Sommige veranderingen lijken drastischer en ingrijpender dan andere, maar het hangt af van het niveau waarop en de context waarin je de dingen beschouwt. Ik was al lang niet meer in de buurt van de Vinkeveense Plassen geweest, had er alleen nog een vage voorstelling van en was bijna geschokt toen ik er onlangs was. Soms ga je ergens naartoe en denk je: dit is nog precies zoals destijds, soms herken je vrijwel niets meer. Minder dan vijftig jaar geleden hield de laatste turfarbeider het voor gezien in Vinkeveen. Er was voor hem geen droog brood meer te verdienen, terwijl de Plassen eeuwenlang de trots waren geweest van de regionale turfnijverheid. Vele generaties Amsterdammers zijn verwarmd geweest door turven uit het veen waar Vinkeveen haar naam aan heeft ontleend. Vooral na de Tweede Wereldoorlog is de turf in snel tempo totaal verdrongen door kolen, olie en gas. De Plassen zijn daarna nog intensief gebruikt voor ‘sand mining‘ –  Amsterdam Zuidoost is gebouwd op miljoenen kubieke meters zand die van de Vinkeveense bodem werden geschraapt. Op sommige plekken zijn de Plassen naar schatting 60 tot 70 meter diep.

Vandaag de dag is Vinkeveen – onder de rook van Amsterdam en Utrecht – een populair centrum voor allerlei vormen van watersport, tot duiken aan toe. En het oord is in toenemende mate woonplaats geworden van wat wel de ‘Gooise matras’ wordt genoemd: tv-presentatoren, soapsterretjes, volkszangers; maar ook omhoog gevallen aannemers, malafide bankiers, criminelen in soorten en maten – en uiteraard de getatoëerde toonzetters van de Nederlandse volkscultuur: beroepsvoetballers en voetbaltrainers. Nieuwe elite. Langs het water is een langgerekte strook ‘wild wonen’ ontstaan, die almaar blijft groeien. De ene villa groter en duurder dan het volgende landhuis. De laatste keer dat ik af en toe wel eens in Vinkeveen kwam, waren het er maar een paar, nu staan ze zij aan zij, als in de eerste de beste Vinexwijk. Op zoek naar splendid isolation in een imposante omgeving. Het wordt met de dag drukker en massaler. Dringen geblazen.

Een klemmend probleem van de Plassen: de legakkers van weleer, waar de afgegraven turf werd gedroogd, dreigen naar de bodem van de Plassen te verdwijnen. Golfslag en vorst. Het vergt enorme inspanningen en veel geld om de grond vast te houden, maar de vooruitzichten zijn niet gunstig, ook al vanwege de toenemende drukte.

 

Tussen de legakkers zijn ‘waterstraten’ ontstaan, die de Plassen grillig maken, maar ook wonderschoon. ‘Lekker in de natuur’, ben je geneigd uit te roepen als je hier rondvaart op een mooie dag — maar met natuur heeft het uiteindelijk niet veel te maken: het is allemaal mensenwerk wat je hier ziet. Onbedoeld en ongewild, misschien, maar wel degelijk stukje bij beetje uitgegraven. Met de hand.

 

Zonder voortdurend onderhoud zakt de vaste grond weg. Het is niet altijd duidelijk wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor wat. Gevolg: verwaarlozing en verdere afkalving.

 

De overgebleven legakkers zijn buitengewoon in trek als ‘buitentuinen’, op bijna ieder perceeltje staan blokhutten en bergschuurtjes. De eigenaren hebben er tuintjes aangelegd, hortensia’s en andere ‘wezenvreemde’ planten zijn bijzonder populair. De autoriteiten hebben ooit geprobeerd de bebouwing aan banden te leggen en er bestaan strenge regels over wat mag en wat niet mag, maar er is niet of nauwelijks toezicht en doorgaans worden de voorschriften aan de laars gelapt. Als je hier een optrekje hebt, moet je voor alles per boot naar de wal. Denk maar liever niet aan problemen met drinkwater, afval, riolering.

 

Idylle op legakker. Beschot is van wilgentakken en hopelijk sterk genoeg om de grond vast te houden. Politici en ambtenaren van provincie en gemeente spreken zorgelijk van ‘verrommeling’ met het oog op wat er zoal op de Plassen aan bebouwing wordt neergezet. Tja, maar niet alles is lelijk en als het je niet bevalt, moet je maatregelen nemen en niet zo klagen. Zou ik zeggen.

 

Op de legakkers ben je afhankelijk van een boot, tenzij je meesterzwemmer bent. Alle perceeltjes hebben dus aanlegplaatsen, de een stukken discreter dan de ander.

 

Langs de vaste oevers geen rustieke steigertjes, maar volwassen botenhuizen waarin de speedboten van de villabewoners fatsoenlijk hun middagduje kunnen doen.

 

Wonen aan het water krijgt aan de Vinkeveense Plassen een extra dimensie, de Plassen zijn wel wat meer dan de iele Vinexwatertjes die je normaal bij Wild Wonen-projecten ziet. Veel bewoners hebben treurwilgen aan het water, waarvan sommige oerdimensies hebben aangenomen. De tuinen zijn perfect onderhouden en tijdens boottochten zie je dan ook een dozijn tuinlieden aan het werk – in het najaar om de zaak winterklaar te maken. Net als met de boten moet gebeuren. Vanaf de weg waaraan deze bouwsels liggen, krijg je maar een flauwe indruk van de allure die hier wordt nagestreefd. We zien hier de voorkant — of is het de achterkant?

 

Links beneden is het inpandige zwembad, rechts het botenhuis. Is deze villa – stijl ‘modern’ – op de groei gebouwd? Nee, vast niet: ‘groot’ imponeert. Er is hier nauwlijks nog ruimte voor een tuin, maar ja, je hebt een enorme Plas voor je neus en als je naar buiten kijkt is er van alles te zien, al waren het maar nieuwsgierige fotografen.

 

 

Uit z’n krachten gegroeide boerderettevilla, stijl Bollywood. Op zichzelf zijn zulke logge showpaleizen een beetje potsierlijk, maar als onderdeel van een hele rij van zulke huizen doen ze het goed. Wie er langs vaart krijgt een staalkaart van wat heden ten dage in sommige kringen blijkbaar geldt als ‘mooi’ of wat je dan ook van zulke gebouwen kunt zeggen. Een ‘Schöner Wohnen’-tentoonstelling in het wild. In dit soort bunkers verschans je je dus, als je geld in overvloed hebt. Hmmm, goed om te weten.

 

 

 

(copyright foto’s: Lodewijk Brunt)