Tussen eind jaren 1960 en eind jaren 1990 werd Noord-Ierland geteisterd door een burgeroorlog, zo mag je het wel noemen, er vielen minstens drieënhalfduizend doden, het merendeel gewone burgers, en vele tienduizenden gewonden. De gewelddadigheden stroomden over de grenzen heen, niet alleen naar Ierland en Engeland, maar ook naar het Europese continent. Het Ierse Republikeinse leger (IRA) ontwikkelde zich tot een terreurorganisatie die angst en verderf zaaide met bomaanslagen en sektarische moordpartijen. Het conflict werd nogal eufemistisch aangeduid als de Troubles—in 1998 vond de ‘wapenstilstand’ plaats met de Good Friday Agreement tussen de kopstukken van de Unionisten en Republikeinen, ruwweg corresponderend met katholiek en protestant, Iersgezind en Engelsgezind. De twee partijen zijn nog steeds tot elkaar veroordeeld als gevolg van de Agreement maar staan in tal van kwesties ook nog steeds op dezelfde onverzoenlijke standpunten.

 


De Ierse situatie

De Troubles verscheurden niet alleen stad en land in Noord-Ierland, maar ook in grote delen van Engeland; steden als Manchester en Liverpool, maar ook Londen, waar een aanzienlijk deel van de bevolking van Ierse afkomst is. Ik herinner me gedeelten uit het felle lied van John Lennon (what’s in a name?) en Yoko Ono over de kwestie:

The Luck of the Irish

If you had the luck of the Irish,
You’d be sorry and wish you were dead
You should have the luck of the Irish
And you’d wish you was English instead

A thousand years of torture and hunger
Drove the people away from their land
A land full of beauty and wonder
Was raped by the British brigands
Goddamned
Goddamned

Why the hell are the English there anyway?
As they kill with God on their side
Blame it all on the kids and the I.R.A.
As the bastards commit genocide
Aye, aye
Genocide

Okay

You should have the luck of the Irish,
You’d be sorry and wish you were dead
You should have the luck of the Irish
And you’d wish you was English instead

Hele districten van Belfast en Derry (de officiële naam Londonderry kon je niet zonder risico uitspreken) waren no go areas voor buitenstaanders, je was er je leven niet zeker, al helemaal niet als je tot ‘de andere partij’ hoorde. Bogside in Derry was zo’n buurt. Ordehandhavers, politie, leger, waagden zich hier niet zonder pantserwagens, mitrailleurs en waterkanonnen. Levensgrote muurschilderingen lieten geen twijfel bestaan over het karakter van de buurt en de idealen die er werden gekoesterd of juist verworpen. De wapenstilstand die in 1998 werd beklonken, is maar betrekkelijk. Dat komt scherp tot uiting in de prachtige reportage over Noord-Ierland van Melle Garschagen in NRC (18, 19 mei 2019): Niemand wil geweld, luidt de titel. Ondertitel: Bíjna niemand.

 


De grensovergang

Aanleiding is de dood van Lyra McKee, de jonge journaliste die op 18 april door een kogel werd getroffen toen ze de rellen in Creggan, Derry, kwam verslaan. De schutter is (nog) niet gevonden, maar het vermoeden bestaat dat de dader gezocht moet worden in kringen van de New IRA, één van de partijen die zich niet schikken naar de Agreement. De verslaggever spreekt met een vrouw die het allemaal heeft zien gebeuren: de politie deed een inval, molotovcocktails vlogen door de lucht, een auto ging in vlammen op. Ze hoorde ook een kogel langs suizen, de kogel die McKee dodelijk trof. De journaliste had zich verdekt opgesteld bij de pantserauto van de oproerpolitie. De moord wekte grote woede, aldus de verslaggever, omdat McKee de Troubles nooit had meegemaakt, ‘ze was een kind van de verse vredestijd’: weer een nieuwe generatie krijgt te maken met gevoelens van verdriet, angst en misschien wraak. Alleen al de omstandigheden van haar dood wezen op haar onervarenheid en ‘onschuld’. Tijdens de Troubles zou geen journalist het in zijn hoofd hebben gehaald om zich op te houden in de buurt van een pantserauto van de politie: je was daar immers een levende schietschijf.

De vrouwen die Garschagen spreekt zijn woedend: de fucking fuckers die het gedaan hebben moeten opfucken. Maar de schutter kennen ze niet: het ging allemaal zo snel, hè, dat heb ik ook tegen de politie gezegd. Creggan is een klein buurtje, iedereen kent elkaar, maar de schutter? Nee, die kennen ze niet, misschien kwam hij wel uit een andere buurt, je weet het niet… Bovendien: daar praat je niet over. De reportage zou zomaar afkomstig kunnen zijn uit Milkman, de roman van Anna Burns die vorig jaar de Man Booker Prize won. Het boek speelt zich af tijdens de hoogtijdagen van de Troubles. Niets of niemand heeft een naam in het boek, mensen worden aangeduid met bijnamen (zoals Milkman of McSomebody) of kwalificaties als may-be boyfriend, second brother, wee sister. Sinister, maar volstrekt overtuigend in de beklemmende sfeer van angst en paranoia die Burns oproept. Het Siciliaanse omertà is ook in deze omgeving het eerste gebod: daar praat je niet over. Het grootste risico dat je loopt is dat je wordt aangezien voor verrader. De hoofdpersoon komt thuis en ziet dat haar jongere zusjes Engelse kranten en tijdschriften lezen, open en bloot uitgespreid op tafel en op de grond. Iedereen die naar binnen gluurde, zou het kunnen zien: by associating themselves with disallowed paraphernalia they were laying themselves open to accusations of traitorship. Het zou geen argwaan wekken als iemand over straat liep met semtex in zijn boodschappentas, maar wel als je, zoals de vertelster zelf, een boek van Charles Dickens bij je had.

 


Muren hebben oren

De sociale controle in woonwijken is drukkend, iedereen weet alles van elkaar en achter je rug om wordt er geroddeld en kwaad gesproken. Het overkomt de hoofdpersoon die tegen haar zin diverse keren wordt aangesproken door Milkman. Hij zit hoog in de hiërarchie van de paramilitairen en onmiddellijk wordt gedacht dat ze een verhouding met hem heeft. Ze krijgt waarschuwing op waarschuwing zonder dat ze ook maar het minste kan doen om de roddel te ontkrachten: alles wat ze doet en zegt is bewijs te meer dat ze op het verkeerde pad terechtgekomen is. Huiveringwekkend. Gezien dit klimaat van achterklap en  verdachtmakerij is het daarom ook typerend dat Garschagen in zijn reportage mensen aan het woord laat die stellig beweren de moordenaar van Lyra McKee juist wél te kennen. Zoals de oudere man die zegt: Ik weet dat de politie weet wie de schutter is (…). Ik weet zelf wie het is. Het is een jongen van nog geen twintig. Hij komt uit Creggan en is niet gevlucht of ondergedoken. Hij voelt zich gedekt en loopt gewoon over straat. Tja, wie weet, wie zal het zeggen.

Je weet het niet, je praat er niet over, je weet het wel, je suggereert iets. Die fundamentele ambivalentie over wat waar is en wat niet waar is, wat gebeurd is of wat niet gebeurd is, maakt het leven in Noord-Ierland voor velen tot een kwelling. Anna Burns kon er niet meer tegen, verhuisde naar Engeland en schreef het van zich af. Niet iedereen is daartoe in staat.

 

 

illustraties
Anna Burns; bron: belfasttelegraph.co.uk en channel4.com
Bogside; bron: bbc.co.uk
Muurschildering Derry; bron: abc.net.au