Bestaat er een afgebakend genre spionageliteratuur?  Zoals je ook misdaadromans hebt en sciencefiction? Ongetwijfeld, maar net als bij ‘algemene’ romans zijn de onderlinge verschillen soms aanzienlijk. Zó groot dat je geneigd bent te denken dat ze niet in één kader passen. Ik las het dankwoord dat John le Carré uitsprak toen hij eerder deze maand de Olof Palme Prijs in ontvangst nam. I have not suffered for my writing, zegt Le Carré, I have been handsomely rewarded for it. En: I am not a hero, I am a fraud. I am being offered a medal for another man’s gallantry. Bovendien voelt hij zich de mindere van degenen die vóór hem de prijs hebben gekregen: Václav Havel, Roberto Saviano, Daniel Ellsberg. Le Carré staat bekend als auteur van spionageliteratuur.

Maar Le Carré is ook het voorbeeld van een schrijver die moeilijk is vast te pinnen op één thema. Goed, zijn boeken gaan over spionage in de ruime zin van het woord, maar hebben aanzienlijk méér te bieden dan een spannend verhaal of wat er dan ook maar typerend wordt geacht voor het genre. Zijn boeken spelen zich af op breekpunten van de naoorlogse geopolitieke verhoudingen: de Koude Oorlog, de val van de muur, Panama, de Balkan, Afrika, Israël/Palestina, Oost-Europa. En dat is niet alleen maar bedoeld als pittoresk decor, hij legt de mechanismen bloot die er aan ten grondslag liggen. Niet vanuit het standpunt van een neutrale nieuwslezer, maar vanuit de uiteenlopende standpunten van de personages die zijn boeken bevolken. De lezer moet zélf nogal wat denkwerk verrichten; het gaat niet om lantaarnplaatjes met onderliggend commentaar, maar om complexe, gelaagde processen. Le Carré concentreert zich op de ‘kleine gebeurtenissen’, menselijke verhoudingen, pikante situaties, om de ‘grote gebeurtenissen’ duidelijk te maken.

Hij is een meester van de beschrijving en heeft een scherp oor voor dialogen. Er zijn bar weinig romanschrijvers die de literaire kwaliteit in hun hele huis hebben die Le Carré in zijn pink heeft. Ik sloeg van de week The Tailor of Panama nog eens op. Wat dacht je van de eerste drie zinnen? It was a perfectly ordinary Friday afternoon in tropical Panama until Andrew Osnard barged into Harry Pendel’s shop asking to be measured for a suit. When he barged in, Pendel was one person. By the time he barged out again Pendel was another. Een boek van 410 bladzijden samengepakt in nog geen 45 woorden.

Het Britse taalgebied kent een zekere traditie van spionageliteratuur, je hoeft maar te denken aan Nobelprijswinnaar Rudyard Kipling en zijn magistrale Kim of aan Graham Greene en zijn Our Man in Havanna. Le Carré staat minstens op dezelfde hoogte. Vergelijk hem met Ian Fleming en je weet genoeg. Beide auteurs zijn uitermate succesvol en zijn een ‘begrip’ in binnen- en buitenland, toch kan Fleming niet bij zijn collega in de schaduw staan. James Bond is een losbol, een goklustige vrouwenversierder die het moet hebben van de technische snufjes die hem worden aangereikt door de specialisten van MI6. George Smiley is een onopvallende ambtenaar; zijn vrouw heeft een verhouding met een van z’n superieuren. Iedereen weet het, Smiley wordt er vaak meewarig voor aangekeken. Hij zal niet dood aangetroffen worden in een Casino of een of andere supersnelle bolide met schietstoel. Een dodelijk saaie man, misschien, maar tien keer interessanter dan de voorspelbare 007. (Hoewel ik moet toegeven dat Pierce Brosnan die Andrew Osnard vertolkt in  de filmversie van The Tailor of Panama, veel akelige trekjes heeft van James Bond—de film is geproduceerd door Le Carré en hij heeft ook meegeschreven aan het script. Maar dit terzijde.)

 

Alec Guiness als George Smiley

Saaie ambtenaar: Alec Guiness als George Smiley 

 

Agent Running in the Field, vorig jaar uitgekomen, speelt zich af in de regeringsperiode van premier Theresa May en heeft Brexit tot onderwerp. Het boek ademt een sfeer van malaise. Het Verenigd Koninkrijk is geen schaduw meer van het wereldrijk uit de tijd dat de SIS (Secret Intelligence Service) werd opgericht, vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Op MI6 moet bezuinigd worden, de ‘agenten’ (de vroegere spionnen) krijgen te horen dat ze de bus moeten nemen in plaats van een taxi of een auto met chauffeur. Een hoge functionaris klaagt: Whole country in spasm. First thing you notice every time you come home: nothing works, everything’s a lash-up… and we’re a laughing stock to our beloved allies and neighbours, in case you haven’t noticed: a bunch of post-imperial nostalgists who can’t run a fruit stall. Een ander personage vaart uit tegen de Minister van Buitenlandse Zaken, onder wie MI6 valt: that fucking Etonian narcissistic elitist without a decent conviction in his body bar his own advancement. Die betreffende minister is trouwens  inmiddels premier, zoals we weten.

 

Agent oo7

 

Door Brexit is de strategie van MI6 zo langzamerhand om in innige samenwerking met de Amerikaanse CIA onder Trump te streven naar de ondermijning van Europa. Eerdere plannen om een eind te maken aan Londen als de grote witwasmachine voor Russisch gangstergeld, kunnen niet meer op enig enthousiasme rekenen en de agent die omgaat met critici van Trump of de Britse regering wordt op een zijspoor gerangeerd. Le Carré weeft de politieke analyse door de dialogen en situaties van het verhaal, zoals hij dat altijd bekwaam doet, maar over zijn eigen betrokkenheid hoeft geen twijfel te bestaan.

Tijdens het dankwoord van de Olof Palme Prijsuitreiking merkt hij op dat er tijdens zijn leven (hij is de tachtig gepasseerd) nog nooit een Brits politicus is geweest die in de schaduw van Palme kon staan. Hij zou Palme willen vertellen dat hij een geheide Europeaan is, maar dat de ratten nu het schip hebben overgenomen. Als het aan Boris Johnson lag, zou er een St. Brexit’s Day worden ingevoerd in het Verenigd Koninkrijk. Church bells across the land would peal out the gladsome tidings from every tower. And good men of England would pause their stride and doff their caps in memory of Dunkirk, the Battle of Britain, Trafalgar, and mourn the loss of our great British Empire…. Empires don’t die just because they’re dead. De Brexiteers hebben van Europa een vijand gemaakt: Take Back Control. Ondertussen geven ze zich over aan Donald Trump, inclusief hun buitenlands beleid, hun economische politiek, hun gezondheidsstelsel en, als ze het tenminste willen hebben, ook de BBC. Boris Johnson heeft plaatsgenomen naast de grote leugenaars van onze dagen: Trump en Poetin.

John le Carré spreekt zich uit en je bent er stil van. Zijn visie overstijgt de spionageroman kilometers ver.

 

illustraties
John le Carré; bron: nrc.nl
James Bond; bron: shownieuws.nl
George Smiley; bron: thenational.ae