Mede geïnspireerd door Ants Among Elephants, de familiegeschiedenis van Sujatha Gidla, en Outcaste, een herinnering aan Damu Mahar, de vader van schrijver Narendra Jadhav, heb ik de afgelopen dagen een paar keer op deze plaats geschreven over onaanraakbaarheid in India. Ik kan het onderwerp nog niet helemaal loslaten, er komen allerlei herinneringen aan mijn tijd in India naar boven, maar onwillekeurig ben ik ook in de archieven gaan zoeken om bepaalde zaken te controleren.

Als het gaat over conflicten in de Indiase samenleving schieten je dikwijls vooral de religieuze tegenstellingen te binnen. De maandenlange rellen tussen hindoes en moslims in de jaren negentig van de vorige eeuw, bij voorbeeld, toen hindoefanaten de Babri Masjid (de moskee van Babar) te Ayodhya in puin sloegen—onder het mom dat het bouwwerk door de Moghul-keizer bovenop een tempel voor de hindoegod Ram was neergezet. De heilige grond moest radicaal gezuiverd worden. Of de verschrikkelijke moordpartijen in Gujarat, begin deze eeuw, toen er een trein vol pelgrims op de terugreis van Ayodhya in de fik gestoken werd: dit zou het werk van moslims zijn geweest. Wraakacties van gewapende hindoebenden resulteerden in honderden doden, duizenden gewonden, onnoemelijke geestelijke en materiële schade—mensen werden uit hun huizen verdreven, hun hebben en houden vernield, ondergebracht in vluchtelingenkampen waar ze soms nog steeds zitten. De schuldigen nooit geïdentificeerd, de huidige premier Narendra Modi zou vuile handen hebben gemaakt, laat staan berecht.

Maar er is ook een dagelijkse oorlog aan de gang: een onafgebroken gewelddadige intimidatiestrategie tegen onaanraakbaren. Gidla schreef: every day in an India newspaper you can read of an untouchable beaten or killed for wearing sandals, for riding a bike. Het lijkt misschien retoriek, maar dat is het niet. Ik heb inderdaad wat gebladerd door Indiase kranten. Een maand geleden werd in Madhya Pradesh een Dalit in elkaar geslagen omdat hij op een motorfiets langs het huis van het dorpshoofd gereden was. Het incident kwam aan het licht doordat iemand het gefilmd had en het vol trots op facebook had gezet—kijk eens hoe wij hier de orde handhaven. Het slachtoffer verklaarde tegen de politie dat hij bij het huis van de burgemeester had moeten afstappen en zijn motor aan de hand had moeten vervoeren. Dat hadden de sarpanch, zijn broers en buren hem toegesnauwd tijdens de bestraffing. In dezelfde tijd werd in Gujarat een jochie van 13 jaar in elkaar geramd omdat hij mojdi droeg, een soort leren schoenen. Het slachtoffer verklaarde dat hij op de bus zat te wachten toen er een stuk of vier jongens op hem afkwamen die hem vroegen naar zijn kaste. Om zijn huid te redden zei hij dat hij een Rajput was, maar de jongens geloofden hem niet, namen hem mee en sloegen hem met stokken in elkaar. Hoe durf je je uit te geven voor een Rajput?, gilden ze. Het slachtoffer riep snikkend dat hij een Dalit was en zich nooit meer zou uitgeven voor Rajput, maar hij slaagde er pas op het uiterste nippertje in te vluchten. Ook dit incident kwam in de sociale media terecht.

In de buurt van Ahmedabad, eveneens Gujarat, werd een dalitvrouw door een complete menigte aangevallen… ze zat bij de ingang van de dorpsschool om identiteitskaarten uit te delen, haar werk. Een plaatsgenoot zag haar zitten en onstak in woede: hoe haal je het in je hoofd om in een stoel te gaan zitten?, beet hij haar toe en schopte haar onderuit. Later op de dag begaf de aanvaller zich met een stuk of twintig volgelingen naar het huis van de vrouw met stokken en messen: ze werd aangevallen, net als haar echtgenoot en een paar aanwezige familieleden. Het National Crime Records Bureau heeft de incidenten geteld voor zover deze in de officiële statistieken terechtkomen. Tussen 2009 en 2014 is het aantal crimes against dalits, waar we net een paar voorbeelden hebben gezien van 33.000 gestegen naar 50.000, het aantal verkrachtingen van dalitvrouwen van 1300 naar 2200, het aantal moorden op dalits van ruim 600 naar 750.

