Onder druk

 

Wat ’n foto! Ik kreeg hem opgestuurd als onderdeel van een serie bijzondere opnamen, maar weet niet bij wie hij vandaan komt, wie hem heeft gemaakt, waar, wanneer. Het moet omstreeks 1938/’39 zijn, vermoedelijk is de Führer op werkbezoek bij een fabriek. Munitiefabriek? De werkers staan massaal aangetreden, op afstand gehouden door geüniformeerde lieden die een kordon vormen. De foto is genomen toen Hitler langsreed in zijn Mercedes Tourer, iedereen brengt de vereiste groet en je hoort bijna het Sieg Heil uit de duizenden kelen schallen. Er staan niet alleen arbeiders, ook technisch specialisten met een soort pilotenbril op hun voorhoofd. Stokers bij de hoogovens? Maar ook de kantoren zijn uitgelopen, mannen in het pak, soms met een hoed op, zelfs een enkele vrouw. Het is voorjaar, bijna iedereen is blootshoofd en lichtgekleed. En dan die ene man tussen al die andere: hij wil het wel eens aanschouwen, al die drukte, maar staat met zijn armen over elkaar en laat zich niet meeslepen. Een meesterwerk. Zou de fotograaf het gezien hebben en daarna hebben afgedrukt? Is hij ermee naar de politie gelopen?

De druk om zich aan de nationalistische en fascistische geestdrift te conformeren moet enorm geweest zijn. Wie kon zich daar aan onttrekken? Ik las het onlangs weer eens in Duitse wortels, de speurtocht die journaliste Laura Starink heeft ondernomen naar de Duitse tak van haar familie, afkomstig uit Silezië. Ze wil weten of haar voorvaderen ‘goed’ of ‘fout’ waren geweest in de oorlog en heeft daarover lange gesprekken gevoerd met haar moeder, ooms en tantes. Haar opa George, de vader van haar moeder, was onderwijzer en gaf godsdienstles op de middelbare school. In 1933 wordt hij terechtgewezen door de schoolleiding omdat hij ‘afwijkende’ zienswijzen zou hebben gepresenteerd over het nationalisme. Helaas heeft Starink niet kunnen achterhalen wat de visie van haar grootvader eigenlijk inhield.

Opzienbarend zal het niet zijn geweest, want opa was bepaald geen verzetstrijder of opstandeling. Starink heeft kunnen reconstrueren dat er in het ouderlijk gezin van haar moeder niet over politiek werd gesproken. ‘Opa vond dat gevaarlijk’, schrijft Starink, ‘kinderen praten veel te snel hun mond voorbij. Overal in de stad stonden borden met teksten als Feind hört mit! en iedereen zag overal spionnen’. Hij moest als leraar oppassen dat hij niet in een valstrikt trapte die kinderen van Parteigenossen voor hem spanden door hem ‘gevaarlijke vragen’ te stellen. ’s Nachts luisterde hij onder de dekens wel eens naar buitenlandse zenders op de radio. Starink vertelt dat haar tante Lotte, een zuster van haar moeder, in 1944 tot Führerin werd benoemd van een groepje in de Bund Deutscher Mädel. Ze schrok zich een ongeluk en durfde het thuis niet te vertellen. Ze wist dat haar vader er niet blij mee zou zijn, maar er uiteraard niets tegenin kon brengen. ‘Ik moest huilen’, vertelde Lotte, ‘hoe ik dat wist, weet ik niet, maar de sfeer was zo dat ik daar thuis niet over durfde te praten’. Toch krijg je niet de indruk dat opa George ooit de man op de foto had kunnen zijn, daar zou hij vermoedelijk de moed niet voor hebben kunnen opbrengen, als hij dat al zou hebben gewild.

