De variëteit van het leven in de grote stad is ontzagwekkend, ook al is lang niet iedereen zich ervan bewust. In de BBC-documentaire The Unnatural History of London, die ik een tijdje geleden zag, wordt geschat dat er in de stad méér wilde dieren leven dan mensen. Het aantal bewoners van Londen is omstreeks acht miljoen, het aantal (wilde) dieren zou dat aanzienlijk overtreffen. De makers hebben ’s nachts in de voorsteden gefilmd, waar omvangrijke kudden herten plantsoenen en voortuinen komen kaalvreten, maar waar ook vossen ronddartelen en zelfs de schuwe das zijn opwachting heeft gemaakt. Biologen verwachten dat sommige diersoorten hun traditionele leefwijze aan het afzweren zijn en massaal naar de stad migreren; niet alleen de das, maar ook de zilvermeeuw, is een bekend voorbeeld. Eén van de mooiste opnamen in de film is een flatbewoonster die ’s ochtends vroeg van achthoog worstjes naar beneden gooit — op het grasveld lopen verschillende vossen rond, maar ze krijgen pas hun beloning als ze eerst keurig zijn gaan zitten. Als goedgetrainde circushonden.

Allerlei dieren zijn op eigen kracht naar de stad getrokken, zoals de zeehond die via de Thames bij Canary Wharf terechtgekomen is, vlak achter Billingsgate, de grote Londense vismarkt die daar al honderden jaren gevestigd is. Na de ochtenddrukte komen de vishandelaren naar buiten met onverkoopbare waar om ‘hun’ zeehond te voeren. Ook die doet allerlei kunstjes en de handelaren zijn zo gecharmeerd dat ze enorme stukken zalm en hele makrelen het water ingooien. Je hoort de zeehond bijna spinnen.

Iemand maakt een intensieve studie van stadsduiven en beweert dat deze vogels zich van elkaar onderscheiden al naar gelang de buurt waar ze ‘thuishoren’ — die van Kensington zijn nuffig en hooghartig, die van Hackney onbeschoft en hondsbrutaal.

Een groot aantal dieren komt oorspronkelijk van ver, zoals de inmiddels duizenden groene halsbandpapagaaien die volgens de overlevering in 1950 door Humphrey Bogart zijn losgelaten, nadat ze waren gebruikt bij de studio-opnamen van African Queen. Ook allochtoon zijn tal van soorten rivierkreeft en waterschildpadden (die jonge eendjes vreten) en schorpioenen die met schepen zijn aangevoerd of als huisdieren zijn losgelaten.

Londense vogelaars staan iedere maand gebroederlijk bijeen op het dak van een wolkenkrabber om de sterke toename van valken in de stad vast te leggen. Londen heeft er een enorme dimensie bijgekregen. De nachtportier van een fabriek voert ’s nachts vossen en dassen en mijmert over de veranderingen die al dat vliegende, kruipende en zwemmende volk in de Engelse metropolis bewerkstelligen. Hij lacht verlegen en zegt: ‘They are all Londoners now’