Emily Gould (Literary Hub, 9 april 2020) brengt een boeiende kwestie te berde. In het najaar van 2016 had ze het manuscript van een roman (Perfect Tunes) afgeleverd. Redacteuren en correctoren van de uitgeverij waren er overheen gegaan, maar pas in januari 2017 bekeek ze het resultaat. Ze was geschokt en wilde niets liever dan het boek vernietigen en de uitgever zijn voorschot terugbetalen. I was struck over and over again by how irrelevant and stupid every aspect of it was. If I couldn’t make myself care about these fictional people’s non-timely problems, how could I expect anyone else to? Wat was er in het najaar gebeurd? Precies. De Amerikaanse verkiezingen waren achter de rug en Donald Trump was tot president gekozen. Volgens Gould zette dit alles op z’n kop, de tijd en omstandigheden van haar roman waren onherkenbaar veranderd, volstrekt achterhaald. Wie zou zo’n boek in godsnaam nog willen lezen?

Zijn romans alleen maar geslaagd als getrouwe afspiegelingen van tijd en plaats? Gould zegt het niet met zoveel woorden, maar het lijkt erop dat dit inderdaad is wat ze denkt. Stel dat haar roman wél over het tijdperk Trump was gegaan, zouden we het boek dan in de ramsj moeten doen als die periode weer voorbij is? Om plaats te maken voor post-Trump-literatuur? Dwaas. Voorlopig is naar mijn smaak het beste boek over Trump en zijn trawanten al in 2004 geschreven, toen ‘de Donald’ alleen nog maar een onbetrouwbare, ordinaire vastgoedbaas was met een grote bek. Ik bedoel uiteraard The Plot Against America van Philip Roth. Het is soms verbijsterend en beangstigend om de overeenkomsten te zien tussen de America First-beweging van Trump en die van Charles Lindbergh, zoals beschreven door Roth.

Opmerkelijk genoeg werkt Gould haar stelling niet verder uit, maar behandelt ze de problemen die schrijvers kunnen hebben om zich juist een beetje los te maken van de klemmende problemen van hun tijd. Sommige schrijvers hebben een butt in chair filosofie, zegt ze: die leveren per dag minimaal 1000 woorden af, welke de omstandigheden ook mogen zijn. Maar anderen, waaronder Gould zelf, zijn minder standvastig omdat ze nog andere dingen te doen hebben: kinderen of ouders die verzorgd moeten worden, bij voorbeeld. And sometimes, like now, the world is so in flux that our brains are filled with static and we can‘t hear our own thoughts. At these times, surviving daily life is enough to occupy every corner of our consciousness. *

Dat is waar veel mensen mee te maken hebben, niet alleen schrijvers. Het is opmerkelijk hoeveel adviezen er langskomen om juist in deze tijd van quarantaine en fysieke afstand te schrijven, dagboeken bij te houden, vast te leggen wat er gebeurt, hoe je je voelt, wat je meemaakt. Gould herinnert zich het moment waarop ze haar writer’s bloc voorlegde aan haar therapeut. Deze raadde haar aan om haar doelstelling (schrijven) te verleggen; probeer niet te schrijven, maar richt je op het lezen. En inderdaad, zoals Gould zegt: Reading fiction with focused attention is a skill. Honing the skill of reading fiction counts as work when you can‘t work.

En als je weer langzaam maar zeker begint met schrijven, zorg er dan voor dat je je tijd niet verdoet met makkelijke stukjes die iedereen graag wil lezen op twitter of met bijdragen aan newsletters. Je gaat pas écht weer schrijven als je zinnen produceert die pas over jaren het licht zullen zien en die eindeloos veranderd en bijgeschaafd zullen worden tot ze volstrekt onherkenbaar zijn. De oplossing van Gould is om een ‘droomjournaal’ bij te houden. Dat zal nooit iemand lezen omdat het saai is en onbegrijpelijk. Ze doet geen enkele moeite om fraaie zinnen te schrijven. Waarom dan toch zoiets beginnen? It makes me open a word document and start typing descriptive sentences which tricks me into thinking that writing is easy. Het is alsof je sportkleren aantrekt: af en toe leidt dat tot echte oefeningen. Niet echt origineel, deze richtlijnen, maar ook niet altijd behulpzaam. In Country Girl herinnert Edna O’Brien zich wat ze deed tegen de blank page. Ze schreef altijd gemakkelijk: effortless en rapid. Maar toen het een keer niet lukte, liet ze speciale pennen uit Amerika komen, ‘gelukspennen’ die ook nog photo-safe, fade-proof, waterproof, en non-bleeding waren. Niet genoeg. Ze wist dat Henry James zulke schriftloze perioden verwelkomde als good for his genius, maar ze voelde toch meer voor Virgina Woolf die er bijna gek van werd en uit frustratie dure, nieuwe jurken kocht.  O’Brien pakte haar lievelingsboeken weer op en las nieuwe boeken die daarop leken. Ze begon een dagboek, maar realiseerde zich dat alleen jonge meisjes en gekken zoiets doen. Ze schreef de raarste dingen op. All very edifying and useless.

