Filmregisseur Cetan, hoofdpersoon uit शालभंजिका (Shaalabhanjikaa), de roman van Manisha Kulshreshtha die ik (nog steeds) uit het Hindi aan het vertalen ben, bezoekt zijn geboortestad: Udaipur. Hij gaat down memory lane, zoals dat zo mooi heet en probeert zijn ouderlijk huis en vooral ook het huis van zijn vroegere buurmeisjes terug te vinden. Valt niet mee, er is veel weggebroken, vergaan, verdwenen en nieuw bijgebouwd. Waar is die prachtige rode oleander gebleven? De school? De binnenplaats?

Cetan komt een oudere man tegen en vraagt hem om details. Ze kennen hem nog: ‘Ben jij niet de zoon van de vroegere hoofdonderwijzer?’. De oude man vraagt, op indringende, typisch Indiase wijze: ‘Wat kom je hier doen? Je was niet eens bij de crematie van je vader. Nu ben je zeker op zijn erfenis uit!’ Cetan legt uit dat hij elders in India aan het filmen was toen zijn vader overleed, dat hij de productie onmiddellijk stopgezet had, maar dat het nu eenmaal een paar dagen kan duren voordat je thuis bent. Hij zegt verontschuldigend: ‘Maar ik was er toch tijdens तेरहीं  (terahiim)?!’.

Vertaalprobleem – nog even afgezien van het feit dat in het boek een alternatieve schrijfwijze wordt gehanteerd: तेरवीं (teraviim). तेरह  (terah) betekent dertien in het Hindi, तेरही (terahii) heeft natuurlijk iets met dertien te maken. Bij voorbeeld: तेरही चांद (terahii caand) wat zoveel betekent als de maan van de ‘dertiende dag’, dat wil zeggen: bijna vol. तेरहीं  (terahiim — waarbij de ‘m’ een genasaliseerde lange i aanduidt; in het Hindi staat er een puntje op genasaliseerde letters: ईं  ) slaat op de dertiende dag na een overlijden, als de laatste overlijdensrituelen zijn uitgevoerd: voedsel voor de voorouders en voor de Brahmaanse priester. Als je de zin vertaalt zoals boven, zullen Nederlandse lezers zich waarschijnlijk afvragen: wat betekent dat in godsnaam. Voetnoot? Zou natuurlijk kunnen, maar vertaalde teksten met voetnoten lezen nu eenmaal moeizaam. En bovendien, je kunt dan wel aan de gang blijven.

 तेरहीं  (terahiim) is een voorbeeld van wat vertalers ‘realia’ noemen: in principe onvertaalbare begrippen. In een interview wees vertaalster Janny Middelbroek-Oortgiesen naar ‘Elfstedentocht’ als zo’n begrip. Je kunt vertalen dat het een tocht is langs elf steden – een eleven cities’ journey – maar je mist daarmee alle emoties, de geschiedenis, de speciale plaats van Friesland in de Nederlandse samenleving, de ijsmeesters en de voorzitter die het verlossende woord spreekt na zoveel dagen strenge vorst. Ook vertaalster Reina Dokter, winnares van de Marinus Nijhoff Vertaalprijs 2013, had een paar voorbeelden die hier een beetje op lijken. In een ander interview. Ze vertaalt uit het Servisch-Kroatisch en vertelt dat de schrijver Borislav Cicoracki sommige personages in een mengelmoes van Kroatische taalvarianten laat spreken en andere personages in obscure dialecten. ‘Dat is in het origineel heel geestig’, zegt de vertaalster, ‘het spijt me dat ik dat niet kan overbrengen’.

Je moet in zulke gevallen omschrijvingen gebruiken of ‘er omheen vertalen’, zoals een van de dames het uitdrukt. We hebben तेरहीं (terahiim) voorlopig wat houterig vertaald als ‘herdenkingsbijeenkomst dertien dagen later’, maar helemaal duidelijk is dat niet. In Nederland bestaat er niet zoiets als een vaste rouwperiode, zoals bij sommige groepen hindoes in India. Op internet vond ik op de site van Todio de vaststelling: een rouwperiode is niet tijdgebonden; het kan wisselen, soms een paar weken, soms een paar jaar. Hangt af van de persoon, zijn omgeving, de omstandigheden. Rouw is in Nederland volstrekt geïndividualiseerd.

Mis je er veel door, al dat ‘er omheen vertalen’? Ik vraag het me af – ik denk dat ook voor native speakers lang niet altijd duidelijk is wat bepaalde woorden of begrippen in hun eigen taal betekenen. Luister maar eens een tijdje naar de medemens op straat, op de radio of op tv. Als ik het goed begrepen heb is dat ook de achterliggende strekking van de pas verschenen Dictionary of Untranslatables – ondanks de titel. In dat woordenboek staat uitvoerig uitgemeten (het boek telt meer dan 1300 pagina’s) dat begrippen sterk uiteenlopende betekenissen hebben in de ene cultuur of in de andere cultuur – voorbeelden: history in het Engels en histoire in het Frans of liberal in de Verenigde Staten, dan wel in Frankrijk (of, voor hetzelfde geld, liberaal in Nederland).

Maar niets is onvertaalbaar, daar komt het op neer. Het enige écht onvertaalbare begrip dat in het woordenboek wordt genoemd is Heidegger’s Dasein. Waarom? De reden is uiteindelijk simpel: Dasein kun je niet vertalen omdat het niets betekent, in geen enkele taal.