Ik schreef onlangs op deze plaats over John Steinbeck’s The Grapes of Wrath, een aangrijpende roman over landverhuizers uit Amerikaanse deelstaten als Arkansas, Texas en Oklahoma, die slachtoffers waren van een milieuramp: de grote droogte in de jaren dertig van de vorige eeuw. Beter bekend als de Dust Bowl. Met vele duizenden trokken ze over de US Highways 66, 60 en 80 naar Californië, in de hoop daar een nieuw bestaan te kunnen opbouwen. Naar schatting ging het in totaal om minstens een half miljoen mensen. Aanvankelijk werden ze door de grote agrarische bedrijven in het nieuwe Westen met open armen ontvangen; ze werden beschouwd als ideale vervangers van de bestaande werkkrachten: overwegend (illegale) Mexicanen, Filipino’s en andere ‘fruit tramps’. Hoewel de factories in the field  al sinds jaar en dag van die arbeidskrachten afhankelijk waren geweest, hadden ze een slechte reputatie vanwege hun veronderstelde onbetrouwbaarheid en vooral hun sympathie voor de vakbonden met hun stakingen en boycotacties.

Ik schreef onlangs op deze plaats over John Steinbeck’s The Grapes of Wrath, een aangrijpende roman over landverhuizers uit Amerikaanse deelstaten als Arkansas, Texas en Oklahoma die slachtoffers waren van een milieuramp: de grote droogte in de jaren dertig van de vorige eeuw. Beter bekend als de Dust Bowl. Met vele duizenden trokken ze over de US Highways 66, 60 en 80 naar Californië, in de hoop daar een nieuw bestaan te kunnen opbouwen. Naar schatting ging het in totaal om minstens een half miljoen mensen. Aanvankelijk werden ze door de grote agrarische bedrijven in het nieuwe Westen met open armen ontvangen; ze werden beschouwd als ideale vervangers van de bestaande werkkrachten. Dat waren overwegend (illegale) Mexicanen, Filipino’s en andere ‘fruit tramps’. Hoewel de factories in the field  al sinds jaar en dag van die arbeidskrachten afhankelijk waren geweest, hadden ze een slechte reputatie vanwege hun veronderstelde onbetrouwbaarheid en vooral hun sympathie voor de vakbonden met hun stakingen en boycotacties.

Maar de grote toeloop van ‘Okies’ leidde al spoedig tot een omslag in de publieke opinie: het zou gaan om een ‘plaag’, een veel te zware aanslag op de sociale diensten waar de belastingbetalers voor moesten opdraaien. Journalisten, schrijvers en fotografen trokken zich het lot van de migranten aan. Het icoon van dit hoofdstuk uit de Amerikaanse geschiedenis is ongetwijfeld Dorothea Lange’s portret van de Migrant Mother, een foto die bij velen in het geheugen gegrift staat.

 


Migrant Mother

Overigens was de stroom van migranten veel complexer van samenstelling dan je uit de bestaande literatuur zou kunnen opmaken. De familie Joad, de hoofdpersonen van The Grapes of Wrath, waren pachtboertjes uit de kern van het droge gebied, de grote vlakte. Maar als gevolg van de algemene economische malaise trokken ook boeren uit de katoenstreek weg: deelpachters en huurboeren en eveneens vele duizenden uit de hoger gelegen gebieden. De boeren zagen geen toekomst meer en dat gold net zo goed voor winkeliers, handelaren, onderwijzers, advocaten. De hele plattelandssamenleving stortte ineen. Naar schatting zijn er vandaag de dag minstens vier miljoen inwoners van Californië die afstammen van de volksverhuizers in de jaren dertig.

