Begin augustus, afgelopen zomer, werd Michael Brown door een politieman doodgeschoten in de straten van Ferguson, een voorstad van St Louis, Missouri. Toen barstte een bom en begonnen weken van geweld en plundering: uit protest tegen het optreden van de politie. Ik schreef eerder over de zaak op deze plek. De flink uit de kluiten gewassen Brown werd door zijn moeder getypeerd als een ‘zachtmoedige reus’. Veelbelovende jongeman, als een hond neergeknald. Later bleek dat Brown een paar minuten voor de confrontatie met de agent een drankwinkel had beroofd, op de videoband kon je zien hoe de reus korte metten maakte met een wanhopige winkelbediende, vele koppen kleiner. Voor de protesterende menigten maakte dit geen verschil. ‘That is some bullshit’, riep een demonstrant, volgens een verslag in The Economist,how does it justify six bullets in him? It’s just wrong’. Na vertoning van de videobeelden werd de drankwinkel alsnog leeggeplunderd en in de fik gestoken, vermoedelijk uit een verkrampt soort wraakzucht. Het oerscenario van dergelijke rellen wordt in detail beschreven door Tom Wolfe in zijn onvolprezen grotestadsroman The Bonfire of the Vanities (1987). Over investeringsbankier Sherman McCoy uit Wall Street die een zwarte jongen aanrijdt in een desperate poging zijn vege lijf te redden en vervolgens dominee Bacon uit Harlem tegenover zich vindt die er via demonstraties en dreigementen in slaagt McCoy te gronde te richten. Eeuwig thema: ‘onschuldige jonge zwarte’ tegenover het machtige blanke establishment en zijn vertegenwoordigers.

Het is geen exclusief Amerikaanse verschijnsel. Eerder dit jaar werd de juwelierszaak Goldies te Deurne overvallen door gewapende boeven; vanuit een ruimte achter de winkel schoot de juweliersvrouw de overvallers neer in een poging haar man en zichzelf te beschermen. Volgens krantenberichten zouden de nabestaanden van de getroffen criminelen hebben geëist dat de vrouw vervolgd werd wegens doodslag. Voor het rechtsgevoel van velen is dit toch een beetje de omgekeerde wereld: niet de daders, maar de slachtoffers worden gezien als de grote boosdoeners. Of dit gevoel in overeenstemming is met de wet en de rechtspraak is een tweede, hoewel het Openbaar Ministerie inderdaad heeft afgezien van vervolging in het geval Deurne.

De kwestie van schuld en onschuld is tien jaar geleden, mei 2004, ter discussie gesteld door de Amerikaanse komiek, tv-ster en acteur Bill Cosby tijdens zijn speech voor de NAACP (National Association for the Advancement of Coloured People) ter gelegenheid van het vijftigjarige bestaan van de zaak ‘Brown vs Board of Education’. Een feestelijke bijeenkomst. In 1954 had het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten besloten dat zwarten niet uitgesloten mochten worden van ‘blanke scholen’. Dit naar aanleiding van een zaak die zich had voorgedaan in Topeka, Kansas – een zwart schoolmeisje moest iedere dag bijna twee kilometer naar school lopen omdat de school bij haar om de hoek weigerde haar toe te laten. De uitspraak was een grote overwinning die, in theorie tenminste, een eind maakte aan het tweederangs onderwijs waar zwarte kinderen toe veroordeeld waren. Cosby, alom gezien als de grootste zwarte comedian aller tijden, zou zijn licht laten schijnen over de positie van zwarten in Amerika sinds die overwinning.

