We zullen morgen, 9 mei 2019, worden opgeschrikt door een luid applaus. Het zal in alle uithoeken van Nederland te horen zijn. Afkomstig uit de aula van de Rijksuniversiteit te Groningen tijdens de promotieplechtigheid van Ad van Liempt, die daar zijn studie over kampbeul Albert Konrad Gemmeker zal presenteren. Het klappen van Geert Mak zal overal bovenuit klinken. Hij heeft dat aangekondigd in een reactie op de ‘karaktermoord’ die Frits Barend op Van Liempt zou  hebben gepleegd, ik heb over die zogenaamde moord op deze plaats eerder geschreven. Mak houdt er kennelijk niet van de argumenten van Barend, die Van Liempt onder meer van plagiaat beticht (niet in zijn proefschrift, maar eerder werk), te weerleggen; Van Liempt is zijn held, hij gaat voor hem door het vuur. For better or for worse.

Maar stelt het promoveren aan een universiteit eigenlijk nog iets voor? Ik bedoel niet het behalen van de doctorsgraad als zodanig, maar de plechtigheid die daaraan voorafgaat. Velen vinden het een overbodige poppenkast omdat de kaarten allang geschud zijn: wie wordt er nog afgewezen als het proefschrift eenmaal aanvaard is door promotor en copromotor en de voltallige promotiecommissie? Als de promovendus in de aula staat, geflankeerd door zijn paranimfen, in het zicht van zijn vrienden en familieleden, kan er niets meer misgaan, toch? De ‘heuse bedenkingen’ die tijdens de plechtigheid door leden van de promotiecommissie (of oppositiecommissie) naar voren worden gebracht, mogen nog zo kritisch of venijnig klinken, de race is gelopen. Dat de commissie zich na de ‘uitwisseling van gedachten’ terugtrekt ‘voor beraad’ heeft alleen maar een rituele betekenis, ook al staat de aanstaande doctor soms te rillen van de zenuwen, en zijn of haar familie daarbij.

Ach, het is een fraaie ceremonie. De hiërarchische verhoudingen worden weer eens duidelijk gemaakt en de promovendus krijgt een nieuwe maatschappelijke status met alle rechten en verplichtingen die daar door recht of gewoonte aan verbonden zijn, zoals de formule ongeveer luidt. Ik heb de teksten tientallen keren horen uitspreken toen ik als decaan de promotieplechtigheden van mijn faculteit moest leiden en heb ze zelf uitgesproken als promotor. Overigens wordt er tegenwoordig soms onderscheid gemaakt tussen de promotiecommissie die het proefschrift beoordeelt en de oppositiecommissie die actief is tijdens de promotieplechtigheid; afgaande op de verschillende promotiereglementen die ik ken, verschilt de naamgeving van zulke commissies per universiteit. In ‘mijn’ tijd bestond zo’n onderscheid niet, althans aan mijn universiteit.

 


De aanstaande jonge doctor

Maar de voorstanders van het ritueel kunnen er op wijzen dat er bij de promotieplechtigheid wel degelijk iets op het spel staat. De promovendus kan op een reguliere manier bevorderd worden, maar er zijn gradaties. In het geval van cum laude bij voorbeeld. Als de promotor of copromotor van mening is dat het proefschrift met kop en schouders uitsteekt boven andere proefschriften, kan hij een voorstel doen om er het predicaat cum laude (‘met lof’) aan toe te kennen (niet overal gaat het precies op die manier, maar de principes komen ongeveer met elkaar overeen). In de academische wereld is dat bepaald niet zonder betekenis: iemand die cum laude gepromoveerd is, heeft gewoonlijk een voorsprong op andere kandidaten bij sollicitaties naar banen of onderzoeksgelden. Het is geen wet van Meden en Perzen, maar het kan zomaar de doorslag geven. Zo’n cum laude-voorstel moet altijd mede onderschreven worden door andere leden van de promotiecommissie (in sommige reglementen wordt unanimiteit vereist; volgens andere reglementen moet de commssie worden uitgebreid), waarbij er leden kunnen zijn die een slag om de arm houden.

Een voorbehoud wordt soms gemaakt met het oog op de kwaliteit van de verdediging: reageert de promovendus naar behoren op de vragen en bedenkingen die over zijn dissertatie worden geopperd? In zo’n geval kan er verschil van mening bestaan tussen de diverse commissies. Bij menige promotieplechtigheid voelen bepaalde commissieleden zich tekortgedaan omdat de promovendus niet of nauwelijks is ingegaan op hun kritiek of die van de andere opponenten. Dat wordt wel eens geweten aan arrogantie, dan wel onnozelheid of een combinatie. Onder die omstandigheid tekent het bewuste lid van de commissie bezwaar aan tegen de cum laude-toekenning en hij kan daarin van harte worden bijgevallen door anderen. Als de stemmen vervolgens staken gaat het feest niet door. De bul met de toevoeging cum laude, die van te voren is vervaardigd, wordt dan in het zicht van de commssie door de pedel aan stukken gescheurd.

