In een necrologie van Tom Wolfe, die eerder deze week overleed, las ik dat hij een alchemist met de taal was. Als voorbeeld werd genoemd dat hij ooit een stuk begonnen was met 52 keer hetzelfde woord. Wolfe was creatief met taal, maar of dit nu het kenmerkendste teken daarvan was, zou ik niet weten. Ik vermoed dat de schrijver van de levensbeschrijving het oog heeft op Las Vegas (What?) Las Vegas (Can’t hear you! Too noisy) Las Vegas!!!! dat begint met het woord hernia in de eerste alinea. Niet 52 keer maar 57 keer en niet achter elkaar, maar af en toe onderbroken: eight is the point, the point is eight… hard eight. De woorden komen uit de mond van een dealer aan de craps table, de speeltafel in het casino waarop je met dobbelstenen het aantal ogen probeert te gooien dat de dealer aangeeft. De dealer neuriet mee met de alomtegenwoordige muzak op de achtergrond, het klinkt als hernia. Het is kwart voor vier, zondagochtend vroeg en één van de gokkers, Raymond, roept geïrriteerd: What is all this hernia, hernia stuff. De omstanders zijn verbijsterd dat iemand op zo’n manier het woord richt tegen een dealer in Las Vegas, zoiets durft geen mens. Er verschijnen twee ordebewakers die beleefd vragen: Mister, is there something we can do for you? Raymond, een ingenieur uit Phoenix, corrigeert de heren ogenblikkelijk: The expression is ‘Sir’, zegt hij, You said ‘Mister’. The expression is ‘Sir’. How’s your old Cosa Nostra? Tom Wolfe merkt op: Amazingly, the casino guards were easing out Raymond peacably, without putting a hand on him.

Het verslag over Las Vegas, begin jaren zestig, is een van Wolfe’s eerste pogingen om de hoogopgeleide lezers van Esquire, Harper’s Bazaar, de weekendbijlagen van de New York Herald Tribune en Confidential Magazine te laten zien hoe the other half leeft in het welvarende, naoorlogse Amerika. Sex, drugs, rock ‘n roll. Iedereen heeft geld en zoekt het vermaak dat het beste bij hem past. Er ontstaan nieuwe vormen van kunst die door de gerenommeerde kunstpauzen niet worden opgemerkt of niet serieus genomen. De nuffige lezers van de zondagsbladen moeten hun ogen hebben uitgewreven: wat is DIT??? Wolfe maakt een reportage over de ontwerpers van de neonreclame waarmee de Strip van Las Vegas volhangt en die de stad ’s nachts sprookjesachtig verlichten. Het idee om daar een stuk over te schrijven! En over de enthousiastelingen die van hun eigen hot rods unieke artistieke hoogtepunten maken: There Goes (Varoom! Varoom!) That Kandy-Kolored Tangerine-Flake Streamline Baby.

 


Neonkunst aan The Strip

Een studievriend maakte me midden jaren zestig attent op het werk van Wolfe. Wow! Was dat journalistiek? Literatuur? Waren het levensechte reportages? Verzonnen? Nee, er was blijkbaar een nieuwe wereld ontstaan in de Verenigde Staten… Californië, Florida, Nevada, Arizona. En die wereld kon kennelijk niet met de bestaande taal tot leven worden gebracht. Wolfe schreef over Phil Spector, de eerste teenage tycoon. 23 jaar, eigenaar van een reeks bedrijven die bekend stonden als Phil Spector Productions. Overkoepelend was de platenfirma Philles Records die sinds de start, eind 1962, zo’n twintig singletjes op de markt had gebracht waarvan er meer dan 13 miljoen waren verkocht. Zijn laatste hit was Walking in the Rain met de Ronettes; meer dan een kwart miljoen over de toonbank. In het kantoor van Spector hingen een paar goldies—singles waarvan er een miljoen verkocht zijn—zoals Zip-a-dee-doo-dah en Da Do Ron Ron. Tot zijn stal behoorden behalve de Ronettes ook Bob B. Soxx, de Crystals, Darlene Love, de Righteous Brothers. Het kantoor had beige muren, beige telefoons, beige tafels, een beige piano, beige schilderijen en een beige bureau.

 


Walking in the Rain

Het woord proletariaat kan niet meer worden gebruikt in dit land, schrijft Wolfe in The Me-Decade (1982). Je kunt ook het woord blue collar wel afschrijven. De ‘arbeiders’ van tegenwoordig hebben allemaal boorden zoals Joe Namath, Johnny Bench of Walt Frazier, ze dragen Superstar Qiana sporthemden van 35 dollar met olifantenkraag en hippe designs. De oude utopisten uit de negentiende eeuw keken uit naar het tijdperk van de industrialisering—dan zouden werklieden eindelijk in staat worden gesteld om zichzelf te ontplooien als een menselijk wezen, met een redelijk inkomen, politieke vrijheid, vrijetijd. Verlossing uit de tredmolen. Die ouwe jongens hadden nooit kunnen denken dat dit allemaal pas gerealiseerd werd in het tijdperk van het burgelijke graaikapitalisme van na de Tweede Wereldoorlog, zegt Wolfe. Sterker, ze zouden het afschuwelijk hebben gevonden. Om maar iets belangrijks te noemen: de nieuwe mens die kon beschikken over de ideale combinatie van geld, vrijheid en vrijetijd… didn’t look right. Die sportshirts!