In Nederland werd jarenlang de sitcom The Cosby Show uitgezonden, daar ken ik Bill Cosby van. Hij speelt er Heathcliff Huxtable, medicus, getrouwd met juriste Clair, vader van vier (later vijf) kinderen, waaronder zoon Theo. Het is een volledig zwarte wereld, ik kan me niet herinneren er ooit een blanke te hebben gezien, zelfs niet in een onbeduidende figurantenrol. De nadruk ligt duidelijk op opvoedingsperikelen: maak je huiswerk, ga naar bed, zakgeld, vriendjes, onderlinge relaties. In dat verband ook wel eens spanningen tussen de ouders die niet altijd gelijkluidende opvattingen hebben, maar uiteindelijk verloopt alles harmonieus en in goede banen; iedereen houdt van elkaar. Een typisch middenklassengezin met typische middenklassenwaarden. In die tijd hoorde je wel eens kritiek: het was bepaald geen afspiegeling van de algemene situatie van Amerikaanse zwarten. Waarom nooit problemen als racisme, discriminatie, criminaliteit? Maar de volstrekte ‘natuurlijkheid’ van Cosby overwon uiteindelijk de twijfel, de ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid van zijn situatie was onwrikbaar. Je zou er vandaag de dag denk ik zeker anders tegenaan kijken. Ik heb ook goede herinneringen aan de film California Suite (1978) van regisseur Herbert Ross. Een sterrenbezetting, waaronder zowel Bill Cosby als Richard Pryor: ze spelen twee zwagers die er op uit zijn elkaar te overtreffen en daarbij in penibele situaties terechtkomen. Flauwe, Amerikaanse humor die goed aan mij besteed is. Ik kan me uit de film Walter Matthau overigens beter herinneren en vooral het koppel Michael Caine en Maggie Smith, maar daar gaat het nu even niet over.

Het overheersende thema in Cosby’s werk, voor zover ik daar een indruk van heb, is de emancipatie van zwart Amerika door voortdurende zelfverbetering: leg de schuld van mislukking en tegenslag niet onmiddellijk bij anderen of bij de ‘omstandigheden’. Probeer er zélf iets aan te doen! Die stemming proef je ook in de woorden die hij in Washington, DC voor de NAACP sprak. Zijn voordracht is bekend geworden als de poundcake speech. In dit verband betekent poundcake gewoon ‘cake’ en hoef je niet te denken aan allerlei seksuele connotaties die het woord in de Amerikaanse straattaal heeft (eat poundcake: anilingus). Hij vergeleek de strijders voor gelijke rechten, die in 1954 het succes in de Brown-case hadden bereikt, met zwarte straatrovers die de reputatie van zwart Amerika te grabbel gooien. We winden ons enorm op als er weer een ongewapende, onschuldige zwarte jongen door de politie wordt neergeschoten, maar:

These are people going around stealing Coca-Cola. People getting shot in the back of the head over a piece of pound cake! And then we all run out and are outraged, ‘The cops shouldn’t have shot him.’ What the hell was he doing with the pound cake in his hand? I wanted a piece of pound cake just as bad as anybody else, and I looked at it and I had no money. And something called parenting said, ‘If you get caught with it you’re going to embarrass your mother.’ Not ‘You’re going to get your butt kicked.’ No. ‘You’re going to embarrass your family.

Inderdaad, misschien een ‘zachtmoedige reus’, maar wat betekent het als hij net een drankwinkel heeft beroofd of desnoods een cake of een fles cola heeft gestolen? Moeten we doen alsof dat geen enkele betekenis heeft? Moet de politie jeugdige criminelen de vrije hand geven en ze laten stelen en roven als ze daar zin in hebben? Cosby verweet zwarte ouders dat ze zich niet hadden gehouden aan hun ‘part of the deal’: je kunt wel blijven roepen dat de achterstand van zwarten de schuld is van discriminatie en uitbuiting, maar kijk eerst eens naar je eigen ‘armoedecultuur’ en probeer daar oplossingen voor te vinden. De reactie op de poundcake toespraak was luid en hevig, mensen vroegen zich af of Cosby soms zijn verstand verloren had. Maar hij werd even hard geprezen om zijn moed om in het gezelschap van de jubilerende NAACP zulke harde noten te kraken.

Cosby heeft uiteindelijk weinig aan populariteit ingeboet, hij treedt nog steeds op, over de tachtig, voor volle zalen. Hij heeft niets teruggenomen van zijn woorden, vader Huxtable heeft gesproken! Sinds 2004 komt de poundcake speech bij alle incidenten waarbij de politie optreedt tegen zwarte jongeren, weer ter sprake, ook na de dood van Michael Brown in Ferguson. Het is van belang om de proporties in het oog te houden – Cosby heeft gelijk als hij zegt dat er aan zo’n akelig incident iets vooraf gegaan is. Maar proporties werken naar twee kanten: als buitenstaander krijg je de indruk dat de politie tegenover zwarten een andere houding aan de dag legt dan tegenover blanken. Eerst raak schieten, daarna zie we wel weer verder. Laten we hopen dat dit Cosby wel eens aan het twijfelen heeft gebracht.

 

 

 

 

bron foto Bill Cosby: tvweek.com; bron foto Cosby Show: annex.vintage.blogspot.com