Opwinding. Vorige maand maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend dat veel meisjes op een hoger schoolniveau terechtkomen dan hun leerkrachten hadden geadviseerd. Meisjes stijgen vaker boven schooladvies uit dan jongens, zoals de onbeholpen kop boven een artikel in de krant luidt. Alles goed en wel, maar als de schooltijd voorbij is, doen jongens het beter op de arbeidsmarkt. Meisjes krijgen minder snel een vast contract dan jongens, krijgen minder belangrijke banen, verdienen minder geld en lopen tijdens hun loopbaan op de arbeidsmarkt een steeds grotere achterstand op. Wat is schrijnender? Ik zag een stuk in Financial Times waarin een soortgelijk verschijnsel werd aangeduid als een probleem van jongens, in NRC Handelsblad maakte columniste Japke-d. Bouma duidelijk dat het vooral een probleem van meisjes is. Ik wil minder brave meisjes, schreef ze boven haar rubriek (14 december 2018).

Zoals het meestal gaat bij maatschappelijke kwesties, raadpleegt de verslaggever van de krant een ‘deskundige’ om een opinie ten beste te geven. NRC Handelsblad gaf het woord aan Jelle Jolles, hoogleraar neuropsychologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Neuropsychologie? Nederland loopt over van onderwijssociologen en andere specialisten op het gebied van onderwijs—waar is het onderwijsorakel Jaap Dronkers gebleven?—maar dit is blijkbaar een delicate kwestie die niet aan zulk simpel voetvolk kan worden overgelaten. Het gaat volgens Jolles uiteindelijk om de onderscheiden neuropsychologische ontwikkeling bij jongens en meisjes. Hierdoor hebben deze meisjes een wat beter zelfinzicht, meent de hooggeleerde. Ook zijn ze vaardiger op gebied van de zelfregulatie. Ze weten beter wat de bedoeling is van de leerkracht, of van wat er van een toetsopgave wordt verwacht. Ze zijn daardoor net wat beter in het maken van schoolopgaven en presteren op school wat beter. Met enige omhaal van woorden herhaalt hij nog eens wat het Centraal Bureau voor de Statistiek ons zojuist heeft meegedeeld.

De onderwijsvoorsprong van meisjes, als je het zo mag noemen, is een momentopname, dat gaat zo bij statistieken. Maar blijkbaar gebeurt er iets verontrustends tussen dit moment en de periode die volgt: de voorsprong wordt ingelopen. Japke-d. Bouma zegt: Jongens doen het een stuk beter op kantoor, ze mogen dan op school vaker aan zelfoverschatting lijden en minder hard werken, ze durven vaak ook meer te bluffen en ‘verkopen’ zich beter dan meisjes, waardoor ze vaker meer verdienen. Professor Jolles laat het bij dit knelpunt afweten, de neuropsychologie is uitgeput, en met alleen maar statistiek kom je ook niet veel verder. Waar hangt de sleutel? Het vraagstuk van de onderwijsvoorsprong dateert niet van vandaag of gisteren, maar is al veel langer bekend. Alleen: onder een andere naam, namelijk ‘onderwijsachterstand’ en wel de onderwijsachterstand van meisjes.

 


