Tot mijn verrassing kwam de BBC onlangs opeens voor de dag met de dvd-uitgave van een bijna veertig jaar oude serie, The Glittering Prizes uit 1976. Waarom nu pas? Geen idee. De omroep heeft de serie nooit herhaald, om even onduidelijke reden – de makers zijn op allerlei manieren onderscheiden. Ik heb alle zes afleveringen destijds op de Nederlandse tv gezien, je bleef er voor thuis, en ik heb hem, zo is mij gebleken, goed onthouden. Verschillende grapjes wist ik nog precies: de telefoon opnemen met de melding Chinese laundry, bij voorbeeld, of gejuich over kruiwagens vol zloty’s die komen aanrijden als je voor een habbekrats een stuk hebt verkocht aan een obscuur tijdschrift. Niemand bij wie je tegenwoordig met zulke geestigheden hoeft aan te komen, ik heb de indruk dat ik de laatste persoon ben die The Glittering Prizes nog heeft gezien.

De maker is de in Amerika geboren, maar in Engeland opgegroeide Frederic Raphael. Bekend vanwege toneelstukken, hoorspelen, non-fictie (biografieën), academische geschriften en, niet te vergeten, filmscripts. Voor het script van de film Darling van John Schlesinger kreeg hij zelfs een Oscar, voor diverse andere filmscripts Oscarnominaties. Zijn bekendste recente script was voor Stanley Kubrick’s Eyes Wide Shut. Met Joseph Epstein publiceerde hij vorig jaar hun gezamenlijke e-mailcorrespondentie: Distant Intimacy, een boek dat velen tot razernij drijft. De twee mannen (beiden op leeftijd) laten geen reputatie heel – superieur gemopper en dodelijke karakteriseringen van idolen als David Hockney, Clint Eastwood, Harold Pinter, Saul Bellow (‘weet het verschil niet tussen een clitoris en een knieschijf’), Gore Vidal, Margaret Thatcher (‘de ansichtkaartuitgave van de Britse koningin’) Ernest Hemingway en over-actress Maggie Smith.

The Glittering Prizes speelt zich af in de jaren vijftig, zestig en zeventig en volgt een groepje studenten tijdens hun verblijf aan Cambridge University en de ongeveer twintigjarige periode die daarop volgt: wat zijn ze geworden, hoe ziet hun leven eruit en wat is er van de onderlinge betrekkingen (soms huwelijken) in stand gebleven. De serie is schaamteloos elitair, de hoofdrolspelers verbeelden briljante intellectuelen die na hun studie met eigen programma’s terechtkomen bij de BBC, die prominent zijn in de politiek, het academisch onderwijs of die zich profileren als journalist, schrijver, filmregisseur. Zo’n beetje de generatie van Monty Python, stel ik me voor; Connie Booth, bekend van Fawlty Towers, heeft een rol, net als Nigel Havers, Eric Porter, Tim Pigott-Smith, allemaal inmiddels bekende en gevierde acteurs, vaak met een achtergrond in Cambridge of Oxford – ik vermoed dat ze in de serie gedeeltelijk hun eigen leven acteren. Drank, drugs, seks, overspel, echtscheidingen, roddel, geld, beroemdheid, ‘herkenbare’ verschijnselen. Toch is de serie in allerlei opzichten verouderd, zou ik denken: te weinig filmisch, te veel toneel – dat geeft traagheid en omwegen. Voor mij overigens geen enkel bezwaar, het is een genot om the Queen’s English te horen spreken, de universiteit van binnenuit te zien, de jaren zestig opnieuw te beleven. De gesprekken gaan over Nietzsche, Bertrand Russell en (hoe kan het anders in Cambridge) Wittgenstein, over toneel, film, schrijvers, klassieke muziek en poëzie. Kom daar eens om, vandaag de dag.

Wat ik me destijds, toen ik The Glittering Prizes voor het eerst zag, niet realiseerde, is de sterke overeenkomst tussen maker Frederic Raphael en de hoofdrol van Adam Morris, virtuoos vertolkt door Tom Conti. Beiden zijn gelukkig getrouwd, beiden winnen een Oscar voor een filmscript, beiden schrijven over uiteenlopende onderwerpen en publiceren zelfs een roman met dezelfde titel: A Double Life. Gekissebis over godsdienst en geloof speelt in bijna alle afleveringen een rol, maar de aandacht gaat vooral uit naar het nauw verholen anti-semitisme dat Engeland teistert en de opkomst van racistische bewegingen. Morris moet niets van het geloof weten, heeft de joodse tradities afgezworen en staat kritisch tegenover Israël, maar wordt keer op keer als (‘vuile’) jood neergezet. Als hij de foute architect Taylor gaat interviewen voor een tv-programma – een van de aangrijpendste scenes uit de serie – wordt hij zelfs met een dubbelloops jachtgeweer bedreigd.

Het is uit het leven van Raphael gegrepen. Toen hij op zijn achtste jaar met zijn ouders uit Chicago naar London verhuisde, had zijn vader hem getroost: ‘Nu groei je tenminste op als een Engelse gentleman, en niet als een Amerikaanse jood’. Dat viel tegen, hij maakte zich weliswaar alle kenmerken van de Engelse aristocratie eigen, maar zijn bestaan op de dure kostschool Charterhouse, werd door jodenhaat verziekt. Het drijft een lelijke angel in het rooskleurige beeld dat doorgaans wordt opgehangen van de ‘vrolijke’, ‘bevrijdende’ jaren zestig, vol flower power en Rolling Stones.

De opwaartse mobiliteit van de periode die The Glittering Prizes omvat, de optimistische verwachting dat de naoorlogse geboortegolfgeneratie alle belangrijke prijzen zou gaan binnenhalen, is me levendig bijgebleven; ik kon me nog bijna alles scherp herinneren, het was blijkbaar een serie waarmee ik me sterk kon identificeren. Maar ja, we hebben te maken met een ‘tijdsdocument’, zoals dat heet: een dergelijke opzet zou in het hedendaagse tijdsgewricht ondenkbaar zijn. Toevallig zag ik onlangs een documentaire over het chique Engelse rijkeluistijdschrift Tatler Magazine, gemaakt door jonge journalisten die vrijwel allemaal uit de hoogste kringen afkomstig zijn. Ze maken nog steeds reportages over de vossenjacht, de mode bij Ascott en de polowedstrijden in de achtertuin van de koningin, maar de geprivilegieerde positie van de Engelse elite bestaat niet of nauwelijks meer. Als voorbeeld kwam de Bullingdon Club ter sprake, gevestigd in Oxford, met leden als David Cameron, Boris Johnson, George Osborne en dezulken. Het clubje organiseert luxueuze vreet- en drankpartijen in de duurste en comfortabelste etablissementen die men kan vinden. Na afloop wordt de hele boel kort en klein geslagen, zomaar, voor de lol. De schade wordt zonder mankeren vergoed, ter plaatse worden cheques uitgeschreven.

Dat schijnt niet meer te kunnen. Maar de journalist van Tatler Magazine die op onderzoek uitging kon er zijn hand niet voor in het vuur steken, hij vond niemand die erover wilde praten.

 

foto’s

Tatler (bron: www.mirror.co.uk)
Frederic Raphael (bron: belazarus.net)
Tom Conti (Adam Morris) (bron: www.royalbooks.com)