In zeldzame gevallen (ik heb het zelf nog nooit meegemaakt) kan de toekenning van het doctoraat zelfs worden geweigerd, bij voorbeeld als de verdediging van de promovendus zo bedroevend slecht is dat de commissie de uitreiking van het doctoraat onverantwoord acht. Normaal gesproken krijgt de kandidaat een nieuwe kans. Dat gebeurde bij iemand die zo in de war was dat hij flauwviel zodra de eerste opponens het woord tot hem richtte. Het incident schijnt zich te hebben voorgedaan aan de Universiteit van Amsterdam, maar ik heb nooit concrete namen of data gehoord. Een slechte verdediging is een terechte grond voor de weigering van de toekenning van het doctoraat, dunkt mij, en in sommige promotiereglementen, waaronder dat van de Rijksuniversiteit Groningen, wordt deze reden dan ook uitdrukkelijk genoemd. Het bewuste artikel luidt:  Een weigering om het doctoraat toe te kennen op grond van de verdediging van het proefschrift door de promovendus wordt gebaseerd op een unaniem oordeel van de Promotiecommissie. Ook uit andere reglementen kun je afleiden dat de weigering om het doctoraat toe te kennen wel degelijk tot de mogelijkheden behoort, in ieder geval in theorie. Zie het reglement van de Leidse universiteit: Indien evenwel besloten is het doctoraat niet toe te kennen, of staakten de stemmen, dan doet de voorzitter hiervan mededeling en wijst hij of zij de promovendus erop dat het College voor Promoties het besluit omtrent toekenning van het doctoraat zal nemen.

Naar de letter genomen komt het erop neer dat de universiteit, in casu de daartoe aangewezen functionarissen en commissies, de ultieme zeggenschap heeft over het toekennen van de doctorstitel. In overeenstemming daarmee is de regel—of: gewoonte, ik heb er in de promotiereglementen geen duidelijke uitspraken over gevonden—dat het proefschrift pas aan de openbaarheid wordt prijsgegeven na afloop van de promotieplechtigheid waar de doctorsbul is uitgereikt. Soms komt het voor dat het onderwerp zoveel publieke aandacht trekt dat exemplaren van te voren aan de pers worden verstrekt, maar dan altijd onder embargo. Ik heb tijdens mijn loopbaan in deze arena wel eens meegemaakt dat er vóór de plechtigheid werd gefluisterd dat het ‘boek’ al bij Athenaeum te krijgen was—in Amsterdam liggen de Aula en de boekhandel tegenover elkaar aan het Spui en menigeen combineert een bezoek aan de Aula met een bezoek aan de boekhandel. Daar werd streng afkeurend over geoordeeld. Begrijpelijk, want door je boek in de winkel al te koop aan te bieden, loop je vooruit op de besluiten van de universitaire autoriteiten. Niet alleen onbeschoft en brutaal, maar ook tegen ‘recht en gewoonte’, zoals dat heet.

In dit licht heb ik me hogelijk verbaasd over de gang van zaken bij de promotie van Ad van Liempt voor zover ik daar iets van weet. Al een dag of tien voordat de plechtigheid in Groningen zou plaatsvinden, morgen dus, stond het proefschrift pontificaal in de etalage van Athenaeum en lagen er stapels bij de kassa. Navraag bij het winkelpersoneel leerde me dat de boeken waren afgeleverd zonder embargobepaling. Men was nogal verbaasd dat ik er naar vroeg en van enige promotieplechtigheid wist men niets. Dat was het begin, de dagen erna, vorige week dus, werd Nederland gebombardeerd door een publiciteitscampagne die zijn weerga niet kent: interviews op radio en tv, lange stukken in de tv-gids, speciale documentaires, en, wonder boven wonder, positieve recensies in alle dag- en weekbladen.

Tja, je hoeft natuurlijk niet lang na te denken over de achtergronden, het was afgelopen weekend 4 en 5 mei en de auteur en zijn uitgever hebben deze commerciële buitenkans met beide handen aangegrepen. Ook de schoorsteen van een jonge doctor moet roken. Maat intussen staat de Groningse universiteit voor paal. Wat moet er tijdens de promotieplechtigheid nog worden gezegd, nu iedereen zijn mening al gegeven heeft en in alle kranten is gemeld dat de heer Van Liempt morgen op zijn werk over Gemmeker (waarvan de kwaliteit er in dit verband niets toe doet) ‘zal promoveren’. Inderdaad, de kaarten zijn geschud. Groningen had de bul ook per post naar het adres van de promovendus kunnen sturen. Ik dacht bij mezelf: als ik lid zou zijn geweest van de commissie had ik feestelijk bedankt voor de ‘eer’ om de plechtigheid bij te wonen en mijn handtekening te zetten. Een promotie in Groningen? Inderdaad een totaal overbodige poppenkast en wie dat prachtig vindt, mag drie kwartier applaudiseren want wat er gezegd wordt, doet er niet meer toe.

 

PS (13 mei 2019)
Uit de reacties die ik op dit stuk heb gekregen, kan ik opmaken dat het publiceren van dissertaties, voordat de promotieplechtigheid heeft plaatsgevonden, wel meer voorkomt aan de Universiteit van Groningen. Bij één zo’n geval werd daartegen bezwaar gemaakt door een opponent, maar de promotor was daarover not amused. Volgens sommigen moet het hele promotiestelsel in Nederland op de helling en gezien de onfrisse toestanden die zich soms voordoen, is dat misschien wel noodzakelijk. Er zijn me gevallen bekend van commissieleden die niet op de plechtigheid verschijnen om ruzies en narigheden te voorkomen, anderen moeten zich soms in bochten wringen om hun tegenstem ergens genoteerd te krijgen. Over het promoveren op basis van artikelen las ik een onthutsende case study bij:  www.broerendebruijn.nl/Rivierlopen.html
Overigens ziet het er naar uit dat over de dissertatie van Dr Ad van Liempt het laatste woord nog niet zal zijn gezegd.

 

illustraties:
Ad van Liempt; bron: biografieportaal.nl