Op naar de eerste schooldag

Inderdaad doen meisjes het op de ‘grote school’ aanvankelijk beter, maar na verloop van een paar jaar gaan ze het slechter doen en raken ze achter. Overigens moet je voorzichtig zijn met zulke uitspraken, want veel hangt af van het schooltype en de sociale achtergrond van de leerlingen. En hoe wordt de stand opgemeten? Uit de krant kun je dat niet opmaken en de hooggeleerde Jolles zegt er al helemaal niets over. Er is in de loop der jaren onderzoek verricht naar de gemiddelde uitslagen van toetsen, maar ook naar het aantal keren dat leerlingen zijn blijven zitten, naar het onderwijsniveau, naar de keuzepakketten, naar het schooltype dat is gevolgd, naar de vervolgopleiding die wordt gekozen, naar de kansen op de arbeidsmarkt en nog veel meer. Op bepaalde dimensies komen verschillen tussen jongens en meisjes tot uiting, maar op andere dimensies niet, terwijl per dimensie de verschillen soms tegengesteld zijn. Heel in het algemeen gesproken, komen de verschillen pas aan het licht in de fase dat er een vakkenpakket moet worden gekozen en er sprake is van het vervolgonderwijs—ga je naar de universiteit, een hogeschool, een vakopleiding of geloof je het verder wel en zoek je een baantje? Je zult er ook rekening mee moeten houden dat meisjes lang ondervertegenwoordigd zijn geweest in bepaalde, hogere typen van onderwijs. De verschillen tussen jongens en meisjes komen het duidelijkst naar voren in de lagere vormen van onderwijs, op de hoogste niveaus liggen jongens en meisjes op vrijwel gelijke hoogte.

Aan mogelijke verklaringen geen gebrek. De ‘biologische’ of ‘psychologische’ verklaringen—van het type Jolles zal ik maar zeggen—kom je in de vakliteratuur nauwelijks tegen, maar kun je soms horen uit de mond van ouders en leerkrachten. Je zou in dit licht overigens verwachten dat de ‘omslag’ eerder plaats zou vinden omdat meisjes steeds vroeger menstrueren, maar het tegendeel is het geval; zoals gezegd komen de verschillen juist steeds later pas aan het licht. Anderen hebben erop gewezen dat de school, ondanks de nadruk op meritocratische principes—het gaat om ieders kwaliteiten, ongeacht de persoon—een weerspiegeling biedt van bestaande maatschappelijke verhoudingen. Er is sprake van een hidden curriculum: behalve schoolse kennis wordt kinderen ingepompt waar ze staan in de samenleving en wat hun toekomst zal zijn: jongens worden geacht hun vaders te volgen als kostwinners en stichters van een gezin, de meisjes zijn voorbestemd hun moeder achterna te gaan, kinderen te krijgen, loopbanen op het tweede plan te zetten. Ook als jongens en meisjes bij elkaar in de klas zitten, krijgen ze op die manier toch aanzienlijk verschillend onderwijs. Meisjes in de klas worden gewaardeerd omdat ze ijverig zijn, netjes, behulpzaam, vriendelijk en sociaal, bij jongens weegt de prestatie en de ambitie veel zwaarder. Jongens worden aangesproken op kwesties die direct met de leerstof te maken hebben, meisjes veel vaker op hun uiterlijk, hun familie, hun vriendinnen.

 


Moderne meiden

Ideologisch kan het natuurlijk allang niet meer, maar in de praktijk komt het er toch nog dikwijls op neer dat jongens zich eerder op de arbeidsmarkt oriënteren en meisjes op de huwelijksmarkt. Ze moeten een ‘goede partij’ aan de haak slaan en daartoe is de ontwikkeling van ‘typische vrouwelijke’ eigenschappen van levensbelang. Slimheid, goede cijfers, academische prestaties zijn kwaliteiten die op de huwelijksmarkt niet tellen voor meisjes: veel jongens gruwen van slimme meiden en moeten daar niets van weten. Het schijnt hun kwetsbare ego aan te tasten.

De hele problematiek is ooit systematisch behandeld door Mieke de Waal in haar onvolprezen dissertatie Meisjes: een wereld apart. De studie dateert alweer van een tijdje geleden en toen ik er onlangs in begon te bladeren, vermoedde ik dat haar bevindingen op hoofdlijnen achterhaald zouden zijn. Nou, nee dus. Of misschien in sommige opzichten een beetje… Ik heb er in dit stukje schaamteloos uit geput en ik zag de opwinding over het rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek met andere ogen. Japke-d. Bouma en de andere commentatoren hebben wat krakkemikkige pogingen gedaan het wiel opnieuw uit te vinden.

 

 

illustraties
Mieke de Waal; bron: NRC Handelsblad
Voor het eerst naar school; bron: Fabienne Naber (copyright)
Vier meiden; bron: Omar Brunt (copyright)