Ondanks de strenge anti-arbeiderswetgeving in Californië, probeerde de kleine Communistische Partij de nieuwe werkkrachten te organiseren. Er werden hongerdemonstraties opgezet en werklozencomités. De acties kregen steun van intellectuelen, filmsterren (James Cagney) en een paar rijke weldoeners, maar de tegenstand was overweldigend. De roemruchte katoenstaking in de San Joaquin Valley van 1934 werd genadeloos neergeslagen door een combinatie van knokploegen, huurmoordenaars en de totaal partijdige staatspolitie. De demonstratieleiders werden tot moes geslagen en gearresteerd, in Pixley vielen zelfs doden. The Grapes of Wrath, waarin dat geweld plastisch beschreven wordt—de voormalige dominee Casy wordt met pikhouwelen doodgeslagen—heeft er veel toe bijgedragen dat de situatie nationale bekendheid kreeg.

 


The Road West, New Mexico (1938): vastgelegd door Dorothea Lange

Ik haal een deel van de bovenstaande wijsheid uit de inleiding die Douglas Wixson schreef bij On the Dirty Plate Trail. Remembering the Dust Bowl Refugee Camps. Hierin zijn de aantekeningen verzameld die Sanora Babb heeft gemaakt tijdens haar activiteiten in verschillende FSA Camps, opvangplekken voor migranten ingericht door de Farm Security Administration. Bij Steinbeck kun je beschrijvingen vinden van zulke kampen: de ‘goeien’ hadden vormen van zelfbestuur, waren uitgerust met elementaire voorzieningen als stromend water, toiletten, kookplaatsen—een wereld van verschil met de particuliere kampen van de werkgevers die smerig en gebrekkig waren.

Babb voelde zich nauw betrokken bij de migranten, ze was zélf afkomstig uit Oklahoma, en sprak dezelfde taal. Ze sloofde zich uit, maar hield voldoende energie over om ’s avonds en ’s nachts aantekeningen te maken van wat er in de kampen gebeurde, uiteindelijk resulterend in de roman Whose Names Are Unknown, waarover ik al eerder op deze plaats heb geschreven. Af en toe kwam ook Sanora’s zuster Dorothy langs, die het kampleven in foto’s vastlegde. On the Dirty Plate Trail is rijk geïllustreerd met haar materiaal, zij het helaas niet erg fraai afgedrukt. Wat je uit Wixson’s inleiding kunt opsteken is dat Babb en Steinbeck elkaar persoonlijk kenden. Daar keek ik van op: uit andere bronnen had ik begrepen dat daar geen sprake van was. Steinbeck zou misschien hebben geput uit Babb’s aantekeningen die hem door derden ter hand waren gesteld, zonder te weten wie die observaties en vraaggesprekken oorspronkelijk op schrift had gesteld. Dat leek me al onzin, nu dus helemaal.

 


Migrantenmeisje gefotografeerd door Dorothy Babb

Dat brengt me op een algemener punt: hoe komen romanschrijvers aan het materiaal voor hun werk? Wat is hun ‘stof’? In de Amerikaanse literatuur bestaat een sterke ‘realistische’ stroming van auteurs die hun inspiratie vinden in maatschappelijke toestanden en ontwikkelingen. Steinbeck is een prominent vertegenwoordiger van deze stroming. Voor The Grapes of Wrath heeft hij speciaal huiswerk gedaan: hij heeft de droogtegebieden bezocht en heeft de migranten gevolgd over de Highways to the West en onderweg heeft hij veel kampen bezocht, met mensen gesproken en tegelijkertijd als vrijwilliger meegeholpen het leven wat dragelijker te maken. In één van die kampen vond de ontmoeting plaats met Sanora Babb; ze zijn een paar weken met elkaar opgetrokken. Het specifieke verhaal van de familie Joad is niet afkomstig uit Steinbeck’s dikke duim, maar is opgebouwd uit vele fragmenten die door de auteur met eigen ogen zijn waargenomen, met eigen oren zijn beluisterd. Zoals Wixson zegt: voor veel schrijvers in de jaren dertig was de onderzoeksjournalistiek een ideale voorbereiding van hun literaire producten. Dat gold voor Babb en Steinbeck, zoals het ook gold of gegolden had voor Theodore Dreiser, Ernest Hemingway, Sherwood Anderson, Katherine Anne Porter, Willa Cather, Martha Gellhorn en vele anderen. The Depression era needed writers who were able to record its tumultuous events and tragic human exigencies, aldus Wixson. Je kunt eraan toevoegen dat dit niet alleen opging voor de jaren dertig, maar net zo goed voor de negentiende eeuw. En… nog steeds. Tom Wolfe heeft dit soort realistische schrijvers aangeduid als de secretarissen van de maatschappij. Voor hem een eretitel. Het betreft literatuur die geworteld is in ons aller bestaan, die ergens over gaat, in tegenstelling tot het werk van de fabulisten, die de onderwerpen uit hun eigen, beperkte, fantasie putten.

