Op 4 april 2015 werd in NRC next een bijdrage van Frits van Oostrom afgedrukt – Laten we méér praten en minder schrijven aan de universiteit. Ik had het stuk al eerder gelezen, in NRC Handelsblad, meen ik. Een tijdje geleden. Van Oostrom is voor het NRC-concern blijkbaar geen eendagsvlieg. ‘Is het universitaire onderwijs aan het verarmen?’, vraagt de auteur zich af en je denkt meteen: in wat voor wereld leeft die man? Op basis van Amerikaanse publicaties betoogt hij dat er teveel aandacht aan het schrijven wordt gegeven en te weinig aan mondelinge contacten. Jezus was een ‘fameuze, charismatische leermeester’, weet Van Oostrom, die weliswaar zélf nooit iets schreef, maar zijn volgelingen tot op de dag van vandaag zou weten te bezielen. Zulk onderwijs moeten we ook aan de Nederlandse universiteiten zien te krijgen.

Ik slikte even. De universiteit, dacht ik in mijn naïveteit, is bedoeld voor onderwijs, inderdaad, maar ook onderzoek en juist niet voor ongeschoolde demagogen die het volk een bepaalde ideologie proberen op te leggen, tollenaars de tempel uitranselen en wonderbaarlijke trucs vertonen die natuurkundig niet te verklaren zijn. Geen probleem voor Van Oostrom: willen we blijven geloven in de universiteit ‘als fysieke plek’, dan moeten we inzetten op face to face-onderwijs à la Jezus. Tja, dat zal wel. Zonder ‘voorbeeldige leermeesters’ kunnen we het schudden. Concreet denkt de auteur aan verschillende varianten van leermeesterleerling contact: het mondelinge tentamen, interne stages, een vrijkaartje voor een jaarlijkse lunch van student met docent en tutorials van oudere stafleden met eerstejaars.

Niet spectaculiar, eerder curieus. Het zal op de Van Oostrom Universiteit reuze gezellig worden, maar krijg je er écht beter onderwijs en onderzoek van?

Ik moest onwillekeurig denken aan Words Without Music, de autobiografische aantekeningen die de Amerikaanse componist Philip Glass net gepubliceerd heeft (New York, London – Liveright Publishing Company). Glass was een briljante middelbare scholier, maar had geen zin om zijn school af te maken. Hij maakte gebruik van de ‘veteranenregeling’ die door de University of Chicago na de Tweede Wereldoorlog was ingesteld: je kon zonder diploma tot de universiteit worden toegelaten – als je toelatingsexamen deed. Glass slaagde met vlag en wimpel en begon op zijn vijftiende jaar aan een universitaire studie. Hij volgde alle colleges die hem interessant leken, van geschiedenis tot natuurkunde.

Een aantekening voor Van Oostrom: lang niet alle studenten aan Nederlandse universiteiten worden gedreven door intellectuele nieuwsgierigheid, bij talrijke studies gaat het om een toegangsbewijs voor het bedrijfsleven of een zelfstandig bestaan als professional, advocaat, tandarts, consultant, huisarts. Baantjes, geld, idealisme desnoods. Gratis lunch met een docent? Geef mijn bonnetje maar aan Fikkie. Tweede aantekening: niet alle studenten zijn zo slim en gemotiveerd als Philip Glass. Wat moet je met studenten die nauwelijks kunnen lezen en schrijven? Nederlandse universiteiten laten nou eenmaal alles toe dat zich aanmeldt, ook dat soort.

Glass trof een situatie aan met onderwijs in kleine groepen, hooguit 12 studenten. De overheersende onderwijsvorm: werkcolleges waarin de vakliteratuur intensief werd besproken aan een ronde tafel. Een classic seminar, zoals Glass het noemt – de discussies werden na afloop van de lessen vaak voortgezet in de cafetaria’s op de campus. Ook als er geen docenten bij waren. Naast werkgroepen werden er hoorcolleges gegeven en – afhankelijk van het vak – proefnemingen in het laboratorium. Het was bovendien gebruikelijk dat docenten informele colleges verzorgden over specifieke onderwerpen – dikwijls gewoon bij iemand thuis. En inderdaad, aan de University of Chicago werkten briljante (in de woorden van Van Oostrom ‘charismatische’) docenten. Geen Jezussen, maar doorgewinterde wetenschapsmensen die zich met academische problemen bezighielden en geen onnavolgbare wonderen verrichtten of heilsboodschappen verkondigden.

Glass roemt de colleges van Harold C. Urey, scheikundige, Nobelprijswinnaar, die onder andere het periodieke systeem met zijn (eerstejaars) studenten besprak en zich niet te goed voelde om voor een handjevol toehoorders, ’s ochtends om acht uur, zijn uiterste best te doen. Waarom? ‘Ik denk dat hij dacht’, schrijft Glass, ‘dat er jonge mensen in het leslokaal zitten die een loopbaan in de wetenschap voor ogen hebben’. Wéér: ambitie, slimheid, motivatie – zeldzame eigenschappen. ‘Zijn colleges waren een optreden’, herinnert Glass zich, ‘hij was bezield door zijn onderwerp en hij kon niet wachten tot we ons ’s ochtends om acht uur hadden verzameld. Geleerden van dat niveau zijn kunstenaars. Ze houden zielsveel van hun vak, Urey was er zo een’. En Glass concludeert: ‘In feite kan ik me nu niets meer van scheikunde herinneren, maar ik ging naar college vanwege die performance’.

Nog een aantekening voor Van Oostrom: hoe interesseer je bezielde onderzoekers om aan een Nederlandse universiteit te komen werken? Een programma met tutorials klinkt misschien goed, maar zonder zulke artiesten als Urey leidt het tot niets. Educating Rita. De Chicago University is nu eenmaal geen gelijkgeschakelde Nederlandse universiteit, maar een particuliere instelling: goeie docenten worden simpelweg voor veel geld en faciliteiten ‘gekocht’.

Van Oostrom vindt persoonlijke contacten interessanter dan het verwerven van academische vaardigheden, lijkt het, misschien omdat Jezus niet kon schrijven. Maar Philip Glass wijst er, denk ik, terecht op dat het lezen van boeken wel degelijk een onlosmakelijk onderdeel is van een universitaire studie – en afgaande op zijn boek, heeft hij wel degelijk óók leren schrijven in Chicago! Ze lazen nooit samenvattingen of uittreksels, zoveel mogelijk de oorspronkelijke bronnen. Hij las voor biologie The Origin of Species en hij deed de proeven van Mendel na met fruitvliegjes, hij las voor natuurkunde Newton en voor scheikunde Dalton en Avogrado. Hij volgde sociologiecolleges bij de briljante David Riesman en las diens, destijds baanbrekende, studie over The Lonely Crowd – vers van de pers.

Laten we méér praten en minder schrijven aan de universiteiten, bepleit Van Oostrom. Als hij denkt dat hij daarmee de oplossing gevonden heeft voor de verarming van het Nederlandse hoger onderwijs, heeft hij het mis, vrees ik. Daar helpt geen Jezus van Nazareth aan.