Dit alles leidt tot de cruciale vraag: waarom? In de woorden van Gould: Why do any of this? Why are you even reading this? We’re all doomed! Inderdaad, uiteindelijk leggen we allemaal het loodje, dus waarom zou je je druk maken? Romans stapelen zich op, zegt Gould, en die stapel is soms hinderlijk, frivool of zelfs een teken van escapisme. Maar we moeten beseffen, vult ze aan, dat romans de beste technologie vormen om iemands bewustzijn over te dragen op dat van anderen. Schrijven houdt in dat je ervan uitgaat dat in de toekomst iemand zal lezen wat jou nu bezighoudt. That future can only exist is we believe in it now. Een mooie, hooggestemde gedachte die veel andere schrijvers met instemming zullen aanhoren.

 


James Salter: plezier

Maar niet iedereen zal de centrale vraag op deze manier beantwoorden. Ik heb in de loop der jaren talrijke verhandelingen over het schrijven gezien, ook van journalisten en wetenschapsmensen, waar je een bonte hoeveelheid opvattingen uit af kunt leiden. Laat ik me beperken tot een van mijn favoriete auteurs, de Amerikaan James Salter (The Art of Fiction). Als het schrijven zo moeilijk is en zo weinig oplevert als iedereen zegt, waarom doen mensen het dan? Het is een manier om geld te verdienen, zegt Salter, je hebt in principe niets anders nodig dan woorden en wat velletjes papier om ze neer te pennen. Toch levert het schrijven in de meeste gevallen nauwelijks een cent op. Wat is dan de drang (‘urge’)? Zoals Salter zegt: Why does one write? That’s the essence of it. Why, then?

Zijn antwoord is niet zo rechtlijnig als dat van Gould. Je schrijft voor je plezier… hoewel dat plezier niet overdreven moet worden. Ook het plezier van anderen kan een overweging zijn, je schrijft soms met bepaalde mensen voor ogen. Maar het is waarschijnlijk eerlijker om te zeggen dat je graag door anderen bewonderd wilt worden, in de hoop dat ze van je zullen houden, dat ze je zullen prijzen, dat ze je zullen kennen. Maar… geen enkele van deze redenen is sterk genoeg om de kracht van de schrijfdrang te voeden. Misschien is het de omstandigheid dat je over je eigen leven kunt schrijven. Het eerste boek van Philip Roth (Goodbye Columbus) ging over zijn jeugdliefde in Newark, NJ, zijn geboorteplaats. Maar Voltaire, daarentegen, voltooide zijn Candide, bedoeld als sociale satire, pas op 65-jarige leeftijd. En, nog een andere mogelijkheid: Theodore Dreiser bezocht een vriend, die druk bezig was met het voltooien van een roman. Waarom schrijf jij ook niet een roman?, vroeg de vriend. Dreiser pakte en vel papier en schreef bovenaan: Sister Carrie. Het werd de titel van zijn eerste roman.

Ik moet bij deze kwesties altijd denken aan de Franse theatercriticus Paul Léautaud, schrijft Salter. Op het laatste van zijn leven was hij verarmd, bijna vergeten. Hij woonde alleen met een dozijn katten en schreef: Écrire! Quelle chose merveilleuse!

 

*
In de krant (NRC) van 15 april 2020 staat een stukje over schrijver Ronald Giphart. Hij zou begonnen moeten zijn met het schrijven aan een nieuwe roman, de titel heeft-ie al: Angstzweet. Hij vertelt de verslaggever: Maar ik heb het even voor me uit geschoven. Je hebt meer moeite je te concentreren nu. Ook vraag je je onder deze omstandigheden af wat nog de relevantie is van het schrijven van fictie. Ik denk dat ik de actualiteit ga verwerken in dat nieuwe boek, dat ik het verhaal aanpas aan wat er nu gebeurt. Voilà, de problematiek van Emily Gould in volle glorie. Ook een schrijver zonder butt in chair die lijdt aan een eigen versie van wat we misschien het Trumpsyndroom mogen noemen.

 

illustraties:
Emily Gould; bron: newslocker.com
James Salter; bron: lithub.com