 


Verkrachte Dalitvrouwen storten hun hart uit.

Dit soort gebeurtenissen groeit makkelijk uit tot vér buiten de grenzen. De aanleiding is soms onnozel, maar de zaak escaleert razendsnel en mondt uit in een complete oorlog. Berucht en nationaal bekend is het geval Karamchedu, Andhra Pradesh. Het speelde zich af in de jaren tachtig, zo’n veertig jaar geleden. Het welvarende dorp telde ongeveer 15.000 inwoners en werd gedomineerd door de Kamma-kaste. De tweede grote categorie werd gevormd door de Mala en Madiga, twee groepen onaanraakbaren. Daarnaast woonden er nogal wat moslims in het dorp. De kwestie is ooit tot op de bodem uitgezocht en daarom is er over de omstandigheden veel bekend. Het gemiddelde individuele inkomen bij de Kammas bedroeg zo’n 13.000 roepies, terwijl de dalits hooguit omstreeks 10 roepies per dag konden verdienen als landarbeiders, aanzienlijk lager dan het wettelijke minimumloon.

 


Protestmars van dalits met portret van Babasaheb Ambedkar: we staan op/ nu actie/ we pikken geen wreedheden meer

De spanningen in het dorp werden mede veroorzaakt doordat de onaanraakbaren steeds minder geneigd waren om bij de verkiezingen op de de TDP, de partij van de Kammas en fanatiek tegenstander van de heersende Congress Party, te stemmen. Een uitbarsting volgde toen een Kamma-jongen zijn buffels een wasbeurt gaf met water uit het reservoir van de onaanraakbaren. Het vuile water gooide hij terug. Een klein jongetje uit de dalitgemeenschap zag het gebeuren en protesteerde: ons drinkwater! De boosdoener pakte zijn zweep en gaf het jochie er ongenadig van langs. Een vrouw die water kwam tappen, kreeg eveneens zweepslagen. De zaak werd gesust door een Madigaman die in de buurt was. Voor de Kammas was dit alles een provocatie die niet onbeantwoord kon blijven: de Madigas moesten maar eens een lesje krijgen. De volgende dag werd de buurt van de Madigas aangevallen door honderden zwaar bewapende Kammas: bijlen, speren, knuppels. Er was een klein groepje vooruit gestuurd om zogenaamd excuus aan te bieden voor de gebeurtenissen van de afgelopen dag. De verontschuldigingen werden aanvaard, maar voordat het gezelschap uit elkaar kon gaan, volgde een terdege voorbereide aanval. Het beleg van de Madigabuurt duurde uren, iedere inwoner werd uit zijn huis gejaagd en met scooters, tractoren en auto’s achtervolgd. Er werden zes onaanraakbaren vermoord, drie vrouwen verkracht, velen gewond, van wie sommigen ernstig. Alle hutten werden in de fik gestoken. De schamele bezittingen werden geroofd.

Ik herinner me een buurman van het appartement waarin ik woonde tijdens mijn verblijf in Bombay. Een beste man, succesvol ondernemer, verlangend naar zijn pensioen dat hij zwervend langs de heilige plekken aan de oorsprong van de Ganges zou gaan doorbrengen. Hij gaf me altijd nogal dwingende tips, over wat ik moest lezen, eten, denken en doen. Ik heb hem dikwijls horen verkondigen dat India het vredigste, zachtmoedigste land van de wereld is. Wij zullen nooit iemand aanvallen, zei hij, als beslissend argument. Discussie gesloten.

 

illustraties
Jai Hind; plakplaatje
Verkrachte dalitvrouwen; bron: cnn.com
Protestmars; bron: outlookindia.com