Dezer dagen wordt in India (en Pakistan) de 71ste verjaardag van de onafhankelijkheid gevierd. Ondanks het feit dat het land een nog overwegend agrarische maatschappij is, vind je er een paar van de grootste steden van de wereld en is de modernisering tot in de diepste krochten doorgedrongen. Wat heeft dit voor invloed gehad op de traditionele kastenverhouding, zo kenmerkend voor het hindoeïsme?

In de Rig-Veda, de oudste literaire bron in India, daterend van zo’n duizend jaar voor Christus, kunnen we lezen hoe de sociale stratificatie tot stand is gekomen. De reus Purusha gaf delen van zijn lichaam op om de mensheid te scheppen. Door zijn mond creëerde hij de brahmanen, de priesterlijke klasse. Zijn armen dienden om de kshatriya tot leven te brengen: krijgslieden en grondbezitters. De handelaren, vaishya, ontstonden uit zijn dijen en uit zijn voeten werden de shudra tot leven gewekt, de dienstbaren. De verdeling wordt aangeduid als de chaturvarna (चतुर्वर्ण), de vier varna’s of klassen van de Arische maatschappij.

Anders dan dikwijls wordt gedacht door niet-Indiërs, behoren de zogenaamde onaanraakbaren niet tot de laagste kaste, die van de dienstbaren. Per definitie vallen ze juist buiten de kastenverdeling—net als niet-hindoeïstische buitenlanders trouwens—en worden beschouwd als lager dan de laagste shudra varna. Hoe je daar terechtkomt, wordt ook gestipuleerd in oude geschriften, zoals de Upanishad: wie zich in zijn leven goed gedragen heeft, kan hopen in een later leven terecht te komen in de baarmoeder van een brahmaan of vrouw uit de kringen van machthebbers. Maar wie zich slecht heeft gedragen, komt terecht in een smerige, stinkende baarmoeder, die van een teef, zeug of onaanraakbare. In wetboeken als Manu Smruti staat gespecificeerd dat onaanraakbaren alleen ezels of honden mogen bezitten en dat ze zijn buitengesloten van onderwijs: als een onaanraakbare luistert naar een heilige tekst zullen zijn oren worden gevuld met gloeiend lood, als hij ze uitspreekt wordt hem de tong afgesneden, als hij ze zich herinnert, wordt zijn lichaam in tweeën gespleten.

Je kunt kasten benaderen vanuit de heilige teksten, maar ook ‘sociologisch’. In dat opzicht kent het kastenstelsel een aantal eigen dimensies—behalve het onderscheid tussen rein en onrein, is er sprake van maatschappelijke specialisering naar beroep, endogamie (je trouwt binnen je eigen kaste) en een systeem van overheersing en onderschikking. De concrete, maatschappelijke betekenis wordt fraai onder woorden gebracht door Sujatha Gidla: in de dorpen en kleinere steden kent iedereen elkaar, iedere kaste heeft zijn eigen speciale plaats. De brahmanen zijn de priesters, daarnaast heb je de pottenbakkers, smeden, timmerlieden, mensen die de was doen—ieder in een eigen buurtje. De onaanraakbaren bewerken het land en doen het werk dat hindoes als smerig/onrein beschouwen. Ze leven buiten het dorp. Ze mogen geen tempels betreden, ze mogen niet in de buurt komen van water dat door de andere groepen gebruikt wordt, ze mogen niet naast een hindoe zitten of zijn gereedschap vasthouden. Iedere dag kun je in de krant lezen dat er een onaanraakbare is afgetuigd of doodgeslagen omdat hij sandalen droeg of op een fiets reed.

 


Sujatha Gidla, onaanraakbaar.

Omdat vanuit dit sociologische perspectief velen het stelsel beschouwen als een feodaal, pre-kapitalistisch en traditioneel instituut, bestaat in brede kring de overtuiging dat de kasten vanzelf zullen verdwijnen naarmate de modernisering voortschrijdt, dus inclusief het verschijnsel van de onaanraakbaarheid. Je kon dit geluid horen in de verlichte kringen van de Congress Party, de partij van Jawaharlal Nehru—de eerste premier van India, en niet de eerste president zoals onlangs weer eens in NRC Handelsblad te lezen was—en zijn dochter Indira Gandhi. De staat moest daarbij een handje helpen door het moderniseringsproces zoveel mogelijk de gewenste richting uit te sturen.

