Tijden

Zeker twee keer per jaar is het weer zover: ter gelegenheid van de wisseling van zomer- en wintertijden publiceren de kranten diepgaande, soms minder diepgaande, beschouwingen over de tijd in heden, verleden en toekomst. Dit jaar ook naar aanleiding van de drang vanuit Brussel om de wisseling af te schaffen en te kiezen voor één tijd, het hele jaar door. Bijna vijf miljoen mensen zouden zich bij een internationale enquête hebben uitgesproken ten gunste van een permanente zomertijd.

In NRC Handelsblad (29 oktober 2018) verscheen een alarmerende waarschuwing, geschreven door twee hooggeleerde neurologen uit Oxford. Permanente zomertijd, zo betoogden ze, betekent een jetlag van vier maanden per jaar. Ze menen dat de ‘bioklok’, die zou dateren uit het begin van de evolutie—meer dan drie miljard jaar geleden—alleen goed kan functioneren als hij synchroon loopt met de ‘licht-donker cyclus’. Als we ’s ochtends het licht zien, krijgt de klok een klein zetje in de goede richting. Dan blijft hij bij, om het populair te zeggen. Zonder zo’n zetje, aldus nog steeds het betoog uit Oxford, raakt de klok op drift. De auteurs illustreren het met een voorbeeld dat we allemaal zouden moeten kennen: als we uitslapen in het weekend hebben we maandagochtend te maken met een kleine jetlag; het opstaan is dan lastig. Bij een permanente zomertijd ontbreekt in de winter het corrigerende lichtsignaal, met een jetlag van vier maanden als consequentie. De wintertijd is dus beter voor onze gezondheid. En voor de maatschappij als geheel, want we zouden ook minder verkeersongelukken veroorzaken.

De schrijvers zijn een fraai voorbeeld van wat ik elders wel eens heb gekarakteriseerd als morele ondernemers. Met een beroep op ‘wetenschappelijke’ argumenten (onze bioklok bestaat al meer dan drie miljard jaar) en al dan niet uitgesproken medische inzichten worden veronderstellingen geopperd over onze lichamelijke en geestelijke gezondheid en het welbevinden van de menselijke samenleving in het algemeen. Onderwerpen waar neurologen geen snars van weten. De ‘bioklok’ is geen door een medisch geschoolde god gegeven dwingeland die ons in een keurslijf perst en bepaalt wanneer we waken of slapen. Als mensheid gaan we op uiteenlopende manieren om met de tijd, zowel overdag als ’s nachts. Dat heeft te maken met (sub-)culturele voorkeuren, maar ook met de levensfase waarin we verkeren en tal van andere status differentials, om er ook maar eens wat jargon tegenaan te gooien. Daar kijken ze in Oxford van op….

 


Moskee in Ahmedabad, plek voor de siesta

Hoe we slapen, bij voorbeeld, hangt nauw samen met sexe. Vrouwen slapen niet hetzelfde als mannen, ook niet als ze samen slapen. Het is een bekende klacht dat vrouwen last hebben van snurkende mannen. De ‘vrouwenslaap’ wordt vaker onderbroken dan de ‘mannenslaap’, en dat geldt in sterke mate als vrouwen jonge kinderen hebben. Ammenschlaf is het Duitse woord voor de lichte slaap van jonge moeders. Hoewel mannen in sommige culturen worden geacht vroeg op te staan om te demonstreren dat ze controle hebben over hun lichaam, zijn het toch dikwijls de vrouwen die nog vroeger opstaan om de heertjes van de schepping aan hun ontbijt en (in sommige kringen) kleding te helpen.

