Misschien is het toeval en ligt het aan mijn vertekende perceptie, maar ik heb de indruk dat de laatste tijd meer dan ooit aandacht wordt geschonken aan de positie en achtergronden van degenen die vluchtten voor het geweld van Hitlers bruinhemden, de émigrés. In New Statesman werd het ook al gesignaleerd door Adam Kirsch (25 januari 2016) in zijn bespreking van Volker Weidermanns Summer Before the Dark, waarin het verblijf van Stefan Zweig en Joseph Roth in de Belgische kustplaats Oostende, zomer 1936, centraal staat. In Nederlandse uitgaven werd het onderwerp uitdrukkelijk belicht in Frank van Kolfschootens portret van de Amsterdamse Beethovenstraat en in de schitterende biografie van Emanuel Querido door Willem van Toorn. Geen onverdeeld vrolijk onderwerp, de vlucht uit Duitsland leidde bij velen tot diepe depressies en zelfmoord.

Kirsch noemt de Tsjechischjoodse journalist Stefan Lux als voorbeeld. Op 3 juli 1936 drong hij in Genève de algemene vergadering van de Volkenbond binnen. Hij schreeuwde c’est le dernier coup en schoot zichzelf vervolgens overhoop. Hij had de zelfmoord bedoeld als aanklacht tegen het antisemitisme en het naziegeweld. Kirsch schrijft: But if he thought that even such a public sacrifice would serve as the ‘final blow’ against fascism, he was tragically mistaken. Twee jaar na zijn laatste optreden werd zijn vaderland ontmanteld en vond de gruwelijke Kristalnacht plaats, het jaar daarop brak de Tweede Wereldoorlog uit en begon de Holocaust. Zijn daad bevestigde de volkomen machteloosheid waartegen hij in het geweer was gekomen en zelfs het nageslacht kan hem niet eren: niemand kent nog zijn naam–dat geldt trouwens voor mij ook.

Andere zelfmoorden hebben zelfs een zekere faam gekregen doordat ze uitvoerig beschreven en geanalyseerd zijn: Stefan Zweig, Ernst Toller, Max Alsberg, Kurt Tucholsky en vele anderen. Toonaangevende kunstenaars, briljante geesten–weggevaagd door brallende hordes. Ook Joseph Roth zou je kunnen rekenen tot de zelfmoordenaars, zij het een bijzondere: hij was alcoholist en stierf in 1939 te Parijs na zich systematisch dood te hebben gedronken. In Der Wendepunkt beschrijft Klaus Mann de achtergronden. Roth consumeerde ‘verbazingwekkende hoeveelheden alcohol’, aldus Mann: … in mijn herinnering waren het meestal dranken met een ongewoon donkere, bruinachtig-troebele kleur en welhaast duivelse concentratie, die onze vriend uit kleine glaasjes slurpte. Roth kiepte het ene glaasje na het andere naar binnen, vervolgt Mann. De mengsels waarmee hij zich laafde zagen eruit als medicijn, maar waren vreselijk schadelijk: de schrijver Roth pleegde een langzame zelfmoord, dronk zich langzaam maar zeker dood te midden van bewonderaars en collega’s.

In Oostende ontmoette Roth de eveneens gevluchte schrijfster Irmgard Keun (ik ben in dit gezelschap de enige Ariër, schreef ze over de emigrantengemeenschap) die hopeloos verliefd op hem werd. Ze heeft hem moederlijk verzorgd, onder andere door zijn hoofd te ondersteunen tijdens zijn dagelijkse kotsaanvallen, maar er was geen beginnen aan. Roth was een onmogelijke man, vol zelfbeklag en totaal behoeftig. Volgens Klaus Mann eiste hij exorbitante voorschotten, in Amsterdam zowel van Emanuel Querido als van Allert de Lange–beiden gerenommeerde uitgevers van Duitstalige vluchtelingenliteratuur–zonder tegenprestatie. Hij verbijsterde iedereen met zijn belachelijke politieke standpunten, Europa kon volgens hem alleen worden gered door het Huis Habsburg. Als nu eerst maar de gezalfde Majesteit weer in de Weense Hofburg ten troon zat, dan kwam alles nog goed, de heerschappij van de ‘antichrist’ zou dan voorbij zijn, schrijft Mann.

