Augustus 2017, zeventig jaar onafhankelijkheid India en Pakistan. Een subcontinent in tweeën gespleten, later in drieën, volgens richtlijnen die geen mens ooit begrepen heeft. De roemruchte Partition. Een moeilijke operatie, zoals iemand ooit heeft gezegd, uitgevoerd met een bot keukenmes. Een feestelijke gebeurtenis: de Britse koloniale macht, die zoveel narigheid heeft veroorzaakt, trekt zich terug ten bate van twee jonge, onafhankelijke staten. Het seculaire, maar overwegend hindoeïstische India—staatshoofd Jawaharlal Nehru en zijn Congress Party—geflankeerd door het islamitische West-Pakistan en Oost-Pakistan (in 1971 afgesplitst als Bangladesh)—staatshoofd Mohammed Ali Jinnah en zijn Muslim League.

Maar ook een dieptragische gebeurtenis: zo’n vijftien miljoen mensen raakten op drift, verjaagd van hun geboortegrond, beroofd van al hun bezittingen en hun geschiedenis, op zoek naar een nieuw moederland, naar een nieuw leven. Minstens twee miljoen doden, afgeslacht door dolle menigten, een ontelbaar aantal gewonden, onbecijferbare materiële schade.

De BBC, de Britse publieke omroep, besteedt veel aandacht aan de gebeurtenis; kwaliteitsprogramma’s, zoals je kunt verwachten van een instelling met zo’n reputatie. Ik heb lang niet alles gehoord of gezien, maar toch valt me op dat de beeldvorming niet altijd in overeenstemming is met de historische realiteit. Ik heb vaak de iconen gezien van de Partition, bij voorbeeld bij de aankondiging van documentaires: heel India doormidden gespleten hoor je dan, terwijl je ziet dat de Punjab (in het noordwesten) en Bengalen (in het zuidoosten) in stukken worden gesneden, alsof er armen en benen van India worden geamputeerd. Maar ja, India bestond pas ná de Partition.

Ook krijg je soms sterk de indruk dat het bij de scheiding alleen maar om hindoes en moslims ging. Toegegeven, dat waren de grootste bevolkingsgroepen, maar daarnaast had je de Sikhs, Parsis, Boeddhisten, Christenen en wat al niet voor andere religieuze groepen die net zo goed onderdak moesten zien te vinden.

En er wordt nog iets anders volstrekt uit het oog verloren: bijna de helft van het totale grondgebied stond niet direct onder Brits koloniaal gezag, maar was in handen van de zogeheten princely states, inheemse vorstendommen. Sommige waren groter dan Engeland en Schotland bij elkaar of hadden een oppervlakte die overeenkwam met Frankrijk en België. Nog maar een paar maanden voor de Partition, had de Britse premier Clement Attlee de principes voor de verdeling vastgesteld: de inheemse vorstendommen zouden hun eigen bestemming mogen bepalen, aansluiting zoeken bij een van beide dominions dan wel onafhankelijkheid. Voor Nehru en de zijnen totaal onaanvaardbaar. Dankzij diens doordrammen en dat van zijn goede vriend Lord Mountbatten, de laatste gouverneur-generaal van India, zijn de Maharadja’s, Nawabs en andere inheemse vorsten zwaar onder druk gezet en met geld, goede woorden en soms harde dreiging met geweld, hebben ze uiteindelijk hun zelfstandigheid opgegeven, al heeft de definitieve verdeling pas na de onafhankelijkheid z’n beslag gekregen. Sommige ‘oplossingen’ zieken tot op de dag van vandaag door: de kwestie Kasjmir is het schoolvoorbeeld.  De druk kwam ook van buiten: de Amerikanen lieten weten niets te zien in een Balkanisering van het subcontinent. En met ‘Balkanisering’ is niets teveel gezegd, het aantal vorstendommen bedroeg bijna zeshonderd.