 


Nehru: een handje helpen

Voor de ‘vader’ van de onaanraakbaren—niet Mahatma Gandhi zoals velen denken, maar Dr B.R. Ambedkar oftewel Babasaheb—was dit niet genoeg. Wilde je de onaanraakbaren werkelijk vooruit helpen, dan moest je wettelijke garanties scheppen die dat mogelijk maakten. Zijn quotastelsel, opgenomen in de Indiase grondwet, maakte het verplicht om 15% van alle vertegenwoordigende politieke posities aan onaanraakbaren—in officieel jargon: leden van de Scheduled Castes—toe te delen, alsmede eenzelfde percentage van functies bij de landelijke, regionale en lokale overheden.

 


Voor het nageslacht: Babasaheb standbeeld in Dehli

Voor buitenstaanders is het geen doen om wijs te worden uit de duizenden kasten en subkasten die in India bestaan, met alle lokale en historische variaties vandien. Is het voor Indiërs wél te doen? In de grote stad zul je te horen krijgen: kasten is iets uit het verleden dat alleen nog in de dorpen bestaat. In een dorp krijg je te horen: néé, in dit dorp niet, maar misschien in een ander dorp. Maar vergis je niet, schrijft Narendra Jadhav in zijn Outcaste, Indiërs zijn op het gebied van kaste buitengewoon primitief gebleven: the 3500 year-old monster of the caste system in India is still alive and violently kicking. We leven in de 21ste eeuw, zegt hij, maar als je iemand ontmoet bij een sociale gelegenheid en je stelt je voor, dan kunnen mensen alleen al aan je naam aflezen tot welke kaste je behoort. Over the years, the caste system has taken on sophisticated dimensions. It now resides in the mindset of people and in this subtle form, it is perhaps even  more pernicious.

De bovengenoemde Sujatha Gidla, die net als Jadhav de geschiedenis van haar (onaanraakbare) familie heeft geboekstaafd in Ants Among Elephants geeft toe dat je in haar geval—gestudeerde vrouw, geëmigreerd naar de Verenigde Staten—zou kunnen liegen over je achtergrond. Maar als mensen je geloven, kun je nooit iets vertellen over jezelf of je leven omdat je je onmiddellijk verraadt: because your life is your caste, your caste is your life. De kans is groter dat mensen je niet geloven en ze zullen niet rusten voordat ze je doopceel hebben gelicht. Door het stellen van pertinente, ogenschijnlijk onschuldige vragen, bij voorbeeld: hoe draag je je sari? Eet je rundvlees? Wie is de god van jouw familie? En als de antwoorden ontoereikend zijn, zoekt men contact met mensen uit het dorp of gebied waar je vandaan komt.

De modernisering heeft ervoor gezorgd dat onderlinge verhoudingen werden opgeschud, maar onaanraakbaren hebben daar niet of nauwelijks van kunnen profiteren. Om een voorbeeld te noemen: in het dorp hadden de onaanraakbaren als taak om kadavers van dieren op te ruimen. Ze verkochten het vlees aan hun groepsgenoten en gebruikten de huiden bij hun leerlooierijen—allemaal uiterst onrein werk dat ver buiten de dorpsgrenzen moest plaatsvinden. Van het leer werden sandalen gemaakt. Zo had iedereen zijn ‘natuurlijke plek’ in de orde der dingen. Maar de komst van goedkope fabriekssandalen en van plastic teenslippers heeft een eind gemaakt aan deze landelijke nijverheid. De leerlooiers zijn als paupers naar de stad getrokken en werken nu als loonslaven in de laagste posities, als ze al werk kunnen vinden. Op soortgelijke manier zijn ook andere traditionele werkzaamheden verdwenen of van karakter veranderd. De belangrijkste profiteurs van deze ontwikkelingen zijn de zogenaamde Backward Castes geweest, de laagste categorieën van de shudra varna. Door de zegeningen van de Groene Revolutie hebben ze zich met profijtelijke cash crops als tabak en met strategische investeringen in het industriële bedrijfsleven, waaronder de filmindustrie, tot ondernemende moderne boeren kunnen opwerken. De oude, betrekkelijk stabiele patroon-cliëntverhoudingen tussen de hoogste kasten en de onaanraakbaren zijn doorbroken, de nieuwe welgestelden behandelen de onaanraakbaren als verachtelijke arbeidskrachten die schaamteloos kunnen worden uitgebuit. De modernisering heeft ervoor gezorgd dat de marginale positie van de onaanraakbaren alleen maar nog verder verslechterd is.

 

illustraties
Dr. Ambedkar; bron: patheos.com en dnaindia.com
Nehru; bron: thehindu.com
Gidla; bron: thehindustan.com