In het Wetenschapskatern van NRC-Handelsblad (3 en 4 januari 2015) stond een aardig stuk over toeval – dus: statistiek. Een paar krasse anekdoten passeerden de revue. Pas na het lezen viel mijn oog op de illustraties, een stuk of tien plaatjes van fotograaf George Maas: ‘stellen met dezelfde kleren aan’, zoals het onderschrift luidde. Ik heb er goed naar gekeken omdat ik me afvroeg wat deze reeks illustraties eigenlijk te maken had met het stuk over statistiek. Ik moet vrezen: helemaal niets. Wonderlijk toeval? Intussen raakte ik geboeid door de foto’s. Mannen en vrouwen (‘stellen’) met identieke kledingstukken, gefotografeerd op de openbare weg. Dus geen tramconducteuren of politiemensen in uniform, maar volk in uniforme vrijetijdskleding, zomaar, in het wild. De aanduiding is overigens nogal ruim want zoveel ‘dezelfde kleren’ hebben ze niet aan, het gaat in feite alleen om windjacks, verder niet. Geen broeken, schoenen, petjes of accessoires (tassen, wandelstokken, paraplu’s). Bij het onderschrift stond dat de fotograaf al zeven jaar dit soort foto’s maakt.

Op internet zag ik dat George Maas beroemd is in Hilversum en omstreken vanwege optredens voor de tv. Ik had nog nooit van hem gehoord of iets van hem gezien – eigen schuld… ik kijk niet naar de Nederlandse tv. Maas is gefascineerd door ‘stellen’ en op internet kun je het een en ander vinden over zijn stellenproject. Hij schiet plaatjes van gelijkgekleed, maar doet ook mateloos, stellen van opvallend ongelijke lengte, en grenzeloos, stellen afkomstig van uiteenlopende nationaliteiten of etnische groepen.

Maas staat voor zijn objecten op de bres, goedzo! Hij meldt dat een cabaretier gelijkgeklede stellen in een conference heeft aangeduid als aseksuele windjackdragende rugzakmensen die ‘het’ dus niet meer doen omdat ze in een ‘broer-zusterrelatie’ terechtgekomen zijn. Maas zegt: ‘Gelijkgekleden worden snel neerbuigend bekeken als identiteitsloze wezens die alles samen doen en niks kunnen beslissen op eigen houtje. Een soort mislukte tweeling’. Hijzelf denkt daar anders over, voor hem is het juist een kwestie van moed om met dezelfde kleding over straat te gaan: ‘’s Morgens besluiten hetzelfde te dragen, dát is je nek uitsteken’, schrijft hij op het internet, ‘ergens willen ze juist opvallen en uit de grijsgeklede massa springen’.

Ik geef meteen toe: iemand die de lachers op zijn hand probeert te krijgen door lollig te doen over andermans kleding en uiterlijk, heeft ook niet mijn bewondering of sympathie, maar om nou te doen alsof ‘gelijkgekleden’ een bedreigde minderheid vormen die bescherming behoeft… Dat neigt weer een beetje teveel naar de andere kant. Wat mij boeit is dat er blijkbaar op grote schaal ‘unisex’-kledingstukken op de markt circuleren en dat mensen daarin – om welke reden dan ook – gezien willen worden. Vergeleken met de generatie van mijn ouders heeft zich kennelijk een ingrijpende verandering voltrokken. Ik vermoed dat mijn vader en moeder niet dood zouden willen worden aangetroffen in kleding die ook door de andere sekse gedragen werd; de rollen van man en vrouw waren duidelijk gescheiden en als je daar in het openbaar van afweek, werd dat niet op prijs gesteld. To put it mildly. Meisjes en jongens in een gezin werden wel eens in identieke pakjes gestoken, dat herinner ik me, overigens niet in het gezin waarin ik opgroeide. Maar dat kun je doen zolang kinderen non-persons zijn, sociaal onvolwaardig. Pas na een zekere leeftijd mag je je ‘eigen’ kleren uitzoeken. Dat is hier en daar nog steeds het geval.

