Laatst zag ik een film over een Engelse kunstenaar, hij sprak over het voorbereiden van een tentoonstellng — die zou gaan plaatsvinden in het Victoria and Albert Museum, in Londen gewoonlijk aangeduid als V & A. Bij de ondertiteling stond het museum aangeduid als VNA; de ondertitelaar had de klanken goed opgevangen, maar had geen flauw idee gehad waar het gesprek over ging. Ik besefte weer eens hoe nauw dat soort dingen luistert en waardeerde te meer het werk van de Nederlandse ondertitelaar Kees Beentjes, met wie toevallig een dag of wat later een vraaggesprek in de krant stond. Hij heeft al meer dan zeshonderd films ondertiteld— en hij schijnt de allerbeste te zijn. Een aantal van zijn films heb ik ook gezien — ik herinner me niets van de ondertitels, wat waarschijnlijk een goed teken is. Hij onderstreept dat vertalen hard werken is en dat je er niet meer dan een grijpstuiver mee kunt verdienen. Dat weten we. Hij had net American Hustle gedaan en gaat met de verslaggever naar Tuschinksi om te controleren of alles goed gegaan is. Het was een van de moeilijkste films die hij ooit had gehad, vooral vanwege het slang uit de jaren zeventig. ‘Ik heb er drie weken over gedaan, en nauwelijks geslapen’, zucht hij.

De enige ervaring die ik zélf heb met het vertalen van films is vér verwijderd van het front waaraan Beentjes werkt. Met Dick Plukker samen heb ik een paar jaar geleden een bundeltje uitgegeven met vertaalde Hindiliedjes uit Bollywoodfilms. We vonden dat nodig, want als liefhebbers van de Indiase film hadden we vaak kunnen constateren dat er van de ondertiteling over het algemeen een potje wordt gemaakt, in het bijzonder bij de liedjes. Een gewone Bollywoodfilm duurt aanzienlijk langer dan een doorsnee Westerse bioscoopfilm en de gebeurtenissen worden een paar keer, soms wel vijf, zes of zeven keer, geaccentueerd door ‘song and dance‘. Op het eerste gezicht lijken dat storende onderbrekingen, maar dat is gezichtsbedrog. In de liedjes worden soms omstreden zaken aan de orde gesteld die niet, of alleen met grote omwegen, in de gesproken dialogen behandeld kunnen worden — wat te maken heeft met de gevoeligheden van het Indiase publiek, maar ook met de strenge filmkeuring in het land. In de liedjes wordt overspel behandeld op een luchtige manier, komen religieuze tegenstellingen al dan niet verkapt aan de orde, klassentegenstellingen, de kastensamenleving, arm en rijk, seks, de tegenstelling tussen het romantische huwelijk en het gearrangeerde huwelijk. Zonder de liedjes valt er van het (lange en ingewikkelde) verhaal vaak niets te begrijpen. Deste merkwaardiger dat bij de ondertiteling — voor de buitenlandse markt — de liedjes er bekaaid vanaf komen of zelfs helemaal niet worden vertaald. Ik heb eens de Nederlandse tekst opgeschreven van een liedje uit de film Kal ho naa ho die in een Nederlandse bioscoop werd gedraaid:

elk ogenblik verandert zich het leven
het leven is op dit ogenblik een schatten
het leven is op dat ogenblik zonnenschein
elk ogenblik op aarde
geniet volledig van het leven
alleen de tijd die je heeft hoort bij jou
want morgen komt misschien niet

Vertaling? Nee, natuurlijk, slaande waanzin!

De misverstanden omtrent filmliedjes zijn misschien wel te begrijpen. In stijl en tempo wijken ze vaak radicaal af van de rest van de film en dat is de laatste jaren alleen maar sterker geworden. Er worden speciale crews ingehuurd om die stukjes film te maken en producers sturen hun sterren soms de hele wereld over voor aantrekkelijke of spectaculaire lokaties. Bovendien is duidelijk dat de filmsterren, anders dan vroeger, niet zélf zingen. Lata Mangeshkar en haar zuster Asha Bose zijn de ongekroonde koninginnen van het filmlied; Mangeshkar heeft vermoedelijk omstreeks zevenduizend liedjes opgenomen, waaronder vijfduizend in het Hindi, een paar honderd in het Bengali en tegen de duizend in haar eigen taal, het Marathi. Indiase filmliefhebbers zijn in feite vaak liefhebbers van de filmliedjes, want men herinnert zich nog wél de liedjes, terwijl de film allang vergeten is.  Aantrekkelijke liedjes kunnen een slappe film redden.

Voor de liedjes worden soms de grootste componisten en belangrijkste schrijvers gevraagd, je zult niet veel liedjes vinden uit het platte Nederlandse genre die gemaakt zijn met een puzzelwoordenboek. In vroeger dagen had je topmusici als Naushad, S.D. Burman en R.D. Burman die goed in het gehoor liggende melodieën konden componeren, waarbij trouwens ook ruimschoots gebruik werd gemaakt van elementen uit de Westerse populaire of klassieke muziek. Tegenwoordig staat A.R. Rahman, de ‘Mozart van Madras‘ aan de top, zijn muziek-cd’s verkopen in India beter dan alles van Madonna, Britney Spears en nog wat van die beroemdheden bij elkaar.

Ook de beste tekstdichters worden ingeschakeld. Mijn favoriet is Javed Akhter, van wie ik ook reguliere poëzie heb vertaald. In de bundel Mijn lippen vroegen om een lied, waarin onze vertalingen bijeen gebracht zijn (Amsterdam, India Instituut, 2010) staan enkele van zijn liedjes. Het meisje dat ik zag komt uit de film 1942 – A Love Story, dat zich afspeelt ten tijde van de Quit India-beweging, de strijd tegen het Britse kolonialisme. De muziek is van R.D. Burman. Als ik treurig ben, wat natuurlijk bijna nooit gebeurt, neurie ik het zachtjes voor me heen:

Het meisje dat ik zag
was als de morgendauw, als
de warmte van de zon, als
de klank van de schalmei, als
een kleurrijk schilderij, als
een kronkelhazelaar
, als
een golf die vrolijk speelt, als
een koele wind vol geuren,
het meisje dat ik zag
.