Je moet tegenwoordig stalen zenuwen hebben om door Amsterdam te fietsen, ik ben niet de enige die daarop wijst. Het heeft de laatste tijd zelfs de kranten gehaald, waarbij de nadruk ligt op de puinhoop die is ontstaan sinds scooters en brommers over het fietspad rijden. Iedereen weet inderdaad: hoe harder ze rijden, des te huftiger het gedrag. De schurkenstreken waarmee pizzakoeriers zich een slechte naam hebben bezorgd zijn inmiddels gemeengoed geworden, ook scooterbestuurders uit de ‘betere kringen’ drukken je als fietser opzij, snijden je waar het mogelijk is en trekken zich van hun medeweggebruikers niets aan.

Maar het is niet alleen de gemotoriseerde mafia. De kinderbakfietsers en de fietstaxibestuurders weten er ook raad mee. Het is moeilijk te verteren dat deze chaos uiteindelijk door de overheid gecreëerd is en dat diezelfde overheid weigert om een pink uit te steken om de zaak weer te redden. Je ziet het wel meer bij autoriteiten die verkeersmaatregelen bedenken: het is allemaal bureauwerk, tekentafeloplossingen en het staat mijlenver af van de dagelijkse praktijk. Wethouders zijn te sjiek om zélf te fietsen en dus kan het ze geen bal schelen of dat volk elkaar in de prak rijdt.

Maar aan dit alles ligt een fundamenteler probleem ten grondslag, denk ik. In Amsterdam houdt vrijwel niemand zich aan de regels, wat ongetwijfeld mede voortkomt uit het feit dat vrijwel niemand de regels kent (laten we voor het gemak maar aannemen dat er regels zijn). Ik constateer het bijna dagelijks: als ik voor een rood stoplicht stop, ben ik in 99 van de 100 gevallen de enige fietser die dat doet. Ook bij levensgevaarlijke kruispunten. Iedereen rijdt gewoon door, de mobiele telefoon aan het oor, een klein kind voorop en een klein kind achterop, kletsend in rotten van drie. Ik heb nog nooit een politiebeambte gezien die dat controleert, laat staan dat er bonnen worden uitgeschreven. Het recht van de sterkste en de snelste zegeviert.

Hoe ver deze situatie is voortgeschreden merk je als je voor het verkeerslicht gestopt bent en andere gebruikers van het fietspad je achterop komen. ‘Klootzak, ga opzij’, is nog wel ongeveer het allervriendelijkste wat je te horen krijgt. Als je er even bij stilstaat is het verbijsterend. De wereld op z’n kop. Ik moet er trouwens ook wel eens om lachen, want je maakt krankjoreme situaties mee. Een theater van absurditeiten.

plaag

 

Je hoort soms beweren dat er aan deze toestand niets kan worden gedaan omdat Amsterdam nu eenmaal een grote stad is, het verkeer is er zo druk dat er van verkeerscontrole of beheersing van asociaal gedrag geen sprake kan zijn. Onzin, natuurlijk. Ik heb in allerlei grote steden gefietst: Tokyo, Berlijn, Wenen, Londen — stuk voor stuk oneindig veel groter dan Amsterdam en stuk voor stuk duizendmaal gedisciplineerder (ik moet eerlijk toegeven dat ik in Bombay nooit heb gefietst, ook niet auto gereden trouwens). Ik vrees dat we toch moeten denken aan een algehele grofheid die het Nederlandse openbare domein in zijn greep krijgt, en niet alleen het verkeer, een grenzeloze onbeschoftheid die veel buitenlanders al eerder is opgevallen maar waar Nederlanders zelf blijkbaar ongevoelig voor zijn.