het noodlot is inderdaad een passende titel voor de lotgevallen van Don Alvaro: het per ongeluk afgaan van zijn pistool zet ontwikkelingen in gang waar niemand nog enige invloed op kan uitoefenen. Maatschappelijke krachten bepalen wat er met een individu gebeurt, daar helpt geen moedertjeslief aan, zelfs geen godsdienst, kerk of leger. Alvaro is verliefd op Donna Leonora, maar staat op het eind van de opera met lege handen… haar vader is dood, haar broer Don Carlo di Vargas is dood (in een duel met Alvaro), Leonora zelf is dood, neergestoken door haar stervende broer. Alvaro blijft in eenzaamheid achter. In een eerdere versie stortte Alvaro zich van een rots, maar Verdi heeft dat slot veranderd. Terecht, lijkt me. De opera is momenteel in Amsterdam te zien bij De Nationale Opera. In een recensie die ik las, werd verschillende keren beweerd dat de opera zelden wordt uitgevoerd. Misschien geldt dat voor Nederland, maar dat is niet maatgevend. In de tophonderd van meest uitgevoerde opera’s ter wereld staat La forza del destino in de buurt van nummer 50.

 


De componist in volle glorie

De kracht van het noodlot lijkt een vreemde gedachte voor het hedendaagse publiek, althans zo schijnen de producenten van opera tegenwoordig te denken. Christof Loy, vormgever van de Amsterdamse productie, heeft een Freudiaans sausje over Verdi uitgegoten: tijdens de ouverture krijgt het publiek scènes te zien van een gezin met kinderen die blijkbaar bedoeld zijn om de ‘psychologie’ van Donna Leonora en Don Carlos te duiden. Alsof de verwikkelingen van het drama daaruit te verklaren zouden zijn. Zo’n ingreep—Verdi, die zelf altijd de grootste zorg besteedde aan de uitvoering van zijn werk, keert zich om in zijn graf—staat niet op zichzelf, ook andere recente producties van De Nationale Opera hebben zo’n behandeling ondergaan, ik herinner me bij voorbeeld nóg een opera van Verdi—Rigoletto—waarbij net zo’n sausje was bereid. Curieus dat een keihard thema als sociale uitsluiting, bloedwraak, vreemdelingenhaat zo’n achtergrond krijgt. Mystificatie. Maar gelukkig had het productieteam zich nog een beetje ingehouden, het kan allemaal nog erger: ik las dat Forza ook al eens gesitueerd is geweest in de Spaanse burgeroorlog van 1936-’39. Niets is te gek sinds de opera ten prooi gevallen is aan de opgefokte duo’s van intendant en regisseur. Maar in Amsterdam blaast de grote diva Eva-Maria Westbroek als Donna Leonora gelukkig met groot gemak alle trucjes en zijweggetjes van het toneel.

 


Fabio Armiliato en Daniele Desi als Alvaro en Leonora bij de opera van Luik, België

Het libretto van Forza is gemaakt door Verdi’s vaste librettist Francesco Maria Piave, die veel moeite had met de oorspronkelijke tekst. Na het opsturen van de eerste proeven kreeg Piave te horen: In godsnaam, mijn beste Piave, laten we hier goed over nadenken. Zo kan het niet verder, onmogelijk met dit drama. De stijl moet een stuk strakker. Jouw poëzie moet alles zeggen wat het proza zegt, alleen met half zoveel woorden. Tot nu toe ben je daar niet in geslaagd. Juist, een half woord moet genoeg zijn. In hoeverre Piave uiteindelijk geslaagd is, kan ik niet beoordelen, maar opmerkelijk is zeker hoe weinig woorden Piave en Verdi hebben gebruikt voor wat in feite de kern van de opera is: de identiteit van Don Alvaro. Hebben ze veel weggelaten? Wat was de oorspronkelijke tekst? Saveedra laat zien dat de Spaanse adel van zijn dagen hypergevoelig is voor een ‘inlander’ uit de koloniën die over aanzienlijke rijkdommen beschikt, maar of hij dat met zoveel woorden uitlegt, weet ik niet. In Verdi’s opera krijg je nauwelijks of geen aanknopingspunten, alsof de componist het werk van de Spaanse auteur bekend veronderstelt. Sprak dat vanzelf in de jaren 1860 toen Forza in première ging, de eerste versie in St. Petersburg, de tweede versie later in Milaan? Zeker is dat Verdi problemen heeft gehad met de Romeinse censuur. Dat kan iets met zijn agnostische opstelling te maken hebben gehad, zijn verbeelding van de kerkelijke hiërarchie, maar wat de steen des aanstoots precies was, heb ik niet kunnen achterhalen.


Leontyne Price als Leonora in de New Yorkse MET

Het uitvoerigst over de ‘aard’ van Alavaro is Broeder Melitone die tegen de overste van het klooster klaagt over die vreemde Broeder Raffaele in hun midden (de vermomde Don Alvaro). Hij mompelt in zichzelf, zegt Melitone, en heeft vreemde ogen. En dan: Gisteren toen hij aan het werk was in de tuin gedroeg hij zich zo raar dat ik voor de grap tegen hem zei: ‘Eerwaarde, je lijkt wel een halfbloed’. Hij keek me aan… en balde zijn vuisten. Later had Melitone nog geroepen: ‘je lijkt op een wilde Indiaan’–de kreet die hij (Raffaele) toen slaakte ging door merg en been. Als de Markies het jonge stel van hun plannen probeert te weerhouden, roept hij uit dat je aan het gedrag van Alvaro wel kunt zien dat hij een lage afkomst heeft. Don Carlos heeft het over de amante straniero van zijn zuster en roept Don Alvaro toe dat hij van een slechte familie stamt en dat zijn bloed niet deugt: sangue il tinge di mulatto. Meer wordt er in de opera niet over gezegd. Het is bijna niet voor te stellen dat je daarmee vandaag de dag nog weg zou komen.

 

illustraties

Leontyne Price’; bron: bbc.co.uk
Luikse uitvoering van Forza; bron: operaliege.be
Hertog van Rivas; bron: es.wikipedia
Guiseppe Verdi; bron: nationalgeographic.com