In de wereld van de letteren – maar beslist niet alleen daar – is grote opwinding ontstaan: onlangs zou Nelle Harper Lee, bijna negentig jaar oud, bekend hebben laten maken dat er een nieuw boek van haar verschijnt. Haar vorige boek – haar debuut, maar tegelijkertijd ook haar enige boek tot nu toe – was de ongeëvenaarde bestseller van de vorige eeuw: To Kill a Mockingbird. Een aangrijpend verhaal dat zich afspeelt in de jaren 1930 en handelt over de rechtszaak tegen een zwarte man die ervan beschuldigd wordt een blanke vrouw te hebben verkracht. Dit alles gezien door de ogen van de kinderen van de (blanke) advocaat die de beschuldigde verdedigt en zich daarmee de haat van zijn omgeving op de hals haalt. De locatie is Maycomb (pseudoniem van Monroeville), Alabama, het diepe Zuiden van de Verenigde Staten, een uitgelezen plaats voor roddel, achterklap, racisme, apartheid, lynchings en moorden. Ku Klux Klan. Het werk verscheen in 1960 en is vele tientallen miljoenen keren over de toonbank gegaan; het wordt nog steeds goed verkocht, ook in talloze vertalingen. Twee jaar na publicatie volgde de verfilming onder regie van Robert Mulligan, met Gregory Peck in de rol van Atticus Finch – min of meer gemodelleerd naar de vader van Nelle. Hij won een Oscar voor beste mannelijke hoofdrol.

Ondanks alle opwinding..… in zekere zin is de aankondiging oud en belegen nieuws. Zodra Mockingbird goed en wel gepubliceerd was, is Nelle fanatiek aan de slag gegaan om een tweede boek op de markt te brengen, daartoe mede aangespoord door haar uitgever en literaire agent. Alom werd verwacht dat dit vervolg er snel zou komen. Ze verhuisde naar Manhattan om ongestoord te kunnen schrijven. Thuis in Monroeville zou ze teveel worden afgeleid, wist ze. ‘Iedereen loopt daar bij je binnen voor een kopje koffie en een kletspraatje’, merkte ze op, ‘in Monroeville wordt niet gelezen, niemand heeft geduld voor mensen die schrijven’. Ze had ook uitgesproken gedachten over het vervolg van haar schrijverschap, ze zag zichzelf als de Jane Austin van het Amerikaanse Zuiden en maakte zich op om de typische sociale structuur van deze streken vast te leggen. Een blanke aristocratie van (voormalige) plantagebezitters en slavenhouders met daaromheen een dun laagje van artsen, advocaten, onderwijzers en ondernemers – dit alles te midden van een massa zwarte landarbeiders, kleine pachters en huispersoneel en in de marge de ontheemde rednecks: ruig, gewelddadig volk dat (al dan niet aangemoedigd door de elite) hardhandig de zwarten op hun plaats houdt om zodoende de herinnering aan de goede tijden van weleer – van vóór de Burgeroorlog – levend te houden. Ze vertelde haar vrienden in New York over de duizenden kleine stadjes en dorpen in het Zuiden die nog veel kenmerken van de oude plantagemaatschappij hadden en over haar behoefte die samenleving in haar werk vast te leggen voordat de moderne tijd alles zou platwalsen.

Juist in de jaren zestig begon het te gisten, vertegenwoordigers van de Civil Rights Movement trokken in groten getale naar het Zuiden om ook daadwerkelijk, in persoon, te protesteren tegen apartheid op scholen en universiteiten. Op de barricaden! Wie herinnert zich niet de beruchte gouverneur van Alabama, George Wallace, die pal stond bij de ingang van de University of Alabama om de zwarte studenten tegen te houden die zich hier hadden ingeschreven. Rellen en vechtpartijen waren aan de orde van de dag, de regeringen van president J.F. Kennedy en later die van zijn opvolger Lyndon Johnson, hadden er de handen vol mee. Martin Luther King hield zijn beroemde speech tijdens de Mars op Washington: I have a dream. Nelle Harper Lee was niet onverdeeld gelukkig met deze ontwikkelingen – het idee van gelijkberechtiging van blank en zwart was misschien nog tot daaraan toe, maar voor de methoden van contestatie, de bustochten en marsen naar het Zuiden, had ze geen goed woord over. O, ironie! Haar boek werd in binnen- en buitenland bij uitstek geprezen vanwege de aanklacht tegen het racisme die velen erin zagen; om diezelfde reden werd het boek in tal van bibliotheken van Zuidelijke stadjes op de zwarte lijst gezet en op scholen verboden.