 


De eerste sterke man van India

De Partition wordt vaak afgeschilderd als een soort schok bij heldere hemel: eeuwenlang zouden diverse bevolkingsgroepen vredig naast elkaar hebben bestaan en plotseling, van de ene dag op de andere, was dat afgelopen; buren werden vijanden, families werden verscheurd, collega’s sneden elkaar de keel af. Je kunt dat lezen in de beroemde roman van Kushwant Singh, bij voorbeeld: Train to Pakistan. De inwoners van Mano Majra, waar zich het verhaal afspeelt, weten weken na de Partition nog niet dat de Britten vertrokken zijn. Een reiziger uit Delhi wordt aangeklampt: Vertel eens, wat gebeurt er in de wereld. Wat is dat allemaal voor gedoe met Pakistan en Hindoestan? Maar in Pari Darvaza, net zo’n dorp, ook in de Punjab, zijn er al vóór de onafhankelijkheidsdatum duidelijke tekenen van onvrede en onveiligheid. Die tekenen worden beschreven door een andere Sikh-auteur, Shauna Singh Baldwin, in haar onvolprezen What the Body Remembers. Iemand zegt: Dus nu hebben Hindoes meer behoefte aan Hindoes, en wij Sikhs hebben behoefte aan meer Sikhs. Mahatma Gandhi is een Hindoe, dus hij wil dat er meer Sikhs hun haar afknippen en bij de volgende volkstelling zeggen dat ze Hindoe zijn. Twee dorpen in de Punjab waar Hindoes, Moslims en Sikhs samenwonen. Twee uiteenlopende reacties op dezelfde gebeurtenissen.

 


De eerste sterke man van Pakistan

Ik heb stapels literatuur over de Partition gelezen, ook veel romans, en daardoor zie je nog andere elementen die in het vuur van de herdenkingen verschroeid zijn. De verdeeldheid binnen families, bij voorbeeld. Kozen moslims onveranderlijk en collectief voor Pakistan? Ismat Cughtai schrijft in haar briljante korte verhaal Roots over Marwar, waar hindoes en moslims zoveel op elkaar lijken dat je ze op grond van hun namen, kleding of andere kenmerken niet kunt onderscheiden. Het verhaal wordt geschreven vanuit het gezichtspunt van een moslimfamilie. De oudste zoon probeert de familie over te halen naar Pakistan te trekken, maar grootmoeder weigert. De gedachte dat ze naar Sindh zou moeten verhuizen, maakt haar ziek. Denk je nou echt dat ik straks ga sterven tussen die Sindhis? God vervloeke hun ziel! Ze lopen rond in wapperende boerka’s en pyjama’s. En het vooruitzicht van Dhaka is niet aantrekkelijker: Die Bengaalse koppensnellers kneden de rijst met hun vingers en slurpen het dan op. De Punjab is al net zo afstotend: Moge Allah ons beschermen tegen de Punjabis, ze spreken precies als helbewoners.

Wat me bij dit alles opvalt is dat voor de gebeurtenissen van de Partition nog steeds geen ‘goede’, algemeen geaccepteerde terminologie is ontwikkeld. Dat viel me op bij de Partition-literatuur [zie bij voorbeeld mijn An Eye for an Eye: The Imagery of the 1947 Partition (India, Pakistan), in: Transitional Justice, onder redactie van Chrisje Brants en anderen, Burlington (Ashgate) 2013: 241-258], maar opnieuw bij sommige BBC-documentaires. Je komt woorden tegen als riots, catastrophe, communal warfare, fury, troubles, uprisings, massacres, slaughter, bloodlust, revenge, horror, terror. Als je goed leest en luistert, merk je dat er verschillen bestaan tussen woorden die door buitenstaanders worden gebruikt en de woorden van de direct betrokkenen—in mijn vak wordt het begrippenpaar etic/emic gebruikt voor dat onderscheid. De buitenstaanders beschrijven de gebeurtenissen van enige afstand in tijd of gezichtspunt of baseren zich op rapporten en ander secundair materiaal, etic. Een historicus als Patrick French bezigt begrippen als holocaust en genocide. Wat betekent dat? Het impliceert een vergelijkend perspectief: wat zich tijdens de Partition afspeelde is van hetzelfde niveau van verschrikking als datgene wat zich in de Tweede Wereldoorlog voordeed of bij het uiteenvallen van Joegoslavië of, verder terug, de Amerikaanse burgeroorlog. Je zou zulke terminologie kunnen beschouwen als pogingen om de geschiedenis van India en Pakistan te ‘dekoloniseren’: het ging hier niet om barbaarse handelingen van primitieve zwarten in de rimboe, maar om incidenten en ontwikkelingen die hetzelfde gewicht hebben als wat zich in Westerse, beschaafde, landen heeft afgespeeld. Bovendien kun je door zulk woordgebruik de handelingen analyseren, in een patroon plaatsen, wetenschappelijk bestuderen.

