Tussen alle geweld van Mohammedaanse jihadi’s mag het Hindoefundamentalisme niet worden vergeten. Ik heb er op deze plaats al eerder aandacht voor gevraagd. Toch nog maar een keer. Vorige week kwam Ramesh Tawadkar in het nieuws, BJP-minister van de kleine, steenrijke deelstaat Goa. Hij is verantwoordelijk voor Sport en Jeugdzaken en tijdens een grote ‘manifestatie voor het kind’ kondigde hij aan dat onder zijn bewind homoseksuele jongeren van hun ziekelijke neigingen genezen gaan worden. ‘We zullen ze normaal maken’, kondigde de hoogwaardigheidsbekleder trots aan, ‘in speciale centra naar het model van Alcoholics Anonymous. We zullen ze trainen en voorzien van medicijnen’. In fundamentalistische kringen zal dit voornemen opmerkelijk progressief hebben geklonken, maar daarbuiten is de minister overal belachelijk gemaakt. De storm van protest, niet alleen uit India zelf, maar uit de hele wereld, trof Tawadkar blijkbaar als een vuistslag. Hij is er zo van geschrokken dat hij alles ontkend heeft. Zoals politici het nu eenmaal doen: het was allemaal de schuld van de pers, hij had iets heel anders gezegd. Jaja, te laat, kleine baas!

Precies aan de andere kant van het land, in de deelstaat Tamil Nadu, vond weer eens een boekverbranding plaats. Fundamentalistische heethoofden bedreigden de schrijver Perumal Murugan met dood en verdoemenis en wierpen zijn roman Madhorubagan op de brandstapel. Ze eisten dat de auteur zijn werk uit de boekhandels zou terughalen, zou kuisen van onwelgevallige passages en zijn verontschuldigingen zou aanbieden. Murugan zwichtte, ook na talrijke bedreigingen van hem persoonlijk, zijn vrouw en zijn kinderen, en schreef op zijn Facebookpagina: Perumal Murugan, the writer is dead. As he is no God, he is not going to resurrect himself. He has no faith in rebirth. As an ordinary teacher, he will live as P Murugan. Leave him alone.

Zijn boek dateert uit 2010 en gaat over het verschijnsel ‘godenkind’. Een arm echtpaar kan geen kinderen krijgen, waarop de vrouw een oeroud Hindoeïstisch religieus festival bezoekt en zich laat bevruchten door een anonieme man. Het verhaal speelt zich honderd jaar geleden af bij een tempel die nog steeds bestaat en dergelijke festivals organiseert. Murugan verklaarde dat hij altijd had gedacht dat ‘godenkind’ de naam was voor een kind dat het resultaat was van veel en vurig bidden, maar dat hij via mondelinge overlevering had begrepen dat zulke festivals als een soort religieuze ivf-behandeling gebruikt werden. Waarom nu pas de brandstapels? Omdat fundamentalistische actievoerders doorgaans analfabeet zijn – in ieder geval geen romans lezen – zal het boek onder de aandacht gekomen zijn doordat er kortgeleden bij Penguin-India een Engelse vertaling van verschenen is: One Part Woman. De tip is vermoedelijk afkomstig uit onderwijskringen in de deelstaat, Murugan is daar niet populair. De schrijver voert al vele jaren oppositie tegen het starre onderwijsmodel dat in Tamil Nadu (en daar niet alleen) wordt gehanteerd: leerlingen worden geacht de leerstof grondig uit het hoofd te leren en bij het examen op te dreunen. Naar begrip voor de tekst of analytisch vermogen in het algemeen wordt niet gevraagd.

