Zonder ‘beleving’ en avontuur kan een winkelstraat het straks vergeten”, stond als kop boven een stuk in NRC-Handelsblad (10 februari 2014). Er komt een rapport uit waarin de toekomst van het Nederlandse winkelen tegen het licht wordt gehouden. Volgens de krant hebben tientallen ‘experts’ meegewerkt, onder wie winkeliers, beleggers, vastgoedondernemers, ambtenaren en ‘cultuurexperts’. Het is binnenkort gedaan met de Nederlandse winkelstraat, luidt de dreigende conclusie. De binnensteden zijn niet ‘avontuurlijk’ genoeg, daar komt de consument zijn stoel niet meer voor uit. Hij (en zij) bestelt dan liever zijn produkten ‘vanachter de computer’, aldus de voorziter van de werkgroep. Reuze avontuurlijk! De werkgroep vindt dat de winkelstraat een pretpark moet worden. U leest het goed: de barbaren rukken op!

Opmerkelijk. In het algemeen gesproken is in Nederland de neiging steeds groter geworden om met de auto te gaan winkelen. Dat heeft inderdaad repercussies op de binnensteden vanwege het gebrek aan geschikte en betaalbare parkeergelegenheid. Omdat je als winkelier in de binnenstad vaak bent aangewezen op betrekkelijk kleine panden, soms met historische waarde, is het moeilijk, zoniet onmogelijk, je vloeroppervlakte uit te breiden. Ook dat leidt tot behoefte aan grote, nieuwe winkelcentra met grootschalige parkeerfaciliteiten. Over welk soort winkels zouden de experts het hebben gehad? Uit de krant wordt dat niet duidelijk, maar dat lijkt me essentiële informatie. Afgaande op de vakliteratuur — onlangs raadpleegde ik het gezaghebbende Planning van winkels en winkelgebieden in Nederland — moet je onderscheid maken naar drie hoofdsoorten winkels: run, fun, doel. In de eerste soort koop je dagelijkse benodigdheden en zulk soort winkels vormt dertig procent van het totale winkelbestand. Je zou zeggen: die boodschappen vind je om de hoek en daar ga je niet voor naar een winkelcentrum (of binnenkort: pretpark). Fun slaat op winkels waar je — het woord zegt het al — koopjes hoopt te vinden of luxe, speciale, exclusieve produkten; winkelen als plezier. ‘Doel’ slaat op gespecialiseerde winkels waar je alleen maar komt als je een specifieke wens hebt: tegels, hout, schroefjes, meubels, keukens, kampeerspullen. Ook dat soort winkels vormt omstreeks dertig procent van het totaal.

Een groot deel van het Nederlandse winkelbestand is, in jargon, ‘gefilialiseerd’; onderdeel van een keten. Zulke winkels beslaan ongeveer de helft van het totale winkelbestand en ze omvatten een aanzienlijk aantal levensmiddelenwinkels, zoals Albert Heijn. Dit concern heeft bijna 850 vestigingen, waaronder in Amsterdam alleen al omstreeks zestig. Filialisering leidt ertoe dat alle winkelstraten in Nederland op elkaar lijken, in ieder stadje stuit je op AH, Blokker, Etos, Kruidvat, HEMA enzovoort. Volgens sommigen is dat prettig: de consument weet waar hij aan toe is, hij is op bekend terrein. Anderen hebben er geen goed woord voor over: voorspelbaar en weinig avontuurlijk. Maar is dat waar de experts het over hadden?

 

Alkmaar winkel

Winkelstraat Alkmaar (Foto: Lodewijk Brunt)

Voorlopig is het winkelen nog sterk in opmars als onderdeel van wat wel City Marketing wordt genoemd, alle steden en stadjes proberen volk naar zich toe te trekken met verlokkende teksten waarin het winkelen centraal staat. Gouda presenteert zich als de stad met échte Goudse lekkernijen en ambachtelijke winkels; Deventer als een ‘gastvrije winkelstad’, Arnhem als de beste ‘winkelstad van Nederland’, Breda als stad om ‘lekker te winkelen’, Haarlem om ‘geweldig te winkelen’, Middelburg om ‘uitgebreid te winkelen’, met veel Zeeuwse specialiteiten.

 

winkels alkmaar

Shoppen in Alkmaar (Foto: Lodewijk Brunt)

 

Wat de experts willen, als ik de voorzitter van de werkgroep goed begrijp, is geen ingetogener winkelbeleid, met meer nadruk op veelvormigheid en bijzondere produkten, laten we zeggen ‘ambachtelijkheid’. Integendeel, hun staat een heel ander middenstandseldorado voor ogen: niet alleen binnensteden als pretparken, maar ook een ‘flexibel’ winkelbestand met digitale etalages en kledingzaken die hun broekjes en hemdjes op het strand verkopen als het lekker weer is, of fastfoodketens die hamburgers bakken op de stoep van grote kantoren. Een perspectief om nachtmerries van te krijgen.