Prachtfoto in de krant, gemaakt door Alberto Di Lolli van Associated Press, opgenomen in NRC Handelsblad (11 april 2016). Illustratie voor een stukje over ‘het einde van siësta’ in Spanje. De premier van het land wil de klok een uur terugzetten en dat zou de definitieve afrekening betekenen met het bekende middagslaapje. Lang niet alle Spanjaarden vinden dit een goed idee. Di Lolli heeft twee arbeiders in Madrid vastgelegd. Ze zijn bezig op het dak van een huis, zo te zien met een antenne. Maar nu is het tijd voor een slaapje. Ze hebben zich uitgestrekt op de dakpannen van het schuine dak, de ene heeft z’n schoenen uitgedaan, de andere heeft de pet over z’n gezicht getrokken. Ogen stijf dicht. Mochten ze in hun slaap van het dak glijden, dan komen ze vermoedelijk in de dakgoot terecht; ze maken niet de indruk zich daar zorgen over te maken.

De achtergrond is simpel genoeg, in Spanje wordt nog steeds de tijd van Nazi-Duitsland aangehouden, destijds ingesteld om de productieprocessen van de bevriende fascistische staten op elkaar af te stemmen. Dictator Franco heeft dat tijdschema na de oorlog nooit willen veranderen en tot op de dag van vandaag is het geldig. Met als gevolg dat alles in Spanje minimaal een uur later begint dan elders in Europa. Althans, dat is de achterliggende redenering. Maar het is natuurlijk een beetje zot om te denken dat het Spaanse ritme synchroon zou lopen met dat van Hitler-Duitsland: je kunt het je in je stoutste dromen niet voorstellen dat het fascistische establishment goedkeuring zou hechten aan de openstelling van kantoren en fabrieken om een uur of tien ’s ochtends, om nog maar te zwijgen over een paar uur pauze voor een slaapje midden op de dag. Is die verwijzing naar het zwarte verleden gekozen om er een klemmende morele kwestie van te maken?

Het wil maar niet lukken met het afschaffen van de siësta. Wat premier Rajoy beoogt, is al eerder geprobeerd. Siësta wordt geassocieerd met luiheid en achterlijkheid en past niet in  het ‘moderne’ Europa. Ondernemende Spanjaarden willen ervan af. Ik herinner me een ingezonden brief uit het Amerikaanse blad Newsweek die ik ooit eens heb geciteerd in een publicatie over slaap en slaappatronen—de verwijzing naar siësta was volgens de briefschrijver een cliché, net als flamenco en stierengevechten. Die periode ligt nu allang achter ons, spreek liever over onze economische realiteit en onze sociale realiteit. De brief dateert van bijna twintig jaar geleden.

Deskundigen hebben erop gewezen dat siësta tal van voordelen biedt. Wie overdag een slaapje doet kan ’s nachts met minder slaap toe, je hebt in feite twee dagen in plaats van één. Er zijn overdag minder verkeersongelukken door slaperige chauffeurs en een middagdutje bevordert een hoge arbeidsproductiviteit. Ook voor de lichamelijke gezondheid schijnt zo’n slaapregime goed te zijn: slaapjes overdag hebben een gunstig effect op hart- en vaatziekten. In siëstaculturen staat men meer dan elders open voor nachtelijke activiteiten. Vrijwel niemand gaat voor middernacht naar bed, meldt NRC Handelsblad-correspondent Koen Greven in het genoemde artikel, de primetime van de Spaanse televisie begint pas in het tweede deel van de avond (…) en wekelijks beginnen er voetbalwedstrijden in de Spaanse Liga pas om 22.00 uur. Het publiek komt daardoor pas ver na middernacht thuis.

Maar inderdaad, de toenemende mondialisering oefent druk uit op de openingstijden van instellingen en bedrijven, net als ploegendienst, internationale netwerken, grotere afstanden tussen wonen en werken, de toename van vrouwen in het arbeidsproces. In een proces van acculturatie hebben de tijdsindelingen van de werkende bevolking zich gevoegd naar het overheersende Noord-Europese patroon en in Spanje is dit proces aan de gang sinds het land in 1986 lid werd van de Europese gemeenschap, aldus de Duitse tijdspecialist Manfred Garhammer in zijn standaardwerk Wie Europäer die Zeit nutzen.

Wat me interesseert bij deze discussie is het verschil in opvatting over slaap dat eraan ten grondslag ligt, maar zelden expliciet wordt uitgesproken. In een omgeving als de Nederlandse wordt vrijwel iedereen grootgebracht met de opvatting dat slapen een exclusief nachtelijke activiteit is, of zou moeten zijn, daar valt niet aan te tornen. Een opvatting die ingegeven is door morele waarden, maar die ook krachtig gesteund wordt door de ‘wetenschap’: artsen verzekeren hun patiënten dat ze zich minimaal acht uur per nacht aan die activiteit moeten overgeven, op gevaar af ziek te worden of ongewenste aandoeningen op te lopen. De dominee en de dokter waken voor een gezonde samenleving.

Je zou denken dat dit ‘natuurlijke’ gegeven dus ook voor mensen elders zou moeten gelden, maar dat is een illusie. Het Westerse slaappatroon, ‘één keer slapen, en wel ’s nachts’, is bepaald niet toonaangevend in andere delen van de wereld: de siëstacultuur dateert van vér voor de Tweede Wereldoorlog en de fabriekstijden van Nazi-Duitsland. Ook in delen van Afrika, Azië en Latijns-Amerika is het houden van siësta de gewoonste zaak van de wereld. Daarnaast heb je samenlevingen waar ‘slaapjes tussendoor’ gebruikelijk zijn en mensen in slaap vallen waar en wanneer ze ook maar willen en kunnen. Japan heeft zo’n slaapcultuur, aangeduid als inemuri, het onderwerp waarin mijn vroegere collega dr. Brigitte Steger (Cambridge University) gespecialiseerd is, maar iets dergelijks vind je ook in grote delen van India. In dat land is ‘slaap’ letterlijk overal vertegenwoordigd, zowel ’s nachts als overdag struikel je over mensen die zitten of liggen te slapen, ook als je kantoren of winkels binnenkomt. Het idee dat je voor slapen een speciale tijd of plaats zou hebben, is wel degelijk doorgedrongen bij mensen die verbonden zijn met de mondiale economische sector, maar dat is een dunne bovenlaag.

Slaappatronen zijn diep verankerd in de cultuur en dus ook in de ‘natuur’ van mensen. Door regelgeving en maatschappelijke instellingen kun je mensen tot op zekere hoogte dwingen om zich te schikken naar ander gedrag, maar dat zal niet van de ene op de andere dag worden verwezenlijkt. Wetten kunnen met een pennenstreek veranderd worden, maar de werkelijkheid is een stuk taaier.

 

illustraties
alle foto’s genomen door Lodewijk Brunt; copyright Lodewijk Brunt