De man in de foto staat betrekkelijk anoniem in een menigte, liep je daar dan gevaar? Je weet het niet, maar je hebt bepaalde vermoedens. In Berlin at War, het schitterende standaardwerk van de Britse historicus Roger Moorhouse, staat een uitvoerig verslag van de feestdag die op donderdag 20 april 1939 werd gehouden ter gelegenheid van de verjaardag van de Duitse Kanselier en Aanvoerder van het Grote Duitse Rijk: Adolf Hitler. Hij werd vijftig jaar en dat moest worden gevierd! Felicitaties van staatshoofden stroomden binnen, uiteraard eveneens van alle koningshuizen, maar ook van ondernemers als Henry Ford.

In het centrum van Berlijn, langs de gloednieuwe, kilometerslange Oost-West boulevard die uitkomt op de Brandenburger Toren en Unter den Linden, zou een optocht plaatsvinden. Het luchtruim was vrijgemaakt voor demonstraties van de Duitse luchtmacht en maar liefst vijftigduizend manschappen van alle afdelingen van het Duitse leger liepen in paradepas over de route. Een eindeloos vertoon van macht en arrogantie waar na vele uren nog geen eind aan gekomen was. De enscenering was verbijsterend, de Amerikaanse correspondent William Shirer schreef dat hij nog nooit in zijn leven zóveel vlaggen, standaarden, gouden adelaars, glanzende uniformen, soldaten en kanonnen en swastika’s bij elkaar had gezien. In de etalages van winkels stonden portretten van de leider, soms metershoog, en alle gebouwen waren uitbundig versierd met vaandels en bloemen, tot in de verre buitenwijken aan toe waren huizen van onder tot boven behangen met vlaggen en nazisymbolen. ‘De menigte was een microcosmos van nazistisch Duitsland’, schrijft Moorhouse, ‘Naast gewone Berlijners waren er vertegenwoordigers uit ieder district, provincie of Gau van het Reich. Overal hoorde je regionale accenten en dialecten – Rijnlanders stonden schouder aan schouder met Saksen, mensen uit Beieren, Friesland, Sudeten-Duitsers, Oost-Pruisen. Ieder denkbaar uniform was present’. Het aantal toeschouwers werd begroot op ruim twee miljoen, de grootste manifestatie ooit die door de Nazi’s was georganiseerd. Het publiek was van tevoren gewaarschuwd: de opdrachten van de politie en partijbonzen moesten onverwijld worden gehoorzaamd, iedereen diende op gepaste afstand te blijven en fotograferen was ten strengste verboden.

Moorhouse heeft uit de archieven een verslag opgeduikeld van min of meer neutrale getuigen, zoals een Berlijnse vrouw die naar de Tiergarten was gekomen om eens te kijken hoe het toeging, het zou tenslotte een historische bijeenkomst worden. Ze schrijft dat ze met haar partner een zijstraat indook toen de menigte zich opmaakte om Hitlers aankomst te begroeten. Dit om iedere verdenking van gebrek aan enthousiasme te ontlopen. ‘Achter ons werd de Duitse groet uitgebracht, Sieg Heil, Sieg Heil, werd er geschreeuwd. Degenen die hun arm niet strekten, werden ogenblikkelijk gearresteerd’.

Er waren nog meer mensen weggelopen en onderweg groetten de weglopers elkaar vriendelijk, guten Tag, er was zelfs een man die zijn hoed afnam. Met een brede grijns. Een andere ooggetuige zag dat iemand midden tussen het publiek een trapleer had neergezet waar hij bovenop zat; goed overzicht. Het was overduidelijk een werkman in een blauwe overall, mager en ongeschoren. Hij liet zijn blik vorsend over de voorbijrollende tanks gaan. ‘Kijk al die troep nou eens aan, en wij hebben geeneens gas’, gromde hij. Iedereen keek in paniek naar boven, maar toen er niemand protesteerde, werd er besmuikt gegiecheld.

Steeds als we beelden zien van massale bijeenkomsten ter ere van dictators, Noord Korea natuurlijk, maar ook veel dichterbij, moeten we ons terdege realiseren dat er altijd tenminste één man of vrouw in de massa staat die er niet aan meedoet.

 

illustratie:
herkomst onbekend

 

By |2017-01-20T17:05:29+00:00dinsdag 24 maart 2015|Categories: Blog|Tags: , , , , , |Reacties uitgeschakeld voor Onder druk