Een stel met een identiek windjack aan, geeft een signaal af. Sociologen spreken van een tie-sign, een teken dat er een band of relatie bestaat, iets gemeenschappelijks in ieder geval. Tie-signs kunnen objecten zijn, behalve zo’n jack natuurlijk ook ringen, mutsen, hoedjes, schoenen, rugzakken, fietsen. Maar ook vormen van gedrag. Door manieren van praten, samen in de rij staan, museumbezoek, gedrag op feestjes en partijen, kun je aangeven bij elkaar te horen. Losse gebaren horen er ook bij: wenken, wijzen, glimlachen, knipoogjes. In het algemeen: lichaamstaal. Op de foto’s van Maas zag ik bij voorbeeld een stel met gelijke fietsen, dat weegt wat zwaarder dan identieke regenjassen, voor mijn gevoel. De foto’s van Maas staan vol met tie-signs en ik verbaas me erover dat hij uitgerekend kleding selecteert als belangrijkste onderwerp. Wat wil hij laten zien? Na vele jaren van observatie schijnt hij niet meer te doen dan te vragen ‘waarom ze dezelfde jas, trui, T-shirt, Body-warmer, trainingspak of vest dragen’, lees ik op internet.

Op drie van de tien foto’s in de krant houden de stellen elkaars hand vast, op één foto gebruikt een vrouw de schouder van de man met wie ze is als ondergrond om iets op te schrijven, op een andere foto vleit de vrouw zich tegen de rug van de man aan. Ze mogen dan wel allemaal eenzelfde windjack aan hebben, maar uit de andere gegevens blijkt dat ze vermoedelijk uiteenlopende relaties hebben. Sommige vrouwen lijken, letterlijk en figuurlijk, ‘op te zien’ naar de man met wie ze zijn, andere stellen lijken elkaar eerder te negeren, kijken ieder een andere kant uit. Zijn de foto’s geposeerd? Je zou het graag willen weten.

De plaatjes roepen nog andere vragen op. Centraal: wat is een ‘stel’? Op de foto’s zie je mannen en vrouwen in elkaars gezelschap, maar wat voor soort tie vormen ze? Ik heb daarop geen antwoord kunnen vinden. Selecteert Maas op degelijk getrouwde echtparen? Of is ieder paar dat hij tegenkomt goed genoeg? En waarom mannen en vrouwen en geen vrouwen afzonderlijk of mannen afzonderlijk? Als je een studie van ‘stellen’ maakt, is de eerste vraag, dunkt me: tot welke categorie stellen behoren ze? Neef en nicht? Broer en zus? Vader en dochter? Buurman en buurvrouw? Collega’s van het werk? Ieder ‘stel’ heeft een begrip voor zichzelf, het woord dat ze gebruiken om aan de buitenwereld duidelijk te maken wat ze van elkaar en voor elkaar zijn. Pas als je dat weet ben je eventueel in staat de identieke kledingstukken beter te duiden, juist ook in samenhang met andere signalen.

Tie-signs kunnen ook antwoord geven op de vraag naar het stadium waarin de relatie zich bevindt en zo geen antwoord dan toch een indicatie. Het maakt veel verschil uit of je in een restaurant een stel ziet zitten dat elkaar pas kent of een stel dat veertig jaar getrouwd is. Het jonge stel praat honderduit en stelt zich voor elkaar open, houdt zelfs elkaars hand vast – het bedaagde paar heeft ogenschijnlijk niets meer tegen elkaar te zeggen en lijkt nauwelijks te kunnen wachten tot de kwelling van het samen eten achter de rug is. Door de omgeving wordt dit soort gedrag doorgaans scherp geregistreerd en het vormt een geliefd onderwerp van spannende conversaties (‘Waren wij ook zo?’; ‘Zouden wij ook zo worden?’). En hoe zit het met de aanspraken die het stel op elkaar maakt? Je ziet soms dat een stel vrijelijk van elkaars spullen gebruik maakt, elkaars telefoon opneemt of gebruikt om een bericht te lezen of te versturen. Andere stellen nemen meer terughoudendheid in acht. Heeft dat met de geschiedenis van het stel te maken? Worden de aanspraken op privacy sterker naarmate mensen elkaar langer kennen, of juist niet? Is er wat dit betreft ongelijkheid in de relatie? Een poging om intimiteit te forceren?

Zoals gezegd zijn tie-signs kenmerkend voor allerlei soorten betrekkingen: mannen en vrouwen, vrienden, vriendinnen of hele clubjes (voetbalsupporters, corpsballen, feestgangers). Ik heb, op basis van wat ik over het werk van George Maas heb gevonden, niet kunnen vaststellen waarom hij speciaal voor zijn ‘stellen’ heeft gekozen en niet voor andere categorieën. Tie-signs vormen in principe een prachtig onderwerp, voor sociologisch onderzoek, voor kunst, literatuur of fotografie. Maar je moet wel de goeie vragen stellen.

 

foto ringen; bron: rtvijsselmond.nl
foto gelijkgekleden: copyright George Maas