Soms moet je even in je arm knijpen als je hoort wat er in de wereld zoal gebeurt. Het is een gekkenhuis, dat weet je, maar af en toe loopt het zelfs daar de spuigaten uit. Ik bedoel nog niet eens de grote, boze ‘geopolitieke situatie’, het optreden van halfgare staatshoofden, premiers en gevaarlijke dictators, oorlogshitsers en wat al niet, maar gewoon, alledaagse gebeurtenissen om de hoek. In een land als Nederland—de gewatteerde isoleercel, zoals een columnist dit land onlangs karakteriseerde. Mijn behoefte aan knijpen kwam op toen ik in de krant het bericht las over een Tilburgse hoogleraar die zijn promotierecht had verspeeld (NRC Handelsblad, 28 februari 2019). Dat komt zelden voor, denk ik en dus zou je zeggen: zo’n nieuwtje past inderdaad in de krant.

De bewuste hoogleraar is Ruben Gowricharn, hij deed in sociale cohesie te Tilburg, maar is nu inmiddels verbonden aan de Amsterdamse Vrije Universiteit—niet meer op het gebied van de sociale cohesie, wat dat dan ook geweest mag zijn, maar Indiase diasporastudies. Meneer is blijkbaar van alle markten thuis en direct inzetbaar bij exotische studievelden. Zijn nieuwe werkgever krijgt officieel bericht over de zaak, staat in de krant. Gelukkig maar, dan hoeven ze daar in Amsterdam tenminste niet af te gaan op een willekeurige verslaggever. Gowricharn was niet alleen, ook zijn collega Jan Jaap de Ruiter, heeft boter op zijn hoofd. Die wordt berispt. Of de rest van de promotiecommissie nog op de vingers getikt gaat worden? We weten het niet, maar het zou wél moeten gebeuren als er een onaanvaardbare promotie heeft plaatsgevonden. Overigens hoeft de Vrije Universiteit zich nergens iets van aan te trekken: de Universiteit van Tilburg kan zoveel beweren maar heeft geen enkele zeggenschap over hoogleraren van andere universiteiten. Een loos gebaar dus.

Maar wat is er nou écht aan de hand? Gowricharn heeft een dissertatie begeleid van de antropoloog Nazar Soroush over salafistische jongeren (ik ga nog steeds af op het artikel in NRC Handelsblad). Hij had niet alleen jongeren bestudeerd, maar ook instellingen, en wel 24 in getal. Wat voor instellingen? Geen idee. De krant hangt ons niet alles aan de neus. Van die mysterieuze instellingen had hij er een stuk of tien als salafistisch bestempeld, volgens de Tilburg Universiteit zonder voldoende onderbouwing. Een paar van die instellingen hebben protest aangetekend en dat was voor de autoriteiten van de universiteit genoeg reden om een ‘externe onderzoekscommissie’ te installeren. Deze commissie heeft bepaald dat Gowricharn en zijn collega De Ruiter, die als co-promotor was opgetreden, tekortgeschoten zijn bij de inhoudelijke begeleiding en beoordeling van het promotietraject.

De krant vermeldt niet of het omstreden oordeel van de jonge doctor over de onderzochte instellingen de toets der kritiek kan doorstaan, terwijl dat uiteraard de doorslag zou moeten geven. Het lijkt erop dat de externe commissie haar aandacht exclusief heeft gericht op de relatie tussen promotores en promovendus. Desondanks dient Soroush rectificaties plaatsen in wetenschappelijke tijdschriften en mag hij zijn dissertatie alleen laten lezen als hij het rapport van de commissie bijsluit. Wat een belachelijke eis. Ik kan me niet voorstellen dat Soroush zich daaraan zal houden… en ‘rectificaties’? Welk tijdschrift heeft daar zin in? En, om welke tijdschriften gaat het dan precies? Toch behoudt hij zijn doctorstitel, omdat er geen opzet in het spel is. Mijn klomp breekt. Wàt moet Soroush eigenlijk rectificeren? Dat zijn resultaten niet deugen? Maar wie kan daar dan over oordelen? De commissie heeft zijn onderzoek toch niet opnieuw uitgevoerd? Van tweën één: of het onderzoek deugt van geen kanten en dan moet Soroush afzien van zijn titel en maken dat hij met de staart tussen zijn benen verdwijnt uit de wetenschappelijke gemeenschap, of het onderzoek deugt wel degelijk en behoeft dus ook geen rectificatie. Heb ik iets gemist? Ik geeft toe, het artikel in de krant is warrig en vaag, méér kan ik er niet van maken.