Een ander voorbeeld uit de jaren dertig, veertig is het werk van John Fante, die lang geprobeerd heeft DE roman te schrijven over de Filipino’s in Californië (The Little Brown Brothers); zijn boek was bedoeld om Steinbeck’s The Grapes of Wrath in de schaduw te stellen. De achterliggende gedachte was duidelijk: ja, de migranten uit de Dust Bowl waren er slecht aan toe en dat had Steinbeck mooi aan de kaak gesteld, maar met de Filipijnse ‘wegwerparbeiders’ was het nog een stuk slechter gesteld en dat zou hij, John Fante, laten zien. Aan zijn uitgever schreef hij in 1940: I have been busied myself gathering material for what will probably be another Grapes of Wrath. The idea: (and for God’s sake keep quiet about it!) is a book on the California Filipino whih I am calling The Little Brown Brothers, a book so full of sheer story that the migratory problem of the Okies is a holiday excursion by comparison.

Ik beweer niet dat realistische romans per defintie ‘beter’ zijn dan romans uit andere literaire stromingen, maar door de gedegen documentatie die ten grondslag ligt aan boeken als The Grapes of Wrath of Whose Names are Unknown behouden ze hun identiteit als tijdsbeeld, historisch bronmateriaal. Toen ik Grapes onlangs herlas, werd ik geraakt door de ‘actualiteitswaarde’. President Trump van de Verenigde Staten wil een hoog hekwerk laten neerzetten tussen zijn land en het buurland Mexico om de niet aflatende stroom van volksverhuizers uit Latijns Amerika te stuiten. De omstandigheden zijn uiteraard totaal verschillend van die in de jaren dertig, maar in de kern lijkt er nauwelijks iets veranderd: alleen de opvangkampen met de gedwongen scheiding tussen ouders en kleine kinderen zijn aanzienlijk cynischer dan de slechtste kampen van destijds. Onder andere daarom wil ik een boek als The Grapes graag lezen.

Ik houd redelijk bij wat zich in de literaire wereld zoal afspeelt, maar als ik  besprekingen zie van wat er nieuw verschijnt, vraag ik me dikwijls af waarom ik zo’n boek in vredesnaam zou moeten lezen. De zielenroerselen van een verzonnen personage in het luchtledige? Het treurige Bargoens van de recensenten in dag- en weekbladen doet er ook niet veel goed aan. Het werk van Steinbeck en Babb, maar ook van al die andere secretarissen van de maatschappij is opwindend, fris, uitdagend, meeslepend. Daar heeft de tand des tijds vergeefs aan geknaagd.

 

♦ Sanora Babb, Whose Names are Unknown. Norman (The University of Oklahoma Press) 2004

♦ Sanora Babb (texts), Dorothy Babb (photographs), On the Dirty Plate Trail. Remembering the Dust Bowl Refugee Camps. (Ingeleid, becommentarieerd en geredigeerd door Douglas Wixson) Austin (Univeristy of Texas Press) 2007

illustraties:

John Steinbeck; bron: biography.com
Migrant Mother en The Road West, New Mexico, foto’s van Dorothea Lange; bron: American Photography 1890-1965, from The Museum of Modern Art, New York. New York (The Museum of Modern Art) 1995
migrantenmeisje gefotografeerd door Dorothy Babb; bron: On the Dirty Plate Trail

 

What do you want to do ?

New mail