Hoe voelt het als je, braaf schoolkind, bij de geschiedenisles te horen krijgt dat je in het land waar je woont en geboren bent geen bestaansrecht hebt—en dat geldt niet alleen voor jou, maar ook voor je hele klas, je familie, vriendjes en buurtgenoten. Ik vroeg het me af toen ik in de New York Review of Books (30 december 2018) de reportage las van Alex Traub over het nieuwe lesmateriaal op Indiase scholen dat door de Hindoefundamentalistische regering van premier Narendra Modi wordt doorgevoerd. De verslaggever is redactielid van de NYRofB maar heeft jaren voor diverse grote Indiase dagbladen gewerkt en kent de verhoudingen op z’n duimpje.

Eerder in het afgelopen jaar bezocht hij diverse scholen, waaronder de Engelstalige Saifee Senior Secondary School te Udaipur, in de deelstaat Rajasthan. Hij woonde de lessen maatschappijleer bij van docente Sana Khan die haar leerlingen onder andere vroeg of ze iets positiefs wisten te melden over de Islamitische koningen en in het bijzonder de Mogoldynastie die ruim vijf eeuwen lang over een groot deel van het Indiase subcontinent hadden geheerst. De leerlingen waren allemaal Dawoodi Bohra’s, een kleine Islamitische secte die in India gevestigd is sinds 1526, het begin van het Mogolrijk—vluchtelingen voor vervolgingen in het Midden-Oosten die hier een veilige schuilplaats vonden, net zoals tal van andere religieuze minderheden: Joden, Parsi’s, Baha’i’s. Sommige leerlingen spraken zich duidelijk uit, ze antwoordden dat het onder de Moslimheersers een en al barbarij was geweest. Eén meisje merkte op: In de Middeleeuwen had je oorlogen enzo, het was een periode van sectarisme. Na afloop van de les zei een ander meisje tegen Traub: vóórdat de Islam zich vestigde, had je een glorierijke periode in India, het land werd de ‘Gouden Vogel’ genoemd. India was a world leader, meende ze.

Rajasthan is een van de deelstaten waar sinds 2017 nieuwe schoolboeken in gebruik zijn genomen onder druk van de BJP-regering die ook hier aan de macht is. In het lesmateriaal wordt de ideologie van de Bharatiya Janata Party, Indiase Volkspartij, uitgedragen. De verworvenheden en het beleid van de regering Narendra Modi staan centraal, je dient loyaal te zijn aan deze overheid, en zowel de oude als nieuwe Indiase geschiedenis is herschreven. De Vedische mythen zouden op waarheid berusten, oude Hindoekoningen worden op een voetstuk gezet, de strijd om de onafhankelijkheid werd niet gevoerd door het lijdelijke verzet en de geweldloze acties van Mahatma Gandhi maar door het gewelddadig optreden van Hindoefundamentalisten. De vijf eeuwen van Moslimkeizers die hun stempel op het land hebben gedrukt, worden in een van de schoolboeken afgedaan als een ‘Tijdperk van Strijd’, en vooraanstaande figuren uit de periode krijgen de status van boeman toegewezen.

Keizer Akbar is een voorbeeld, vijftig jaar aan de macht in de zestiende en zeventiende eeuw. Geen lieverdje, maar wél iemand die zijn macht gebruikte ter bevordering van het pluralisme. In 1564 begon hij met zijn theologische ‘salons’ waar vertegenwoordigers van allerlei godsdiensten met elkaar debatteerden, aanvankelijk alleen Islamitische secten, later eveneens Joden, Parsi’s, Sikhs, Jains, Hindoes en zelfs Jezuïeten. Daarnaast ook materialisten en andere godloochenaars. Terwijl in Europa de Spaanse Inquisitie bloedbaden aanrichtte, verleende Akbar Christenen in 1603 het recht om kerken te bouwen, te preken en te bekeren. Als eerste Islamitische keizer beschouwde hij andersdenkenden niet als ‘ongelovige honden’ maar als onderdanen. Hij had gezworen vijanden onder zijn geloofsgenoten, maar evenzo veel gezworen vrienden onder Hindoes, onder andere bezegeld door zijn huwelijk met een dochter van een Hindoeprins; zijn schoonvader en diens zoons werden als ‘edelen’ (amirs) in zijn hofhouding geïntegreerd, zij behielden hun grondeigendommen, bleven Hindoe en gaven hun kastepositie niet op. In de nieuwe schoolboeken komt geen van die kenmerken van Akbars bewind voor en ligt de nadruk op keizer Aurangzeb (1618 – 1707) die juist religieuze belastingen op niet-Islamitische genootschappen zou hebben ingevoerd en diverse Hindoetempels liet verwoesten. Wat overigens een nogal eenzijdige voorstelling van zaken is: Aurangzeb betrok meer Hindoes bij de overheid dan ooit tevoren en maakte ruimte voor tal van Hindoegebruiken.