Mann zelf was de ziel van het emigrantentijdschrift Die Sammlung, dat ook door de moedige Querido in Amsterdam werd uitgegeven. Dit tijdschrift zal ten dienste staan van de literatuur, luiden de eerste woorden van de beginselverklaring, die zo belangrijke zaak die niet slechts één volk aangaat maar alle volkeren der aarde. Enkele volken zijn zozeer op een dwaalspoor geraakt dat zij het beste dat zij hebben verfoeien, zich ervoor schamen en niet langer in eigen land dulden (…) In zo’n situatie bevindt zich op het ogenblik de ware, geldige Duitse literatuur: de literatuur die niet kan zwijgen over de schending van haar volk en over de smaad waarmee zij zelf wordt beladen. Een maand na het eerste nummer wendt de intendant van het Staatstheater in Berlijn, Hanns Johst, zich tot Heinrich Himmler en hij maakt de kameraad van Hitler attent op het smerige emigrantenblad, uitgegeven door de veelbelovende spruit van Thomas Mann, de halfjood Klaus Mann. De kans is klein dat Klaus naar Duitsland zal reizen en dus, stelt Johst voor, zouden we Thomas Mann in plaats van zijn zoon tussen duim en wijsvinger kunnen nemen voor een kleine herfstvakantie in Dachau.

Ongeveer op de dag dat Joseph Roth stierf in Parijs, hing Ernst Toller zich op in zijn hotelkamer te New York. Ook hierbij was Klaus Mann betrokken, hij zat als een spin in het emigrantenweb. Nog directer. Een paar dagen eerder waren de deelnemers aan een internationaal schrijverscongres ontvangen op het Witte Huis door het presidentiële echtpaar Roosevelt. Mann en Toller reisden na afloop samen terug naar New York. Onderweg had Toller geklaagd over zijn chronische slaapgebrek: de nachten brachten hem herinneringen aan het Duitsland dat hij was ontvlucht, hij deed geen oog dicht, nooit meer slapen. Mann sprak aan het graf. Toller had geen brief achtergelaten. Hij lag achter mij, het wurgteken aan zijn hals genadig bedekt. Ik had niet de moed, hem in het gezicht te kijken. Ik was bang. Ik schaamde mij voor mijn tranen. Wie golden die? Toch niet hem, die eindelijk mocht slapen?

Tussen 1933 en 1940 arriveerden er alleen al in Nederland ruim 50.000 Duitse en Oostenrijkse vluchtelingen, de meesten overigens maar voor een paar dagen, op doorreis naar de Verenigde Staten of Palestina. Zo’n 20.000 Duitse vluchtelingen hadden zich in Amsterdam gevestigd, de Beethovenstraat werd omgedoopt tot Brede Jodenstraat en lijn 24 kreeg als bijnaam Berlijn-express. De ontvangst was over het algemeen niet onverdeeld aangenaam, om het zacht uit te drukken, maar de vluchtelingen die zich een huis in Berlage’s Plan-Zuid konden veroorloven, hadden geld en wisten zich uitstekend te redden… tot de Duitse inval.

Waar zou de toegenomen aandacht voor hun lot vandaan komen, als daar tenminste inderdaad sprake van is? Ach, je hoeft maar om je heen te kijken en je begrijpt het: het ‘vluchtelingenprobleem’ is weer helemaal terug van weggeweest. Hoe lang geleden was het? De jaren dertig van de vorige eeuw. Zeventig, tachtig jaar geleden. Ik vrees dat we er tot nu toe weinig of niets van hebben opgestoken.

 

illustraties
Klaus en Erika Mann; bron: erikamannerika.tumblr.com
Joseph Roth; bron: maaseik.bibliotheek.be
Ernst Toller; bron: www.gettyimages.com