Fraaie titel voor een boek over straatfotografie: Streetwise. Stephen Mclaren bracht vorig jaar onder deze titel een flink aantal straatfotografen van Magnum bijeen: niet alleen klinkende namen als Martin Parr, Inge Morath, Leonard Freed, Elliott Erwitt, Ian Berry, Raymond Depardon, maar natuurlijk ook de legendarische Henri Cartier-Bresson. Naast de fotografen besteedt Mclaren speciale aandacht aan de vier ‘hoofdsteden’ van de Magnumtraditie—New York, Londen, Parijs en Tokyo. In het hoofdstuk over New York heeft Mclaren de bekende ‘twee sjieke dames op Manhattan’ (ik weet niet wat de juiste titel is van de foto, LB) opgenomen, een magnifieke foto van Cartier-Bresson uit 1961. Magnum werd als fotografische coöperatie opgericht in New York, februari 1947; de vier initiatiefnemers waren behalve Cartier-Bresson, Robert Capa, George Rodger en David Seymour. Persfotografen, over het algemeen, die popelden om aan het front te staan in de jaren na de oorlog: de afbrokkelende koloniale regimes in Azië en Afrika, de lugubere wapenwedloop van de Koude Oorlog en de opkomst van nieuwe media met een onstilbare honger naar beeldmateriaal.

Veel Magnumleden voelen zich tot straatfotografie aangetrokken voor het zuivere plezier, zegt Mclaren. Ze zien op straat drama’s die spannende foto’s opleveren met een narrative potential waar Proust of Tolstoy opgewonden van zouden raken. Straatfotografie is soms een bijproduct van een omvattender opdracht. Bruno Barbey is een voorbeeld: hij bracht de Franse studentenopstanden van 1968 in beeld en documenteerde tegelijk hoe Parijs door barricades tot een verdeelde stad werd getransformeerd. En Chris Steele-Perkins verbleef maanden in Belfast tijdens de ‘Troubles’; hij kwam terug met aangrijpende foto’s van kinderen die tussen het puin en de uitgebrande auto’s spelletjes speelden.

Mclaren is gevoelig voor de heroïek van de straatfotografie. Hij dicht de Magnum-fotografen uitzonderlijke kwaliteiten toe. Ze zijn volgens hem inderdaad… streetwise. Straatfotografen weten hoe steden werken, zegt hij, hoe mensen contact met elkaar zoeken, waar de juicy action is. To be streetwise is to be savvy in the urban jungle, to know where you can safely go about your business, whom you should keep an eye out for, and how to extricate yourself from  a tricky situation. In een ander recent overzicht van de straatfotografie, Bystander, verzorgd door Colin Westerbeck en Joel Meyerowitz, wordt een minder extatische toon aangeslagen. In hun visie zijn fotografen ‘omstanders’, ze nemen foto’s van mensen die hun gang gaan zonder zich bewust te zijn van de aanwezigheid van de fotograaf. They make candid pictures of everyday life in the street. That, at its core, is what streetphotography is. Omstanders zijn getuigen van wat zich op straat afspeelt en fotografen voelen zich geroepen om dat straatleven vast te leggen. De manier waarop verschilt, iedere straatfotograaf moet een keuze maken: sommige straatfoto’s kunnen op zichzelf staan, ze zijn losgezongen van de specifieke context en leveren een beeld op dat geen toelichting behoeft. Cartier-Bresson is de personificatie van deze richting. Aan de compositie, de attributen en houdingen zie je al van afstand dat het zijn werk is. Onnavolgbaar. Ik ga mijn eigen gang, schreef hij, ik ben geen fotoverslaggever, journalistieke foto’s zijn voor mij een bijproduct. Aan de andere kant heb je straatfoto’s die niet zonder ‘uitleg’ kunnen en die in serie of boekvorm moeten worden uitgegeven om ze in de juiste context te plaatsen. Robert Frank (in bij voorbeeld zijn The Americans) is een exemplarische vertegenwoordiger van dit genre.