Maar de homo novus gedroeg zich evenmin naar behoren. Alles wat door de gestudeerde elite werd bedacht voor de ‘gewone man’, zoals de kale woontorens van de Bauhausarchitecten, of de kunst voor het volk, wees hij af. But somehow the workers, incurable slobs that they were, avoided Worker Housing, better known as the ‘projects’, as if it had a smell. They were heading out instead to the suburbs—the suburbs!!! In From Bauhaus to Our House werkt Wolfe deze observatie met satanisch genoegen verder uit. Dezelfde spot lees je in wat misschien wel zijn allerfraaiste journalistieke reportage is: Radical Chic. De plotseling opduikende gewoonte van ‘linksige’ rijken om een feestje te organiseren voor groepen arme sloebers waarbij dan geld opgehaald wordt voor het goede doel—de stakingskas van de Mexicaanse druivenplukkers uit Californië bij voorbeeld. Wolfe beschrijft een avondje bij het echtpaar Leonard en Felicia Bernstein (alle gasten zeggen: Bernstien, Leonard roept voortdurend Berstein!) ten bate van de Black Panthers. De weldoeners stralen van tevredenheid in het gezelschap van de rauwe Panthers met hun enorme kroeskoppen. Spannend! Er komt per ongeluk een verslag in The New York Times en Bernstein en zijn vrienden worden beschuldigd van slumming. Die klap komt hard aan in het wereldje. Maar het wordt nog erger als bekend wordt dat de woordvoerder van de uitgenodigde Panthers het gezelschap heeft vergast op een toespraak vol antisemitische opmerkingen. Tja, dat kon je weten als je Black Panthers uitnodigt. Heeft Bernstein daar dan helemaal niets van gezegd? Het heeft lang geduurd voordat de Bernsteins weer een feestje organiseerden.

De eerste reportages schrijft Wolfe nog in de ik-vorm, maar die alwetende verteller op de achtergrond verdwijnt na verloop van enkele jaren definitief uit zijn werk. Eind jaren tachtig begint hij aan een loopbaan als romanschrijver: 1987 The Bonfire of the Vanities, 1998 A Man in Full, 2004 I Am Charlotte Simmons, 2012 Back to Blood. Noch wat onderwerpen betreft, noch wat de stijl aangaat, is er sprake van een scherpe cesuur. Als journalist was Wolfe een ‘secretaris van de samenleving’, dat is precies wat hij ook nastreefde als romanschrijver. Zijn reportages en romans bestaan grotendeels uit scènes en dialogen, waarbij de dialogen helemaal worden uitgeschreven. Wolfe sluit hier aan bij een sterke Amerikaanse traditie. Hemingway, Bellow, Roth, Elmore Leonard, Salter zijn allemaal uitmuntende dialoogschrijvers. Hoe iemand IS moet je afleiden uit wat iemand zegt, hoe hij het zegt, wat hij doet en hoe. Kenmerkend is de veelvuldige perspectiefwisseling: gebeurtenissen worden verteld vanuit de verschillende participanten. In The Bonfire of the Vanities wisselen de perspectieven van Sherman McCoy, Larry Kramer, Peter Fallow, Edward Fiske III en de burgemeester van New York elkaar af. Als lezer zit je daardoor midden in de gebeurtenissen. Het centrale thema van Wolfe’s werk is wat je status life zou kunnen noemen, een bij uitstek sociologisch uitgangspunt. Je bent hoe je je presenteert. Tom Wolfe praktiseert een soort sociale autopsie, een minutieuze analyse van omgangsvormen. De wereld is een schouwtoneel, de personages dragen maskers, alles draait om de presentatie, het uiterlijk. Draag je de juiste kleding, de geëigende haardracht, de goede schoenen? Praat je het vereiste jargon? Dit alles bepaalt of je wordt geaccepteerd of niet, wie de codes niet kent valt hopeloos uit de boot. In dit opzicht is Wolfe een typische schrijver uit het Zuiden, van jongsaf aan genoodzaakt om rekening te houden met subtiele en minder subtiele overeenkomsten en verschillen. Van levensbelang.

 


De Zuidelijke gentleman

Tom Wolfe laat bepaald geen leegte achter, zijn omvangrijke werk is van blijvend belang.

 

illustraties:
Tom Wolfe; bron: resp. news.sky.com en telegraph.co.uk
The Ronettes; bron: billboard.com
The Strip, Las Vegas; bron: homeaway.com