Nelle werd van het werk afgehouden door het overdonderende succes van haar boek. Ze werd overal gevraagd om lezingen te houden en interviews te geven, maar bovendien werd ze geconfronteerd met onoverzichtelijke praktische problemen. Het geld stroomde met bakken binnen, het vereiste ingewikkelde boekhoudkundige ingrepen om ervoor te zorgen dat niet alles direct moest worden afgedragen aan de belastingen. Nelles oudere zuster Alice, die net als hun vader rechten had gestudeerd, zorgde voor de zakelijke kanten van het schrijverschap; ze liet Nelle om de haverklap uit Manhattan naar Monroeville komen en hield haar daar soms maandenlang vast om de zaken te regelen. Het gedoe met de film kwam er bovenop, Nelle was nauw bij de opzet betrokken en werd gevraagd om adviezen over de personages, de gebeurtenissen en de decors – een groot deel van de opnamen vond plaats in de studio’s van Hollywood. Gregory Peck was een typische method actor die zich zijn rol compleet eigen maakte; hij nam met haar niet alleen de tekst door, maar ook zijn manieren van staan en lopen, zijn stemgeluid, stemmingen, houding tegenover zijn kinderen (Scout en Jem) – en niet te vergeten zijn relatie met hun vriendje Dill, in werkelijkheid de jonge Truman Capote die door zijn moeder jarenlang bij familie in Monroeville werd ondergebracht.

Misschien werd ze het meeste belast door de aanspraken van Capote op haar tijd en haar diensten. Niet alleen had ze hem, als trouwe jeugdvriendin, vergezeld op zijn tochten naar Kansas, waar hij bezig was het materiaal bijeen te brengen voor zijn ‘levenswerk’ – In Cold Blood – maar hij had haar ook voortdurend nodig bij de afronding van het boek. Hij had besloten om met de voltooiing te wachten op het doodvonnis van de twee moordenaars over wie het boek ging en hij betrok Nelle bij zijn bezoeken aan de gevangenis en de gastvrije ontvangsten die hij organiseerde voor belangrijke informanten uit Kansas als ze New York aandeden. De ijdeltuit Capote was gepreoccupeerd met zijn eigen werk en nam Nelles beslommeringen niet serieus, zoals hij ook haar boek oninteressant had gevonden. Ze moest ieder stuk lezen dat hij schreef en hij verwachtte van haar degelijk redactiewerk, juist omdat zij de mensen en omstandigheden waarover het ging uit eigen waarneming kende. Ze adviseerde hem over de compositie, maar ook over de dialogen. Ze kreeg uiteindelijk stank voor dank. Op de titelpagina van In Cold Blood wordt ze genoemd: For Jack Dunphy and Harper Lee with my love and gratitude. Het klinkt misschien reuze aardig, maar Jack Dunphy was de toenmalige geliefde van Capote die geen slag heeft uitgevoerd om het boek te realiseren, terwijl Nelle veel méér is geweest dan zomaar een vriendin. Een klap in het gezicht! Toen Capote ter viering van zijn boek een geweldig feest gaf voor tout New York, is Nelle niet komen opdagen.

Ondanks de vele onderbrekingen is ze dapper doorgegaan met schrijven en op een gegeven moment moet er ook een bijna kant-en-klaar manuscript zijn geweest. Maar mede door het overlijden van haar literaire agent en de pensionering van haar uitgever is er – vermoedelijk – nooit meer iets mee gedaan. Nelle begon zich af te keren van de wereld en vanaf eind jaren zestig, begin jaren zeventig leidde ze praktisch een kluizenaarsbestaan. Geen interviews meer, geen lezingen meer en nooit meer één woord over een mogelijk vervolgboek. Het boeiende portret van Charles Shields: Mockingbird. A Portrait of Harper Lee uit 2007, is geheel en al zonder haar medewerking tot stand gekomen. De auteur heeft talrijke mensen in Monroeville en omgeving ontmoet en gesproken, maar Nelle was en bleef onvindbaar; ontoegankelijk.

Zou ze nu echt uit haar schuilplaats tevoorschijn komen en alsnog een vervolg op Mockingbird presenteren? Een literaire sensatie, de wereld schudt! Ach, laten we hopen dat het een gerucht is, zoals er al zoveel zijn geweest. Niet aan beginnen, Nelle!

 

 

illustraties
Nelle Harper Lee; bron: jualbacan.com
Truman Capote; bron: therakeonline.com
Truman (Toby Jones) en Nell (Sandra Bullock) op veldwerk in Kansas; uit de film Capote van Douglas McGrath; bron: pixgood.com