 


De jonge doctor met zijn rectificaties

Maar het wordt nog gekker. De commissie heeft verzachtende omstandigheden vastgesteld: de antropoloog Soroush zou een gebrek hebben gehad aan uitgewerkte richtlijnen voor antropologie, met name, begrijp ik, richtlijnen over ethische afwegingen. Wat een volstrekte flauwekul! Als er één vak tot in het merg doordrongen is van ethisch besef en gedetailleerde richtlijnen dan is het zeker de antropologie, in oneindig veel grotere mate dan welke andere gedragswetenschap dan ook. Bibliotheken vol en niet van vandaag of gisteren. Als de commissie dit werkelijk naar voren gebracht heeft, kunnen we haar bevindingen gevoeglijk als onnozel en irrelevant terzijde schuiven, ze weten klaarblijkelijk niet waarover ze het hebben. En als de jonge doctor zich op het gebrek aan zulke richtlijnen zou hebben durven beroepen, dan moet hem alsnog de titel ontnomen worden. Direct! Wat is dat voor een zootje, daar in Tilburg? Kunnen we die universiteit nog wel serieus nemen?

De kern zou liggen in het feit dat de onderzoeker bij zijn studie gebruik heeft gemaakt van verborgen participerende observatie. Een dergelijke benadering levert moeilijk controleerbare gegevens op en dit had duidelijker in de dissertatie verantwoord moeten worden. Zo, aldus nog steeds het bericht in de krant, was het een aantal van de onderzochte instellingen onduidelijk of de onderzoeker wel langs was geweest, ze waren niet geconfronteerd met zijn conclusies. Tja, dat haal je de koekoek… als je ‘verborgen’ onderzoek doet, merken mensen je niet op, dat is precies de bedoeling van de methode. Bij Islamitische instellingen (en daar niet alleen) kom je simpelweg niet binnen als onderzoeker, er is daar veel te verbergen en dus moet je het op een andere manier proberen. Met alle risico’s vandien. Maar ze zijn wel degelijk geconfronteerd met de conclusies, want daar hadden ze toch bezwaar tegen gemaakt? Of ben ik nou gek?

Een paar jaar geleden baarde Maarten Zeegers opzien met zijn boek Ik was een van hen. Drie jaar undercover onder moslims. De titel zegt genoeg. In de antropologie (en ook de sociologie) bestaat net als in de journalistiek van Zeegers, een lange traditie, met voorlopers in de negentiende eeuw, van onderzoek undercover. Het is vaak de enige manier om bepaalde inzichten en gegevens te verwerven. Ik heb er zelf, zij het beperkt, gretig gebruik van gemaakt. Soms kan het niet. Ik moet in dat verband bij voorbeeld denken aan de briljante studie van Ulf Hannerz in het zwarte ghetto van Washington, D.C.: Soulside. Inquiries into Ghetto Culture and Community. Hij trok de hele dag op met zwarte ghettobewoners maar kon zich nooit ‘onzichtbaar’ maken, hoe graag hij dat soms ook had gewild: als een grote, hoogblonde Zweed liep hij in Washington rond als een soort vuurtoren.

Of Nazar Soroush zijn onderzoek goed heeft gedaan en zich voldoende overtuigend als onderzoeker heeft gepresenteerd, kan ik uiteraard niet beoordelen—ik heb zijn verslag niet gelezen. Oppervlakkig gezien lijkt het alsof de externe commissie zich heeft laten afbluffen door vertegenwoordigers van de onderzochte instellingen. Dat zou treurig zijn. De jonge doctor is eerst in handen gevallen van een promotor die nooit hoogleraar had mogen worden en krijgt er dan ook nog eens een stelletje incompetente koekenbakkers overheen.

 

naschrift
Na het schrijven van dit stukje, ontdekte ik dat de hele kwestie al maanden geleden uitvoerig op Internet te vinden was. Overigens zonder dat ik een antwoord kon vinden op de vragen die ik aan de orde heb gesteld. Het is een obscure affaire, maar Gowricharn is in de aanval gegaan. Hij merkte op: ook al had de promovendus de helft van het proefschrift uit zijn duim gezogen, dan was het nog een voldoende dissertatie geweest. Zo’n uitspraak bevestigt ten volle mijn indruk dat deze persoon ten onrechte hoogleraar is geworden, in welk vak dan ook. Hij lijkt me een gevaar voor de wetenschap en een promotor die je als de pest moet mijden.

 

illustraties:
Ruben Gowricharn; bron: research.vu.nl
Nazar Soroush; bron: vd.nl