Ook leeftijd is zo’n onderscheidend kenmerk. De dag- en nachtbesteding van vrouwen wisselt sterk naarmate ze opgroeien van zuigelingen tot grootmoeders. In de loop van die fasen, gemarkeerd door rites de passage, ervaren ze dramatische veranderingen in hun verantwoordelijkheden tegenover hun eigen slaap en de slaap van hun omgeving. Daar hangt de gezinscyclus uiteraard nauw mee samen. Het romantische, pasgetrouwde stel brengt de nacht anders door dan het echtpaar van wie de kinderen uit huis zijn. Er bestaan ook uiteenlopende rituelen voor de ‘bedtijd’: van het vertellen van een verhaaltje tot het gezamenlijke tandenpoetsen en instoppen. Daarbij geldt dat in sommige culturen kinderen aanzienlijk minder te zeggen hebben over hun bedtijd dan in andere culturen.

 


Een slaapje langs de grachtengordel

De slaapplek is nóg een aspect dat de ene slaapcultuur onderscheidt van de andere. In India slapen mensen in familieverband gewoonlijk in één ruimte bijeen, in een land als Nederland is het niet ongebruikelijk om baby’s al direct na de geboorte een ‘eigen’ slaapruimten te geven, de zogenaamde kinderkamer. Gescheiden, geïsoleerd slapen heeft vermoedelijk ingrijpende gevolgen voor slaapgedrag in het latere leven; ik heb er altijd van opgekeken hoe Indiërs zelfs in de drukste omgevingen zonder enig probleem in slaap kunnen vallen—ik heb mijn Indiase vrienden en kennissen alleen met de grootste moeite kunnen uitleggen wat jetlag eigenlijk betekent. Zoals je uiteenlopende slaapculturen hebt, zo bestaan en bestonden ook uiteenlopende ‘bedculturen’. De Nederlandse historica Ileen Montijn heeft ooit laten zien dat rijke Amsterdammers hun bedden zodanig opsierden met kostbare stoffen en snuisterijen dat ze zich gedwongen voelden om elders te slapen, de slaapkamers waren ‘te mooi’ om als zodanig te gebruiken. En alleen rijken met veel personeel konden het zich permitteren om hun beddengoed enigszins te vrijwaren van vlooien en luizen en ander ongedierte.

 


Alleen slapen in Jaipur

Maar waken en slaap zijn eveneens beladen met morele overtuigingen. In bijna alle godsdiensten wordt prijs gesteld op vroeg opstaan. In kloosters moet in de vroege ochtend gebeden of gemediteerd worden, een Indiase yogi wordt geacht weinig te slapen en voor dag en dauw actief te zijn. Vroeg opstaan is een middel om mensen discipline aan te leren en hun lichamelijke impulsen te voegen naar de eisen van hun omgeving. In instituties als gevangenissen en ziekenhuizen is het regime van vroeg opstaan een middel om de bewoners te ‘depersonaliseren’ en hen te beroven van hun identiteit. De socioloog Erving Goffman heeft er een klassieke studie over geschreven: Asylums. En uit een onderzoek van Elliot Liebow naar vrouwelijke daklozen in Washington, DC, herinner ik me de opmerkingen over het gedwongen vroege opstaan. Iedereen in het nachtasiel moest om half zes opstaan en om zeven uur de deur uit. Op zichzelf was dat nog niet eens een bezwaar, het grote struikelblok was dat dit gold voor iedere dag van de week, het hele jaar door, welke dag het ook was en welk weer het ook was. De afwezigheid van controle over hun slaaptijden plaatste de asielbewoonsters in een afzonderlijke categorie, verschillend van ‘gewone mensen’. Opstaan en de dag beginnen is symbolisch voor iemands sociale status: fabrieksarbeiders staan eerder op dan kantoormensen en voor goed opgeleide creatievelingen is het vanzelfsprekend dat ze hun eigen werktijden bepalen.

Het minste dat we kunnen doen is een kloktijd instellen, die in de pas loopt met de geografische tijd, en daarmee met onze biologische klok, verordonneren de geleerden uit Oxford. Ja, ja, dat zal wel, maar de gewone ervaring leert toch dat het anders is.

 

illustraties
alle foto’s van ‘slapers’ zijn gemaakt door Lodewijk Brunt (copyright)

 

By |2018-11-13T10:01:55+00:00maandag 12 november 2018|Categories: Blog|Tags: , , , , |Reacties uitgeschakeld voor Tijden