Dezer dagen wordt het operaseizoen in de New Yorkse MET geopend met een nieuwe productie van Verdi’s Otello. De titelrol zal worden uitgevoerd door de Letse tenor Aleksandrs Antonenko en sopraan Sonya Yoncheva zal de rol van zijn vrouw Desdemona vertolken. Verdi bij de MET is altijd een gebeurtenis van de eerste orde, er staat niet voor niets een standbeeld van de grote componist voor de deur. De opera was voor het eerst in 1891 te zien voor het Amerikaanse publiek en is sindsdien niet meer weg te denken van het repertoire. Maar over de productie van regisseur Bartlett Sher is bij voorbaat een pandemonium uitgebroken: Otello zal niet zwart worden geschminkt, zoals gebruikelijk als blanke zangers deze rol vervullen–Otello is immers oorspronkelijk door Shakespeare bedacht als een (zwarte) Moor. Toen er in het voorjaar brochures uitgingen over het nieuwe seizoen zag Antonenko er op de foto’s uit alsof hij te lang op de zonnebank had gelegen en het schijnt dat de MET daarna overstroomd is door talloze woedende reacties: een zwartgemaakte zanger, dat was op z’n minst racistisch en paste niet meer in onze tijd. De directie van de MET heeft zich kennelijk laten intimideren en aangekondigd dat Antonenko met z’n eigen, lelieblanke gelaat Otello tot leven zal brengen. Regisseur Sher heeft snel laten weten dat dit altijd al de bedoeling was geweest.

Opmerkelijk. De beslissing om van Otello een politiek-correcte opera te maken komt in een periode dat er in de Verenigde Staten plotseling over de hele linie een reactie aan de gang is tegen uitingen van (vermeend) racisme. In Amerikaanse kranten wordt een direct verband gelegd met de beslissing om in sommige Zuidelijke staten geen vlag meer te vertonen van de Zuidelijke Confederatie; dit naar aanleiding van de schietpartij in Charleston, South Carolina. Hiermee hangen de pogingen samen om de zevende president van de Vernigde Staten, Andrew Jackson, voor eens en voor altijd te verwijderen van het biljet van twintig dollar. Jackson was weliswaar de aanstichter van de Democratische Partij, maar hield er ook honderden slaven op na en was de drijvende kracht achter de Indian Removal Act: de wetgeving die bedoeld was om Indianen te verdrijven uit het Zuidoosten van het land.

Wat hier gebeurt vertoont een akelige gelijkenis met wat er in sommige dictatoriale regimes aan de hand is: herschrijven van het verleden, de geschiedenis kneden naar de (politieke) smaak van het heden. Rusland, Noord Korea, China. Maar ook India: premier Narendra Modi en zijn achterban ondermijnen met alle kracht uitingen van (seculiere) kunst en wetenschap en onwelgevallige schoolboekjes worden vervangen door lesmateriaal dat strookt met het hindoefundamentalistische gedachtengoed. Toch?\

Dit is in ieder geval hoe de filosoof en schrijver Sebastien Valkenberg erover denkt. Hij weet alles van alles en is als zodanig door NRC Handelsblad ingehuurd om ons voor te lichten over de betekenis van het moderne leven in heden, verleden en toekomst. Onlangs greep hij de Otellokwestie van de MET aan onder het motto van historicus Jacques Presser: Als het fascisme ooit weer opduikt, zal het dat doen onder de naam van antifascisme.

Hoe onaantastbaar is een zwarte Otello? Verdi zélf zat er niet zo mee. Hij had zijn opera eigenlijk Iago willen noemen, naar de edelman die Otello tegen zijn vrouw Desdemona opzet door een (valse) beschuldiging van ontrouw. Dat was een man naar Verdi’s hart, geschikter als hoofdpersoon voor een opera–dramatischer vanwege zijn slechte karakter–dan de betrekkelijk ongecompliceerde, rechtlijnige Otello. Volgens de componist was de ‘historische’ Otello niemand anders dan Giacomo Moro, een generaal of admiraal in dienst van de Venetiaanse Republiek. Hij vond dat Otello als zodanig ook op toneel herkenbaar zou moeten zijn en heeft door historisch onderzoek getracht te achterhalen wat voor soort kleding zulke functionarissen droegen. Maar ja, verzuchtte hij tegen zijn uitgever, Shakespeare wilde nou eenmaal een Moor, dus laten we ons daar dan maar bij neerleggen. De handeling werd verlegd naar Cyprus, bij wijze van compromis, maar Otello was en bleef in Verdi’s ogen een Venetiaanse edelman.

