Zoals vermoedelijk veel anderen heb ik op Internet de spraakmakende uitzending teruggezien van Apostrophes uit 1990. Bernard Pivot presenteert het culturele babbelprogramma en onder zijn gasten bevindt zich Gabriel Matzneff, columnist van Le Point en veelvuldig bekroond schrijver. Pivot verwijst naar Les moins de seize ans uit de jaren zeventig, waarmee Matzneff zijn entree maakte in de Franse literaire wereld. Het betreft een essaybundel waarin de auteur zijn voorliefde voor jonge meisjes kenbaar maakt. Halverwege de jaren zeventig bepleit hij wetswijzigingen om seksuele contacten met jeugdigen uit het strafrecht te halen, een pleidooi dat mede ondertekend wordt door literaire pausen als Jean-Paul Sartre, Michel Foucault, Alain  Robbe-Grillet, Jacques Derida, Simone de Bauvoir—progressief Frankrijk, kortom.

Pivot wil weten hoe het met de verzameling minettes gaat die Matzneff er schijnbaar op nahoudt. De stemming is lacherig, de auteur voelt zich duidelijk gestreeld door de aandacht. Hij glimlacht minzaam en vertelt de presentator dat hij nu eenmaal geen belangstelling heeft voor vrouwen van boven de 20 jaar, die hebben voor hem afgedaan. Hij grinnikt als een gebraden haantje en Pivot lijkt zich ook te vermaken. Volgens Matzneff zijn jonge meisjes dol op hem omdat hij ze serieus neemt en oprechte liefde betuigt. Hij heeft een zoetsappige uitdrukking op zijn gezicht.

Maar dan opeens schiet een andere gast van het programma uit haar slof, de Canadese romanschrijfster Denise Bombardier. Ze kan het besmuikte plezier kennelijk niet langer verdragen en protesteert er tegen dat Matzneff de ruimte krijgt om zijn werk te verkopen. Zijn boeken zijn volstrekt oninteressant, de opeenvolging van veroveringen van jonge meisjes is goedkoop en irritant. Matzneff verstrakt en verandert van een lieve opa in een engel der wrake. Wég minzaam toontje. ‘Mevrouw u heeft mijn boeken niet gelezen! Het gaat om hogere literatuur’. Bovendien bestaat er met mijn meisjes een amour réciproque. Bombardier is niet erg onder de indruk en zegt dat jonge meisjes vroeger met snoepjes gelokt werden en nu blijkbaar met een literaire reputatie. Ze vindt het allemaal weerzinwekkend en pitoyable  Er slaat stoom uit de oren van Matzneff, vooral als Bombardier eraan toevoegt dat hij niet moet denken dat hij in de schaduw kan staan van Nabokov en diens Lolita.

Er is in Frankrijk nu een rel uitgebroken vanwege Matzneff, dertig jaar na het tv-programma. Een van zijn ‘jeunettes’ van toen, Vanessa Springora, heeft zojuist het boek Le consentement gepubliceerd waarin ze beschrijft dat de ‘liefhebbende’ oudere man die haar op haar 14e jaar verleidde, zich als een roofdier had gedragen. Ze heeft er een trauma aan overgehouden. Opeens is het afgelopen met de minzame glimlachjes over de geobsedeerde Matzneff, zijn boeken worden door de uitgeverij teruggehaald, de minister van Cultuur wil Matzneffs ‘schrijverstoelage’ stopzetten.

Frankrijk wordt tegelijkertijd opgeschrikt door de rechtszaak tegen oud-priester Bernard Preynat die vermoedelijk een duizelingwekkend aantal kleine kinderen heeft misbruikt tijdens zijn loopbaan. Maar ja, van Rooms-katholieke priesters kun je niet anders verwachten, terwijl Matzneff een gevierd literator is, met vele bewonderaars, die hoog van de toren blaast en zich op ideologische gronden het recht toe-eigent om met zijn poten aan kleine meisjes te zitten. In tijden van de #MeToo-beweging kun je je dat blijkbaar niet meer veroorloven, zelfs niet in Frankrijk.