Ik heb zojuist aantekeningen gemaakt bij het bekijken van My Family, Partition and Me, een programma gepresenteerd door de populaire tv-omroepster Anita Rani (Nazran). Ze was een paar jaar geleden hoofdrolspeelster bij het programma Who Do You Think You Are en ontdekte bij die gelegenheid dat haar grootvader van moederskant zijn vrouw en kinderen verloren had tijdens de Partition en besloot op zoek te gaan naar haar ‘wortels’. Ze heeft andere soortgelijke gevallen gevonden: de nazaten van een hindoefamilie in een Bengaals moslimdorp, nu Bangladesh; de kleindochter van een Britse ondernemer uit Calcutta; een oudere Islamitische man die als jochie met zijn familie naar Pakistan is gevlucht uit een hindoestad. Er wordt veel gesnikt, er hebben bijzondere, onverwachte ontmoetingen plaats. Een fraai, uitstekend gemaakt menselijk document.

 


Sant Singh, de grootvader van Anita Rani

De presentatrice van het programma en de voice-over van de verteller gebruiken woorden als horrifying, atrocities, terror, shocking, catastrophic, violence, horror, murdering mobs, slaughter, disaster en, onvermijdelijk, als algemene typeringen: genocide, ethnic cleansing. De betrokkenen zélf gebruiken taal die soms wel overlapt, maar in het algemeen toch een ander karakter heeft. Ze spreken over hiding, frightened, scared, dead bodies, cruel, trouble, difficult time, trapped, unsafe. Anders dan de buitenstaanders spreken ze ook over brand, wapens, messen, stokken. Het is emotionele taal en het geweld waaraan wordt gerefereerd is niet abstract, georganiseerd of aangesticht door bureaucratie of staat (‘genocide’, ‘burgeroorlog’).

Voor de direct betrokkenen had het geweld een ‘menselijk gezicht’, en dat is nog steeds zo als ze erover vertellen: geen bommen die uit onzichtbare vliegtuigen neerdaalden, maar wapens met een alledaagse betekenis: messen, stokken, stenen, blote handen. De moordenaar en zijn slachtoffer keken elkaar in de ogen en ze zagen haat, angst, trots, woede, verbijstering. En de directe confrontaties riepen op tot wraak: oog om oog, tand om tand. Het gaat om geweld in een context van competitie: als we niet terugslaan, verliezen we.

Aan de gebruikte taal kun je aflezen dat de Partition diepe wonden heeft geslagen in individuele mensen en families. Een programma als dat van Anita Rani demonstreert dit plastisch. Hoe diep die wonden zijn, valt vooralsnog niet te peilen, maar ik denk dat de woorden van de Urdu-dichter Ahmad Faiz nog onverminderd gelden. De ochtend van de vrijheid, heette zijn gedicht over de onafhankelijkheid van India en Pakistan:

Deze ochtendstond, pokdalig–deze ochtend, gebeten door de nacht

Dit is zeker niet de ochtend waarnaar we verlangend hadden uitgekeken.

 

illustraties:

Anita Rani en haar grootvader; bron: bbc.com
Jawaharlal Nehru; bron: mid-day.com
Mohammed Ali Jinnah; bron: genius.com