Via Mohsin Hamid kwam ik op Lahore. De schrijver is er geboren, heeft op diverse andere plekken in de wereld gewoond, maar is weer teruggekeerd naar zijn ‘wortels’, zoals hij het zelf noemt—hij woont als getrouwde zoon met kind bij zijn ouders thuis, zoals het hoort in zijn kringen, en maakt deel uit van een hechte extended family. Het staat beschreven in zijn boek Discontent and Its Civilizations dat zojuist in een Nederlandse vertaling verschenen is. Ik heb het werk gerecenseerd voor Literair Nederland. Een schrijver uit Lahore over Lahore… ik verwachtte een frisse kijk op zijn grote voorganger: Rudyard Kipling, maar helaas, geen woord. Over de stad komen we trouwens ook niet veel te weten; Hamid schrijft voornamelijk over zijn eigen zieleroerselen als man van de wereld, daar blijft je dus weinig van bij.

Kipling roept tegenstrijdige gevoelens op, nog steeds. Hij is (soms met reden) bestempeld als reactionair, racist, goedprater van het Britse imperialisme. Zoals iemand zei: hij was at best politically incorrect and at worst an apologist for all the wrongs of the British empire. Maar hij was tijdens zijn leven óók een van de beroemdste schrijvers van de wereld, muntte tal van zegswijzen die we volstrekt vanzelfsprekend als ‘taaleigen’ gebruiken, zonder ooit speciaal aan hem te denken: East is East, and West is West; The white man’s burden; What do they know of England who only England know?; The female of the species is more deadly than the male; Prostitution is the oldest profession in the world. In een opstel over Kipling schreef George Orwell dat iedere verlichte geest in generatie na generatie een bloedhekel aan hem heeft gehad, maar … at the end nine tenths of those enlightened persons are forgotten and Kipling is in some sense still there.

Ik ken Kiplings werk alleen maar voor zover dat iets met India te maken had, een korte episode uit zijn bestaan, van zijn latere leven weet ik weinig of niets. Hij mag dan wel een reputatie hebben als apologeet van het imperialisme, maar hij was in India bepaald geen geaccepteerd lid van de koloniale gemeenschap. Hij arriveerde in Lahore als zestienjarige jongen, net terug van kostschool in Engeland. Hij vond er een baantje als assistent-redacteur bij het dagblad Civil and Military Gazette (CMG) dat werd uitgegeven door George Allen. Ondanks een totaal gebrek aan ervaring in de journalistiek bleek hij bij uitstek geschikt voor het vak. Een achterkleinzoon van Allen, de schrijver Charles Allen die het boek Kipling Sahib schreef, onderstreepte dat de leerling-journalist twee uitmuntende eigenschappen bezat: een scherp observatievermogen en een ijzeren geheugen. Je zou er nog een derde element aan kunnen toevoegen, ik leid dat af uit de door Patrick Hennessey gemaakte documentaire Kipling’s Indian Adventure, die onlangs op BBC-2 werd vertoond.

Kipling was in allerlei opzichten een buitenstaander. Hij was klein, had slechte ogen en was buitengewoon onhandig, liep tegen deuren op, viel zonder aanwijsbare reden van zijn paard. Een loopbaan in het leger was daardoor afgesloten; een weinigbelovende uitgangspositie in de gemeenschap van militairen en hogere ambtenaren van wie hij voor zijn informatie afhankelijk was. Hij werd geacht rond te hangen in de chique Punjab Club waar het koloniale sociale leven van Lahore zich afspeelde, daar pikte hij het societynieuws op voor de krant. Maar de hogere officieren namen hem, ook vanwege zijn eenvoudige familieachtergrond, niet serieus en vonden hem eigenwijs en tegendraads. Hij kon veruit het beste overweg met onderofficieren en gewone soldaten, net als hij geminachte buitenstaanders.

