James Fenton stond met een paar fotografen en reporters te wachten in een smal, donker steegje. Manilla, afgelopen december. Op de hoek een huis waar drugs worden verhandeld. Ze hadden in globale termen gehoord wat er was gebeurd: op de tweede verdieping waren vier mannen bezig met een drugsdeal, toen er een gemaskerde man naar binnen kwam gestormd die ze allemaal neerknalde. Er was maar één getuige, een jongen van een jaar of zestien, maar die verkeerde in een shock en kon niet meer praten. Er kwam een politiecommissaris uit het huis naar buiten en Fenton vroeg wat er precies gebeurd was. De man keek vol afgrijzen terug naar de deur die hij net achter zich had dichtgetrokken. Bij wijze van informatie deel ik u mee, zei de man, bij wijze van informatie deel ik u mee dat er iets verschrikkelijks is gebeurd. Hij voegde er aan toe: in dit land en vertrok, terwijl hij uitriep: EJK, EJK.

Fenton was de afgelopen maanden op onderzoek in Manilla en doet verslag in The New York Review of Books (9 en 23 februari 2017): het bestaan onder president Rodrigo Duterte, die sinds de zomer vaart heeft gezet achter zijn oorlog tegen drugs. Daarbij vallen opmerkelijk veel doden, soms duizenden per maand, en de president doet nauwelijks moeite om te verbergen dat hij het vermoorden van drugsdealers en drugsgebruikers—voor hem dezelfde categorie—een goede zaak vindt. Toen er een moordpartij had plaatsgevonden waarbij de slachtoffers gevonden werden met hun hoofd gewikkeld in plastic verpakkingstape, merkte hij op: Zoiets doen wij niet. Dat is een smerig zaakje. Het is onmannelijk om ze vast te binden en te laten stikken—een vorm van marteling. Dat is niet het werk van de politie of van het leger. Waarom zou je de moeite nemen om iemand te laten stikken als je hem ook meteen kan neerknallen? Wij produceren geen mummies. Fenton merkt op dat je tussen de regels door flarden van vertrouwelijke instructies aan de politie hoort: als het slachtoffer geen schietwapen droeg, plant er dan een en doe verder geen moeite met ingewikkelde ensceneringen—just kill them.

EJK staat voor extrajudicial killing: buitengerechtelijke moord, iemand straffen of doden zonder voorafgaande rechtsgang. Fenton geeft een voorbeeld; hij had het geval van dichtbij gevolgd. Midden in de nacht. Iedereen sliep. Gemaskerde mannen drongen het huis binnen. Waar is Fernando? Een vrouw riep: er is hier geen Fernando. Een dochtertje werd wakker en waarschuwde haar vader Ernesto. Hij riep Oh, maar het volgende moment schoten de indringers hem door zijn hoofd. Ze vluchtten en zijn nooit gepakt. Zo gaat het altijd. Bij een ander geval schoten de overvallers door een deur naar binnen—in krottenwijken is het misschien wat overdreven om van een ‘deur’ te spreken. Met het tweede schot werd het gezochte slachtoffer gedood, het eerste trof zijn zesjarige zoontje. You open your eyes, zegt Fenton, your son is dead. Then you’ re next. This is an EJK.

 

Ontmoeting met de politie

 

Een EJK is een vorm van terrorisme: juist door het anonieme karakter. Je weet niet wie de moordenaars zijn, je weet niet waarom ze hun slachtoffers hebben gekozen. Onder Duterte is de omvang van dit soort moordpartijen schrikbarend toegenomen. Toen hij hierom in het najaar op de vingers werd getikt door de regering Obama, maakte hij bekend dat hij zich van de Verenigde Staten zou distanciëren, maar de verkiezing van president Trump heeft de Amerikaans-Philippijnse betrekkingen weer genormaliseerd; de nieuwe regering in Washington heeft grote waardering voor Duterte’s oorlog tegen drugs. Behalve van de EJK’s bedient de president zich ook van een directere methode om het gebruik van drugs te beëindigen: buy-bust operations. Iemand die drugs probeert te kopen, loopt gemakkelijk in de val doordat in bepaalde buurten drugs worden aangeboden door under cover-politiemensen. De koper schrikt en maakt een plotselinge beweging, misschien om zijn wapen te pakken. Vóór hij het beseft, heeft de politie hem al overhoop geschoten. Volgens Fenton zijn er met deze methode al ruim tweeduizend doden gevallen: zowel onder pushers als onder users. President Duterte heeft verklaard dat als je een gebruiker bent je ook een handelaar bent. Wie drugs gebruikt, verliest zijn recht om te leven. The only thing to do with them is kill them.

Waar deed me dit aan denken? Uit de tijden dat ik in Bombay (Mumbai) doorbracht, herinner ik me de vele verhalen over police encounters, ik heb talloze berichtjes daarover in de plaatselijke kranten gelezen en uitgeknipt. In mijn Een maniakale stad noem ik wat voorbeelden: de politie ligt in een hinderlaag omdat ze getipt is over een criminele actie. De boeven komen ter plaatse aan en de politie sommeert dat ze zich overgeven. Het komt tot een schotenwisseling. De slachtoffers, nooit aan de kant van de politie, sterven ter plekke of op weg naar het ziekenhuis. Suketa Mehta zegt in zijn Maximum City, ook al een portret van Bombay, dat het begrip encounter je misschien doet denken aan een onverwachte ontmoeting in het park. Ten onrechte. In Bombay it has come to mean murder by the state without benefit of trial, an extrajudicial killing. De encounter specialists bij de politie zijn—zeker onder criminelen—bekend en zelfs beroemd en worden beschouwd als cricketsterren, misschien wel filmsterren. Iemand als Vijay Salaskar pochte, ook in de pers, dat hij honderden doden op zijn geweten had. Op de achtergrond speelt de overtuiging dat de encounters een steuntje in de rug vormen bij de volstrekt overbelaste Indiase rechtspraak: door criminelen standrechtelijk dood te schieten, bespaar je de maatschappij een hoop geld en andere sores. Daar komt trouwens nog bij dat de politiemacht van Bombay voor het overgrote deel uit hindoes bestaat, terwijl onder gangsters juist moslims oververtegenwoordigd zijn. Goed voor de moraal. Overigens houden gangsters zorgvuldig bij of de encounter specialists wel ‘objectief’ genoeg zijn: als er toch gedood moet worden, oké, maar dan niet altijd onze gang als slachtoffer!

 

Encounter in Gujarat

 

Dit soort door de staat beschermde of aangemoedigde moordpartijen is overigens geenzins beperkt tot de Philippijnen of India. Zonder veel moeite kun je een treurige lijst opstellen van landen (en/of bepaalde perioden) waarin zulke killings schering en inslag waren of zijn. Ik noem Turkije, Iran, Rusland, Thailand, Argentinië, Chili, Irak, Pakistan, Afghanistan, maar ook Noord-Ierland, Venezuela, Vietnam, El Salvador. Niet uitputtend. Je zou denken dat er een verband was met het niveau van natievorming: de staat mist het volledige monopolie op geweld en laat ingewikkelde juridische vraagstukken over aan de straat. Maar of dat overal en altijd geldt is de vraag.

 

illustraties
President Duterte; bron: newsinfo.inquirer.net
Aanhouding door NYPD; bron: civicright.nyc
Encounter in Gujarat; bron: truthofgujarat.com