Vancouverisme

Stadsbesturen proberen hun identiteit—je moet geloof ik zeggen: concurrentiepositie—te versterken door ontwikkelingen in andere, succesvolle steden na te volgen. We kennen het uit de negentiende eeuw met de Parijse stadsvernieuwing van Baron Haussmann. Naäperij alom. Iets later, omstreeks de eeuwwisseling hadden we de Tuinstadbeweging, overgewaaid uit Groot Brittannië en de Verenigde Staten. Een recent voorbeeld is het waterfront. In de jaren 1980 ontstond een rage nadat in enkele Noord-Amerikaanse steden was begonnen met de ontwikkeling van waterkanten: oude havengebieden, rivieroevers. Met een paar forse ingrepen werd vervallen stadswijken nieuw leven ingeblazen. In oude loodsen kwamen kleine bedrijfjes, kantoorgebouwen en pakhuizen werden omgebouwd tot aantrekkelijke woningcomplexen. Ik schreef er destijds onder andere het volgende over (in de brochure Flaneren langs het IJ): Bestuurders van Europese steden reizen met adviseurs, beleggers en projectontwikkelaars naar Noord-Amerika en Azië om de resultaten in ogenschouw te nemen. Met stijgend enthousiasme luisteren ze naar de succesverhalen van hun benijde collega’s. De waterkanten van steden als Baltimore, San Francisco, Boston en Toronto werden als product aan de man gebracht via toeristische brochures, speciale stadsplattegronden en gidsen. Water was plotseling bijzonder aantrekkelijk geworden, daar zul je maar wonen! Niet alleen worden er in toenemende mate waterkanten ontwikkeld op plaatsen waar nooit sprake was van een havenfunctie, het is zelfs zo dat Amerikaanse projectontwikkelaars voorstellen om zonodig maar een wallenkant te graven als die er nog niet is… ‘if you don’t have a waterfront, then dig it!’

Sinds enige tijd woedt er een nieuwe storm over de stedelijke landschappen van de wereld, van Beijing tot Dallas, van Dubai tot San Diego: het Vancouverisme. Op internet kun je de volgende omschrijving vinden: Vancouverism is an urban planning and architectural phenomenon in Vancouver, British Columbia, Canada, that is unique to North America. Het verschijnsel dook op aan het begin van de 21ste eeuw en vormde een antwoord op een nijpend probleem in de miljoenenstad: ruimtegebrek. Vancouver is een betrekkelijk smal schiereiland, ingesloten tussen de Pacific Ocean en de bergen van British Columbia. Breid je de stad uit door steeds maar nieuwe voorsteden te bouwen of kies je voor een compacte stad? Het laatste dus, misschien uniek voor Canada en de Verenigde Staten, maar niet voor andere delen van de wereld. In Amsterdam was Jan Schaefer de grote voorvechter van dat idee: buurtherstel. In Vancouver heeft men het ruimteprobleem proberen op te lossen door hoogbouw, slanke torens met aan de voet rijtjeshuizen. In de aanbevelingen wordt de nadruk gelegd op functiemenging en geldt prioriteit voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. De stad telt tegen de zevenhonderd gebouwen van 35 meter of hoger, en omstreeks 50 gebouwen van honderd meter of meer. Het befaamde Living Shangri-La is ruim tweehonderd meter hoog en One Wall Centre ruim 150 meter, uitgerust met een speciale tuned liquid column damper om de windstoten een beetje te neutraliseren: hoogbouw vangt nu eenmaal veel wind.

