De Eerste Wereldoorlog blijft ons achtervolgen, ook in de vorm van poëzie. De laatste jaren is het nagelaten werk van Ivor Gurney boven water gekomen. Hij zat bij de 2nd/5th Gloucesters en vocht aan de Somme en in de slag om Passchendaele, aanvankelijk als signaller, later als machinegunner. Anders dan Siegfried Sassoon, Rupert Brooke, Edward Thomas of Wilfred Owen, is hij pas tijdens de oorlog gedichten gaan schrijven — dóór de oorlog. Gurney was geen officier, zoals het gros van de andere dichters, maar gewoon soldaat, private Gurney. Afkomstig, inderdaad, uit Gloucester, waar hij opgroeide als zoon van een simpele kleermaker. Gurney onderscheidde zich van jongsaf aan door een zekere psychische onevenwichtigheid, maar ook door een fabelachtig muzikaal talent. Al vroeg won hij prijzen en beurzen en uiteindelijk werd hij toegelaten tot het Walhalla van de Britse muziek: Royal College of Music. Daar studeerde hij samen met onder anderen Ralph Vaughn Williams; deskundigen zagen een tweede Schubert in hem. Hij heeft honderden liederen gecomponeerd, waarvan sommige, nog steeds, worden beschouwd als meesterwerken. Five Elizabethan Songs hebben repertoire gehouden, net als In Flanders met teksten van F.W. Harvey en The Silent One, By a Bierside. Het lied Sleep is populair bij iedere Britse zanger, van Ian Bostridge, Sarah Connoly, Julie Goodwin tot Katherine Brodnick.

Maar tijdens zijn studie kreeg hij zware inzinkingen, hij moest de muzieklessen staken. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, gaf hij zich onmiddellijk op als vrijwilliger, maar als brildrager hij werd afgekeurd. Anderhalf jaar later was het leger niet meer zo kieskeurig en werd hij alsnog goedgekeurd. Hij was trouwens een voortreffelijk scherpschutter. Eind mei 1916 arriveert hij met zijn regiment bij de Somme, waar een afdeling uit Wales moet worden afgelost. Opmerkelijk genoeg doet de oorlog hem goed: hij geniet van het gezelschap van zijn kameraden, sluit intense vriendschappen en wordt gefascineerd door het soldatenleven. De BBC-documentaire die een tijdje geleden over hem werd gemaakt, heet toepasselijk: The Poet Who Loved the War. De oorlog had voor hem, afgezien van de onmetelijke gruwelijkheden, een therapeutische werking: zijn psychische problemen leken als sneeuw voor de zon te smelten. Daar was hij zich goed van bewust en in zijn brieven wijst hij erop dat de oorlog bij uitstek ‘artists’ material’ is.

Wat z’n poëzie onderscheidt is zijn oog voor de details van de plekken waar hij zich bevindt, het dagelijkse soldatenbestaan. Hij noemt man en paard, zoals dat heet, zodat je je een concrete voorstelling kunt maken van het leven in de loopgraven — Gurney heeft de vijf maanden van de slag om de Somme aan het front meegemaakt. Hij beschrijft het voedsel, de vriendschappen, maar ook de angst en de verveling. Dat hij ondanks alle chaos, herrie en het gevaar voor lijf en leden toch scherp om zich heen bleef kijken, zou je achteraf trouwens ook kunnen opvatten als een aspect van zijn psychische stoornis. Hij heeft soms ernstige risico’s gelopen. Midden in de beschietingen stond hij met een aantekeningenboekje in de hand muzieknoten te noteren voor een lied, of een gedicht op te schrijven.

In The Retreat komt een passage voor waar hij met twee andere soldaten een wachtpost vormt als er plotseling een paar honderd meter verderop drie grote Duitsers aankomen. Eén van de wachten trekt zich stilletjes terug…

To warn the others. His friend went off in the smothers
Of embarrasment
I alone (good shot) in the foreground?
Now Ivor Gurney lonely, make no sound wait.
The others are at the wood end, now waste no shot. No noise, no noise …

De Duitsers vluchten als Gurney’s kameraden hulp hebben gehaald.

Hij laat ook zien hoe dicht de linies tegen elkaar lagen. In Serenade beschrijft hij de rust na een slag. Alles is weer op orde en geen van de partijen durft voorlopig aan te vallen. Dan hoort hij de koffergrammofoon in de Duitse loopgraaf tegenover:

The tune of Schubert which belonged to days mathematical,
Effort of spirit bearing fruit worthy, actual.
The grammophone for an hour was my quiet’s mocker,
Until I cried, ‘Give us “Heldenleben”, “Heldenleben”,
The Gloucesters cried out ‘Strauss is our favourite wir haben
Sich geliebt’. So silence fell (…)

gurney

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In The Silent One treedt een officier op die hem, in bekakt Engels, opdracht geeft de vijand te besluipen door een dikke haag van prikkeldraad; Gurney weigert.

The politest voice — a finicking accent, said:
‘Do you think you might crawl through, there; there’s a hole’
In the afraid

Darkness, shot at; I smiled, as politely replied —
‘I’m afraid not, Sir’. There was no hole, no way to be seen,
Nothing but chance of death (…)

Met Pasen 1917 krijgt Gurney een kogel door zijn arm, later is hij slachtoffer bij een aanval van mosterdgas. Twee maanden voor het eind van de oorlog wordt hij afgekeurd wegens psychische ongeschiktheid, hij verzorgde zich niet meer en werd beschouwd als een gevaar voor de moraal. In 1922 werd Gurney officieel gek verklaard en hij heeft tot aan zijn dood in 1937, hij was toen 47 jaar, doorgebracht in inrichtingen. De gedichten die hij in de oorlog schreef waren betrekkelijk conventioneel en het kostte geen moeite uitgevers te vinden. De poëzie van zijn tijd in de inrichtingen is beduidend ruiger, kenmerkt zich door ongebruikelijke ritmen en eigenzinnige versvormen; een ‘stream of consciousness’, zoals ik een kenner hoorde zeggen — geen uitgever wilde er meer aan ruiken. Gurney was diep teleurgesteld en voelde zich in de steek gelaten.

Er is wellicht verandering op komst want de historici die dat werk herontdekt hebben spreken over ‘geniale poëzie’. Dit heeft ook de speculaties over de aard van zijn ziekte nieuw leven ingeblazen — was het mosterdgas? was het shell shock? Een psychiater die zijn geval grondig bestudeerd heeft, houdt het op schizofrenie.

Ivor Gurney was voor alles een hartstochtelijk vriend, innemend en loyaal. Toen hij hoorde dat zijn jeugdvriend, de dichter Will Harvey gesneuveld was, schreef hij To His Love. De laatste regels:

Cover him, cover him soon!
And with thick-set
Masses of memoried flowers
Hide that red wet
Thing I must somehow forget.

Overigens bleek dat Harvey niet dood was, maar als POW in Duitsland gevangen zat. Het gedicht is er niet minder schrijnend om.