En als hij per se zwart moest zijn, hoe zwart dan eigenlijk? De uitvoeringen van Otello in Parijs en Wenen hadden verschillend gekleurde Otello’s, op de ene plaats veel donkerder dan op de andere plaats. Het is ook maar de vraag wat precies de functie is van de zwarte kleur. Is het de overtuiging dat alleen zwarte mannen in staat zijn om uit jaloezie hun echtgenoten te vermoorden? Bij Verdi heb ik daar nooit een aanwijzing voor gevonden–de hele gedachte is trouwens onzin, de gewone ervaring leert ons anders.

Als het Moorse of exotische karakter van Otello onmisbaar zou zijn, kun je met kleding en accessoires veel tot stand brengen. Het operapubliek is in staat om de verbeelding te laten spreken, ieder aspect van een personage hoeft niet met evenveel nadruk onderstreept te worden. De hedendaagse operapraktijk heeft zoveel bizarre ontwikkelingen doorgemaakt dat een zwarte of witte Otello van ondergeschikt belang lijkt. De kwestie van etnische identiteit–zwart of wit–is een stuk ingewikkelder dan in NRC Handelsblad uit de doeken wordt gedaan. Valkenberg mag nog zo verontwaardigd zijn, maar weet hij dan eigenlijk wel hoe zwart Otello hoort te zijn? Licht, donker? En als je een zwarte zanger zou engageren, zou je hem dan ook zwarter of juist lichter moeten maken? Of moet Otello per se een zwartgemaakte witte zanger zijn? Onze schrijver/filosoof spreekt zich daarover niet uit. De willekeur komt aan de oppervlakte.

Wat te denken van Il Rodolfo Nero? In 1960 debuteerde de Amerikaanse tenor George Shirley in het Teatro Nuovo te Milaan als Rodolfo in La Bohème van Puccini. Shirley is zwart; hadden ze hem wit moeten schminken? Nee, natuurlijk, voor het drama maakt het niets uit welke kleur hij heeft, hij moet goed kunnen zingen en acteren. Ik heb een zwarte zangeres in Rome zien optreden in Vincenzo Bellini’s Norma. Toen ze Casta Diva zong, werd ze hard en genadeloos uitgefloten door het kritische Romeinse operapubliek–niet vanwege haar kleur, maar vanwege een totaal gebrek aan gevoel voor deze wonderschone aria.

Het schminken van zangers en acteurs heeft uiteindelijk ook te maken met de werkgelegenheid in de kunsten, de beschikbaarheid van voldoende rollen. De opera is in allerlei opzichten een oerconservatieve kunst, van de vele tienduizenden opera’s die er in de geschiedenis geschreven zijn, wordt maar een handjevol over de hele wereld uitgevoerd, een ijzeren repertoire van misschien zo’n honderd, honderdvijftig producties. Het zou helpen, denk ik, als de deur ook in dit opzicht wat wijder werd opengezet.

Ik zou bang zijn voor een beeldenstorm als de opera van Verdi in de kern werd aangetast door teksten te veranderen of het verhaal een hele andere wending te geven–aanleiding te over als je deze opera vanuit een of ander sectarisch standpunt zou bekijken, als moslim, feminist, pacifist of wat dan ook. Maar over een witte Otello kan ik niet wakker liggen, het fascisme staat daarmee nog lang niet voor de deur. NRC Handelsblad voert een achterhoedegevecht: alleen bij de opera komt de malle praktijk om mensen zwart of wit te schminken nog voor, bij het toneel gebeurt dat al jaren niet meer. En is daar ooit iemand over gevallen?

 

illustratie
Aleksandrs Antonenko; bron: The Metropolitan Opera