Ik kreeg een déjà vu-ervaring, om maar even in de Franse sfeer te blijven. Het pleidooi voor ‘vrijheid’ van Matzneff en zijn progressieve makkers stond niet op zichzelf. Ook in Nederland, bij voorbeeld, werden dergelijke acties ondernomen; er bestond een breed draagvlak voor. Ik herinner me een boekje met seksuele voorlichting voor kinderen van de ultra-progressieve arts Ivan Wolffers, Vies is lekker heette het. Omdat we geleerd hebben dat mannen met vrouwen vrijen noemen we dat normaal, betoogt hij. En hij voert Oom Gerard ten tonele die dat van harte onderschrijft en die alles abnormaal vindt wat daarvan afwijkt: Flikkers zijn kontneukers, zegt Oom Gerard, en van mij mogen ze, als ze maar uit de buurt van mijn kinderen blijven. Wég met Oom Gerard, dat is duidelijk, want de kans is groot dat híjzelf abnormaal is. Kinderlokkers? Kinderverkrachters? Onzin! Een pedofiel, schrijft Wolffers, is iemand die met kinderen vrijt en er seksuele spelletjes mee doet. Kinderen vinden dat zelf ook vaak fijn. In Nederland wordt de Landelijke Werkgroep Jeugdemancipatie opgericht, op initiatief van onder anderen Gerard Zwerus (uiteraard niet te verwarren met de Oom Gerard van Ivan Wolffers), die zich afficheert als pedoseksueel en onderwijzer. Zijn boodschap is dat ouders veel meer met kinderen moeten vrijen. Ik wil er naartoe, zegt hij, dat het taboe op de seks verdwijnt, en dan vooral bij kinderen. Die moeten het toch lekker vinden als ze door wie dan ook gestreeld willen worden. Als een kind wil knuffelen of neuken, vervolgt Zwerus, dan is hij bijna altijd op een pedofiel aangewezen. Niks op tegen, begrijp Zwerus goed, maar toch een beetje beperkt. ‘Wellicht vrijt een kind liever met z’n buurman, z’n onderwijzer, of een vriendin van z’n ouders’.

Sonnika en Gré zijn de zangers van het homo-cabaret en ze verklaren in het blad Sek (‘lesbies/homoblad’) dat hun liedjes uit boosheid geboren worden. Hun eerste liedje ging over Harry uit Schiedam die wegens pedofilie veroordeeld was. Voor het gerechtshof van Den Haag hebben kinderen gedemonstreerd, aldus de zangers. Op hun borden stond: het is geen leven met artikel twee vier zeven. Dat is verwerkt in de tekst van het liedje: de woorden van het liedje hebben we in een kwartiertje gemaakt, verklaren de zangers, uit pure woede. En ze verzuchten over Harry: je zult toch daarvoor terecht moeten staan!

De seksuele ‘bevrijding’ van Nederland was radicaal en voltrok zich snel. Met meer grof geschut dan in sommige buurlanden. De beweging maakte onderdeel uit van een veel bredere stroming die gericht was op de ondermijning van het ‘regentendom’, onlosmakelijk verbonden met Provo en de kraakbeweging. En overwegend geconcentreerd in enkele steden, met name Amsterdam. Het zou de reden kunnen zijn dat het verschijnsel wat meer aan de oppervlakte is gebleven. Zonder al te veel ruchtbaarheid konden allerlei verworvenheden ook weer worden teruggedraaid. Een groot verschil met Frankrijk, blijkbaar. Dat Matzneff nu pas van zijn troon gestoten wordt, is opmerkelijk. In Nederland zou hij allang het loodje hebben gelegd.

 

illustratie
Denise Bombardier; bron: commons.wikimedia.org