Hindoevorsten worden in de nieuwe leerboeken verheerlijkt, in het bijzonder koning Shivaji, naar wie alleen al in Mumbai tal van instellingen en bouwwerken vernoemd zijn, vliegvelden, treinstations, openbare gebouwen, pleinen, parken, straten. Zijn niet aflatende strijd tegen de Mogolheersers krijgt overweldigende aandacht en hij heeft in het nieuwe curriculum een bijna Messiaanse status: er wordt onderscheid gemaakt tussen de tijd vóór en na Shivaji, als in een nieuwe jaartelling. Chattrapati Shivaji is vooral de grote held van de deelstaat Maharashtra en de daar dominerende politieke partij Shiv Sena (‘het leger van Shivaji’), nauw gelieerd aan de BJP. Keizer Aurangzeb stuurde zijn schoonvader erop af en deze kreeg de vechtersbaas in 1665 op de knieën. Shivaji werd in Agra gevangen gezet, maar wist te ontsnappen. Hij liet zich kronen tot Chattrapati en hernam de strijd tegen de Mogoldynastie, maar werd in 1761 hij uiteindelijk verpletterend verslagen.

De beerput van leugens en bedrog, brutale geschiedvervalsing en misleiding gaat helemaal wijd open bij de behandeling van de meer recente geschiedenis. De rol van Javaharlal Nehru,  onvermoeibaar strijder voor de onafhankelijkheid en eerste premier van India, wordt in de nieuwe leerboeken van Rajasthan volstrekt genegeerd. Voor hem in de plaats komt de roemruchte Vinayak Savarkar, aangeduid als veer (वीर) wat je kunt vertalen als ‘heldhaftig’, ‘dapper’ of ‘machtig’. Volgens de nieuwe canon is die eretitel hem ‘door het volk’ gegeven, maar Savarkar heeft zichzelf zo gedoopt. De man zou begin twintigste eeuw betrokken zijn geweest bij enkele gewelddadige acties in Londen, maar pleitte voor samenwerking met de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog—juist toen Gandhi en Nehru opriepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Patrick French beschrijft in zijn Liberty or Death, de fascinerende studie over de aanloop tot de Indiase onafhankelijkheid, dat Savarkar in feite misschien nooit iets met de gewelddadigheden te maken heeft gehad en ten onrechte werd verdacht. O, ironie. Hij wilde vluchten naar Parijs, maar werd bij het Victoria Station opgepakt voor pogingen tot conspiring to deprive His Majesty the King of the Sovereignty of British India. Hij werd veroordeeld tot vijftig jaar verbanning naar de Andaman Eilanden, maar wist bij Marseille overboord te springen. Op blote voeten en in gevangeniskleding rende hij door de haven in een poging asiel aan te vragen, maar hij werd opgepakt en naar zijn bestemming gebracht. Toen hij wegens voorbeeldig gedrag vervroegd werd vrijgelaten, bleek hij in sommige kringen te zijn uitgegroeid tot een volksheld. Misschien wel tot zijn eigen verbazing. Hij was de oprichter van de Hindu Mahasabha-beweging, de broeikas van de Hindutva, de ideologie van het Hindoefundamentalisme—uit deze kring kwam Nathuram Godse voort, de moordenaar van Gandhi.

 


Premier Modi eert idool Savarkar

Naast Savarkar straalt ook de ster van M.S. Gowalkar als grote inspirator van de BJP. In 1939 schreef hij zijn fundamentalistische ‘bijbel’: We, or Our Nationhood defined, een vunzig pamflet waarin grote bewondering voor Adolf Hitler en het fascisme wordt beleden. We moeten het Duitse volk op één lijn stellen met de Hindoes in India; wat voor de Duitsers de Joden waren, zijn voor Indiase Hindoes de Moslims. Het vernietigen van de Joden was een manifestatie van de hoogste nationale trots, het liet zien dat verschillende rassen en culturen onmogelijk tot één natie kunnen worden samengesmolten, een wijze les voor ons in Hindustan. Narendra Modi zweert bij het gedachtegoed van Gowalkar (net als de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken?), wiens bekende kreet Wees er trots op dat je Hindoe bent (गर्व से कहो हम हिन्दु हैं) weerklinkt op alle BJP-bijeenkomsten. Het uiteindelijke streven van de BJP komt direct van Gowalkar—de terugkeer naar het ‘heilige land’ van vóór de komst van de Islam en het Christendom. Die boodschap krijgen Indiase kindertjes via de nieuwe schoolboeken ingeprent, of ze Hindoe zijn, Parsi, Buddhist, Moslim of Christen.

 


Gowalkar, terug naar het Heilige Land

 

Een griezelige ontwikkeling. Een premier die een beweging vertegenwoordigt die vol zit met haat en vijandschap tegenover vele miljoenen leden van de eigen bevolking. Er worden nog geen bommen gegooid, maar hoe lang kan dit nog verder gaan?

 

illustraties:
Narendra Modi; bron: saifamadkhna.wordpress.com
M.S. Gowalkar; bron: flickr.com
Veer Savarkar; bron: opindia.com
Narendra Modi en Veer Savarkar; bron: hinduhistory.info