Tot voor kort, kreeg je de indruk, waren vooral buitenlandse schrijvers – of Indiase schrijvers die ‘buitenlands’ geworden zijn, zoals Salman Rushdie of Rohinton Mistry – het doelwit van verkettering. De kwestie Wendy Doniger ligt nog scherp in het geheugen, ook voor deze affaire heb ik eerder op deze plaats aandacht gevraagd. Daarvóór, in 2011, was de oud-journalist van de New York Times, Joseph Lelyveld, aan de beurt. Hij schreef een prachtige biografie van Mahatma Gandhi: Great Soul, en ging daarbij uitvoerig in op Gandhi’s tijd in Zuid-Afrika. In het bijzonder op de betrekking tussen Gandhi en Hermann Kallenbach, een joodse architect uit Litouwen. Beide mannen woonden begin 20ste eeuw enige tijd samen en werkten gezamenlijk aan de Tolstoy-boerderij waar een soort ashram werd gevestigd; Kallenbach stond de grond af. Lelyveld citeert uit de correspondentie tussen de beide compagnons en oppert de mogelijkheid dat Gandhi verliefd was op Kallenbach. ‘Jouw portret staat, als enige, op de schoorsteenmantel in de slaapkamer. De schoorsteenmantel tegenover mijn bed. Ik ben aan je verslaafd, maar … it is slavery with a vengeance’. Hij merkt op dat Kallenbach geheel bezit van zijn lichaam genomen heeft, verwijst daarbij uitdrukkelijk naar een potje vaseline. Kallenbach moet beloven dat hij, tijdens een reis naar Europa, geen gedachten mag wijden aan een huwelijk en dat hij ook niet op een geile manier naar vrouwen mag kijken.

Het staat er écht, maar Lelyveld is voorzichtig: hij heeft alleen de brieven van Gandhi aan Kallenbach gezien, de brieven van Kallenbach aan Gandhi heeft de ontvanger vernietigd en kunnen dus niet meer worden geraadpleegd. Overigens komt de verhouding ter sprake in het kader van een betoog over Gandhi’s houding tegenover ‘onaanraakbaren’. Volgens Hindoes zijn alle kastelozen onaanraakbaar, dus ook alle Europeanen en Afrikanen, maar het leek erop dat Gandhi een fundamenteel onderscheid maakte. Met Kallenbach kon hij vrijelijk omgaan en een intieme vriendschap onderhouden, met zwarte Afrikanen had hij weinig op. Uiteraard werd Lelyveld’s boek verboden, vooral ook door Narendra Modi, toen alleen nog Eerste Minister van de deelstaat Gujarat, waar Gandhi geboren is. De auteur werd de toegang tot India ontzegd, ten overvloede, want Lelyveld wist na alle commotie wel beter dan zich naar India te begeven.

Sinds de BJP oppermachtig is in Delhi worden dus ook ‘afwijkende’ inheemse schrijvers en mensen die in hun (homoseksuele) levenswandel de ‘Westerse decadentie’ vertegenwoordigen, hard aangepakt. Toch moet je voorzichtig zijn met al te dwingende verbanden, want de fundamentalisten hebben helaas geen monopolie op het uitbannen en verbranden van boeken. Het Britse koloniale bewind verbood ieder boek dat de ‘inboorlingen’ tot opstand tegen het gezag zou kunnen aanzetten. In de jaren 1930 werd bij voorbeeld Katherine Mayo’s Mother India op de lijst gezet. En ook de Congress Party onder Nehru en zijn dochter Indira wist wel raad met onwelgevallige boeken: Aubrey Menen’s Rama Retold, Alexander Campbell’s The Heart of India en Stanley Wolpert’s Nine Hours to Rama – om er maar een paar te noemen – gingen voor de bijl. Later gevolgd door boeken als Early Islam (Desmond Steward), Nehru: A Political Biography (Michael Edwards), India Independent (Charles Bettelheim). Over Rushdie kunnen we zwijgen.

Het pleit de BJP niet vrij, uiteraard, maar het laat zien dat in de wereld dwingelandij en dictatoriale neigingen ruim voorhanden zijn. De gedachtenpolitie, vrees ik, speelt ons allen parten.

 

illustraties:

Perumal Murugan; bron: huffingtonpost.in
Mahatma Gandhi; bron: sfgate.com
Joseph Lelyveld; bron: snipview.com