In de eerste alinea van het verhaal Kamergenote beschrijft Anu Singh Choudhary een scène op kantoor. Midden in een moeilijke vergadering gaat de telefoon van Asima af, zó hard dat iedereen opschrikt. De voorzitter, Akbar, berispt haar: Waarom heb je het geluid van je telefoon niet afgezet. Je kunt toch wel een beetje rekening met anderen houden, Asima. De vertelster merkt op: Akbar valt Asima af in het front van de hele vergadering, maar Asima let alleen op haar telefoon. Uit de context begrijp je dat Akbar en Asima een echtpaar vormen. Als ze na de vergadering naar huis rijden, komt hij terug op het incident en vraagt of ze boos is dat hij haar in het openbaar berispt heeft. Ze gaat er niet op in en begint een telefoongesprek.

Kamergenote is het eerste verhaal uit de verhalenbundel De blauwe sjaal die Dick Plukker en ik vertalen uit het oorspronkelijke Hindi. De eerste versie van het titelverhaal is af. Overigens is de titel van het verhaal dat we nu onder handen hebben Engels (in Hindi-schrift): Roommate. We zijn er nog niet uit hoe we dat gaan vertalen: kamergenotes (meervoud) of kamergenote (enkelvoud). Mijn collega-vertaler neigt naar het meervoud: het verhaal speelt zich af tussen vier jonge vrouwen die als paying guests een kamer huren. Ik neig naar het enkelvoud, want de centrale figuur, Asima, is vooral geïnteresseerd in één van de andere huursters, Lily Pandey. Ik denk dat het uiteindelijk over haar gaat.

De vier wonen bij een hospita in Andheri, in het hartje van Mumbai, vlakbij het internationale vliegveld in het oosten en Juhu Beach in het westen. Voor mij een bekende omgeving, ik heb ooit een maand of wat gewoond in Vile Parle, iets ten zuiden van Andheri en nóg dichterbij het vliegveld. Ik herken alles op mijn duimpje als twee van de dames op een avond kip gaan eten bij restaurant Shalimar aan de Bhendi Bazar, langs de bekende Mohammed Ali Road. Dit is het brandpunt van de omvangrijkste Islamitische wijk in de stad. Legendarisch, ook door de nabijgelegen Chori Bazar, de ‘dievenmarkt’. Broedplaats van kleine en grote criminaliteit. Alle beruchte godfathers van de georganiseerde misdaad, zoals Dawood Ibrahim Kaskar en zijn broers, Chota Shakeel, Chota Rajan, Tiger Memon, zijn hier geboren, opgegroeid en op het verkeerde pad geraakt.

 


Bhendi bazar, Mumbai

Maar daar gaat het me niet om, en ook het verhaal van Anu Singh Choudhary heeft hier allemaal niets mee van doen. Ik signaleer iets anders: het overvloedige en naar ‘ons’ (ook dat van Plukker) gevoel zelfs overbodige gebruik van eigennamen, in bovenstaand voorbeeld Asima. Drie keer in de vier eerste regels. Het is haar telefoon die afgaat, ze wordt daar expliciet op aangesproken en ook de verteller van het verhaal herhaalt nog eens dat Akbar haar, Asima dus, een standje geeft. In onze vertaling is de naam zeker een keer vervangen door ‘ze’: we denken dat er bij de lezer geen misverstand over kan bestaan dat Asima wordt aangesproken en dat ze niet reageert. Ook elders in het verhaal komen zulke constructies voor. Bij voorbeeld als Nafiza, een andere kamergenote, over haar trieste leven vertelt op het strand van Juhu Beach. Ook hier wordt de naam diverse keren gebruikt,  terwijl het zonneklaar om háár gaat en niemand anders.

Plukker is geneigd dat een soort tautologie te noemen. Ik ben daar niet helemaal zeker van, maar het is wel degelijk een stijlmiddel dat ook bij andere Indiase auteurs voorkomt. Als je bezig bent met woordje voor woordje en zinnetje voor zinnetje te vertalen, heb je doorgaans weinig oog voor achterliggende patronen in de taal, maar als zo’n patroon eindelijk tot je doordringt, zie je het opeens scherp uitgelicht. Afgezien van het noemen van namen kun je in het Hindi tal van voorbeelden vinden van soorten tautologieën. Uit de novelle Muze die we vorig jaar vertaalden kan ik me nog herinneren dat Greshal, de vrouwelijke hoofdpersoon, een stoer horloge droeg. De auteur vond het noodzakelijk om daar steeds bij te vermelden dat het om haar pols zat. Tja, waar zit een horloge anders? Ook kreeg de lezer te horen dat Chetan de nek van Greshal masseerde (of misschien was het andersom), ‘met zijn handen’. Overbodige toevoegingen.

Een tautologie is een betekenisherhaling met een synoniem woord, althans zo formuleren Paul Claes en Eric Hulsens het begrip in hun onvolprezen Groot retorisch woordenboek. Vaak in combinatie met alliteratie. Kommer en kwel, in rep en roer, schots en scheef. De auteurs beschouwen een tautologie met name als de versterking van een mededeling, je zet je uitspraak kracht bij. Een positieve functie. Maar een tautologie zit soms ook dichtbij een pleonasme, je voegt een overbodige dimensie toe aan je mededeling; geen versterking, juist een afzwakking. Ik noem een paar van zulke constructies, naar believen eindeloos uit te breiden:

. aanwezige bezoekers
· als eerste beginnen
·  beoogde doelgroep
·  naar elders vertrekken
·  bloeiende bloesem
·  gratis cadeau
·  hardop voorlezen
·  houten plank
 ·  mondeling bespreken

In het Hindi kom je dikwijls tegen dat mensen ‘zien met hun ogen’ of ‘geluid maken met hun mond’. In dezelfde lijn ligt misschien een ander voorbeeld uit Kamergenote. De vier dames zijn naar de bioscoop geweest om Russel Crowe te zien in A Beautiful Mind. Na afloop wordt er volop over gepraat, vooral door Lily die zelf als assistent-producer in de filmwereld werkzaam is. Ze bespreekt het filmverhaal, de cameravoering en ook ‘de stijl van acteren door de personages’. Die personages hebben we weggelaten, want over welke andere stijl van acteren zou het kunnen gaan? Even later bespreken Asima en Lily de noodzaak om op een origineel idee te komen. Lily verwacht daar veel van, want het zou haar kunnen bevrijden van haar soms geestdodende werk. Asima zegt: Wat is het probleem? Je hebt werk, je woont in Mumbai! Een idee betekent: nadenken met je brein, dat kun je overal doen.

 


Omslag van De blauwe sjaal

Het gaat misschien niet om zuivere tautologieën, maar wel om een ‘tautologie-achtige’ stijl. Ook Indiase schrijvers die in het Engels publiceren, zoals Salman Rushdie, Shashi Deshpande of Arundhati Roy, hebben er een handje van. Het roept bij mij de vraag op naar de achtergrond: is het een stijlfiguur die ontleend is aan een orale literaire traditie? Aan het vertellen van sprookjes of het theatraal opvoeren van dramatische situaties—wat je bij volksvermaak als lavni nog dagelijks kunt beleven? Ik zou er graag het fijne van willen weten, maar zal me voorlopig nog moeten troosten met het simpele handwerk: woordje voor woordje, zinnetje voor zinnetje.

 

illustraties:
Anu Singh Choudhary; bron: blogs.dw.com
Omslag De blauwe sjaal; bron: ek-shaam-mere-naam.com
Bhendi Bazar, Mumbai; bron: asian-voice.com