 


Vancouverisme toegepast in Dubai

Het Vancouverisme heeft nu ook Amsterdam bereikt, zoals we in alle kranten hebben kunnen lezen: de gemeentelijke plannen voor de Sluisbuurt op het Zeeburgereiland zijn erdoor geïnspireerd. Er moeten ruim 5000 woningen worden gebouwd en daartoe zijn zo’n dertig woontorens voorzien, waarvan zes tussen de 80 en 150 meter. De torens worden in een dambordpatroon afgewisseld met laagbouw en op die manier ontstaat op de begane grond ruimte voor plantsoenen, pleintjes en groen. Een hoogbouwensemble met een bijzondere woonkwaliteit, aldus de ontwerpers. Wat die woonkwaliteit precies inhoudt, heb ik tot dusverre niet kunnen vernemen, maar ik vrees het ergste. Ik beroep me daarbij op het verslag van een collega die dikwijls in Canada verblijft. In Vancouver zelf, zegt hij, betreuren veel bewoners dat in de nieuwe buurten nauwelijks of geen functiemenging bestaat: geen kantoren, werkplaatsen of andere instellingen, nauwelijks winkels. De binnenstad van Vancouver is op weg om het eerste slaapstadscentrum ter wereld te worden, in toenemende mate moeten de bewoners de binnenstad uit om bij hun werk te komen in de voorsteden. Architectonisch is er niet veel te genieten: moderne torens van glas en staal bovenop fantasieloze rijtjeshuizen. Zoals iemand opmerkte:  a post-modern muddle of glass, steel and fake brick. Het Vancouverisme zou aanleiding geven tot een bruisend straatleven, maar bezoekers worden eerder getroffen door de volstrekte afwezigheid daarvan. Het resultaat: omhoog gebouwde gated communities in een kader van saaie vinexwijken.

 


Vancouver tussen hoge bergen en diepe zee

Een dergelijk ‘spookbeeld’ voorziet de Amsterdamse architect Sjoerd Soeters die met een paar collega’s de aanval heeft geopend op het Zeeburgse Vancouverisme. Te duur, te omslachtig. Projectontwikkelaar Ton van Namen wijst tijdens een vraaggesprek met NRC Handelsblad (25, 26 maart 2017) op de verspilling van ruimte bij het bouwen van torens: Torens zijn net als avocado’s met een heel dikke pit: er is veel ruimte nodig voor bij voorbeeld liften, trappenhuizen, gangen, leidingen en constructies, zodat de verhouding tussen bruto vloeroppervlak en netto woonoppervlak ongunstig is. Torens zijn ook duur en de bouw duurt lang.

Soeters heeft een alternatief plan getekend. Het bestaat uit blokken van zes verdiepingen en net als op het Java-eiland komen er grachten in het gebied: Aan twee zijdes komen de blokken aan grachten met kades te liggen, zegt hij in hetzelfde vraaggesprek, en aan twee zijdes direct aan het water. Zo weet je zeker dat de hoven van de blokken worden gebruikt als een soort binnenkamers waar kinderen veilig kunnen spelen. Dat stedenbouwkundigen rekening houden met de bewoners op een meer dan vrijblijvende manier is een zeldzaamheid. Maar Soeters legt daarnaast de nadruk op de noodzaak het Amsterdamse karakter van de Sluisbuurt te realiseren.

Overal komt hoogbouw, schreef John Gapper een tijdje geleden in The Financial Times. De steden eronder zijn nauwelijks meer te onderscheiden. Veel architecten beschouwen zich tegenwoordig als starchitects: ze onderscheiden zich door het ontwerpen van iconische gebouwen die steden vooruit moeten helpen in hun streven naar opzien en aanzien. De plannen voor de Sluisbuurt komen typisch uit zulke kokers. Maar, vervolgt Gapper: such expressions of architectural individuality have the paradoxical effect of making cities look more and more like each other. Het vertrouwde recept, onderscheiding door imitatie.

Het ontwerp van Soeters is kalm en bescheiden, hij bouwt voort aan het beste wat Amsterdam te bieden heeft en verwerkt dat in de openbare ruimte, de kades, grachten, solide bouwblokken. Uit de verte zul je zijn Sluisbuurt misschien niet meteen zien, maar als je er rondloopt ben je thuis.

 

illustraties:
Het Vancouverisme van Dubai; bron: matador network
Vancouver uit de lucht; bron: Stock Aerial Photos
Sjoerd Soeters; bron: vrije ruimte

By |2017-04-12T15:07:24+00:00woensdag 12 april 2017|Categories: Blog|Tags: , , , , , |Reacties uitgeschakeld voor Vancouverisme