 


De maker van The Americans

Westerbeck en Meyerowitz verwerken ook Magnum in hun beschouwingen, maar een stuk afstandelijker dan de hijgerige Mclaren. Ze maken melding van tegenstellingen en ruzies binnen het persbureau, wat je een beter zicht geeft op het karakter van de fotografie binnen die kring: de omstreden opkomst van kleurenfotografie, bij voorbeeld, en de weerstanden die Martin Parr opriep bij zijn toetreding (‘U leeft in een andere wereld’, werd hem venijnig toegebeten). Wat die differentiatie betreft moet je in de verzameling van Mclaren afgaan op de foto’s die hij heeft geselecteerd, niet zozeer op zijn toelichting. Hoe moet je bij voorbeeld het werk van Bruce Davidson interpreteren in het licht van de grootstedelijke oriëntatie waar Mclaren zo op hamert? Midden jaren zestig maakte hij foto’s op het platteland van Wales. Drie van die foto’s zijn in Streetwise afgedrukt. Een klein meisje op een straathoek, een jochie met wat speelgoed in een kinderwagentje en een vrouw die de stoep voor haar huis boent. Schitterende foto’s, daar niet van, maar zonder enig verband met straatwijsheid of tricky situations.

 


Mayhew de straatonderzoeker

Straatfotografie heeft een tegenhanger in mijn vak, waar soms gesproken wordt van street ethnography. Maar een bundel onder die naam, geredigeerd door Robert Weppner, laat in de inhoudsopgave al de enorme verschillen zien met fotografie, zowel in opzet als methodologie. Het boek betreft een studie van zakkenrollers, drugsgebruikers, verslaafden, en sociale problemen in het algemeen. Etnografen schieten geen plaatjes van zomaar voorbijgangers, maar proberen de verschillende subculturen die je op straat kunt vinden nauwkeurig in kaart te brengen door gerichte observatie, vraaggesprekken, het verzamelen van levensgeschiedenissen. Zoals James Spradley in de inleiding zegt: de etnografie streeft ernaar te ontdekken hoe mensen hun wereld beschouwen, hoe ze zich in alledaagse situaties gedragen, hoe ze hun ervaringen interpreteren. Als je ergens behoefte hebt aan streetwisdom, dan hier. Ook de negentiende eeuwse ‘sociale ontdekkingsreizigers’ waren  gefascineerd door het leven op straat. Henry Mayhew maakte lange reportages over de verschillende soort street people in Londen: verkopers van vis, groenten en fruit, wild en gevogelte, onderverdeeld in vrouwen en kinderen en…Ieren. Maar ook de ‘zelfkant’ fascineerde Mayhew: hoeren, zwendelaars, dieven, bedelaars in soorten en maten.

 


Henri-Cartier’s bijproduct: prostituée in Mexico

Een centraal uitgangspunt van het straatonderzoek is het belang van de context: de ene straat is de andere niet, de ene stad is de andere niet. Time, like geography, provides a framework for the narrative, but is not adhered to rigidly, zegt Peter Jukes in zijn A Shout in the Street. In the city, just as you can encounter another culture around a corner, you can also step into a different time. Sommige onderzoekers hebben gebruikgemaakt van film en fotografie als hulpmiddelen. Dat heeft tot verdieping van het inzicht geleid, bij voorbeeld bij William Whyte’s algemene studie van de stad (City. Rediscovering the Center). Welke soorten street people kun  je onderscheiden? Hoe gedragen ze zich? Ontmoetingen op straat, handgebaren, groepsvorming, manieren van staan en van zitten.

Het ene boek na het andere over straatfotografie verschijnt. Behalve Streetwise en Bystander ook Masters of Street Photography, The Street Photographer’s Manual, Street Photography: A History in 100 Iconic Images. Je kunt je hart ophalen met de prachtigste foto’s, maar, helaas, streetwise word je er niet van. Daarvoor zul je toch zelf de straat op moeten gaan of de straatetnografen lezen.

 

illustraties
Henry Mayhew; bron: en.wikipedia.org
Henri Cartier-Bresson; bron: gohighbrow.com
Prostituée; bron: Streetwise (Mclaren)
Robert Frank; bron: brittannica.com