Kipling was deste meer buitenbeentje vanwege zijn intense belangstelling voor de ‘andere kant’. Hij was gefascineerd door het schijnbaar chaotische, bonte karakter van de Aziatische steden. Lahore was nog maar net door de Britten veroverd, na een lange, bloedige strijd. In de ommuurde, middeleeuwse black city, bevond zich een nog nauwelijks door het kolonialisme aangetaste samenleving waar de vreemde overheersers geen weet van hadden. De jonge Kipling had zomers de verantwoordelijkheid voor de krant: alle blanken hadden zich op de koele voetheuvels van de Himalaya teruggetrokken in oorden als Simla of Mussoorie, ook zijn eigen hoofdredacteur. Ongedurig als hij was, zwierf hij ’s nachts door de steegjes en sloppen van de overvolle inheemse stad, aangetrokken door de drukte, het lawaai, de stank en het vuil. Hij kwam op plekken waar geen Europeaan zich ooit zou durven wagen en hij zag dingen die zijn Britse landgenoten nooit zouden willen zien. Hij bezocht opiumkitten en experimenteerde met drugs. Door zijn bordeelbezoek kwam hij in aanraking met hoofse Urdu-poëzie en inheemse klassieke muziek. Waarschijnlijk heeft hij relaties gehad met verschillende jonge prostituees. Aan een vriend schreef hij: I’m in love with India, I’m in love with all the dirt and the smells and the squalor.

Na een paar jaar kan Kipling op reis voor reportages uit andere delen van India. Zijn verslagen over de ‘stinkstad’ Calcutta, waar hij korte tijd doorbrengt, zijn gebundeld als The City of Dreadful Night. Hij trekt er met een politieman op uit om de black city te verkennen en komt op precies de plaatsen die hij zo goed kent van Lahore. Zijn begeleider waarschuwt hem: Remember, if you come here alone, the chances are that you’ll be clubbed, or stuck, or, anyhow, mobbed. You’ll understand that this part of the world is shut to Europeans–absolutely.

Het hoogtepunt van Kiplings oeuvre, voor mij tenminste, is zijn Plain Tales from the Hills. Korte verhalen over de Britse gemeenschap in Simla, waar het zomerseizoen, in gezelschap van de Viceroy, uitbundig wordt gevierd. Op het hoogtepunt bevinden zich hier zo’n drie- tot vierduizend Britten en omstreeks tienduizend ‘inlanders’. Het is de tijd van de grass widows, de getrouwde vrouwen die hier naartoe zijn gevlucht met hun kinderen terwijl hun echtgenoten ‘beneden’ in de hitte zijn achtergebleven in verband met hun werk. Op zoek naar avontuur: de hofmakerij van deze ‘groene weduwen’ heet poodle faking. In de zomer komt er ook een fishing fleet naar Simla: jonge meisjes op zoek naar aantrekkelijke echtgenoten. In steamy Simla vindt ‘het seizoen’ plaats: bals, diners, theater, parties, visits, tennis, borrels. Hier is de cream of Anglo-Indian society bijeen, een oasis of Englishness. Picnic and adultery, zoals iemand het samenvat in genoemde documentaire, of, om het luchtiger te zeggen: havakhana, oftewel, letterlijk: lucht eten.

In Kiplings verhalen ligt de nadruk op de kleinzieligheid en hypocrisie van de Engels-Indiase gemeenschap, de vileine roddel en pogingen elkaars reputatie onderuit te halen. Dienstpersoneel wordt misbruikt en vernederd en het valt op dat Kiplings sympathie stelselmatig uitgaat naar de verdrukten. Het is hem niet in dank afgenomen, de Plain Tales zijn in bepaalde opzichten vernietigend. De schrijver is nog piepjong, maar zijn beheersing van de subtiele ironie is verbluffend, iedere eerste zin dwingt je om verder te lezen. Kipling heeft een scherpe blik voor de mechanismen van de koloniale samenleving. Wat hij keer op keer laat zien is de schijnheiligheid van veel protesten tegen uitbuiting: we vinden allemaal dat de onderdrukten geholpen moeten worden, maar tegelijkertijd is duidelijk dat ons fijne, comfortabele leventje alleen maar dankzij die uitbuiting kan bestaan. De Britse koloniale gemeenschap in India kon zich alleen in haar beschaafde omgangsvormen wentelen omdat er een massa bedienden, ambtenaren en soldaten beschikbaar was om de leden van die gemeenschap te beschermen en te voeden.

Door zijn kritische opstelling verdween de grond onder Kiplings voeten. He broke every rule in the book, zei Charles Allen. De eigenaar van de krant ontsloeg hem: you’re too hot to handle. Na zeven jaar India, reisde Kipling terug naar Engeland. Hij had Lahore voor altijd op de kaart gezet.

 

illustraties
Rudyard Kipling; bron: images-maconniques.com en en.wikipedia.org
Simla; bron: www.columbia.edu